Flora en fauna

- Scherpe boterbloem
- Slobeend

Natuurnieuws
-
Elfenbaan-groen lint voor bijen

- Rietmoerassenproject in de Biesbosch
- Postzegelvellen - beleef de natuur

Natuur Uit en Thuis
- UIT: geen

- THUIS: zwanen



Tanka

Natuur kort
-
Overwinterende Kieviten
- Inheemse plantensoorten
- Poortfunctie kastelen

Website van de maand
- stinzenflora-monitor.nl

Natuur Plus
- Slechtvalk


Excursies
- Wandeling in Park Rozenrust

Bomenweetjes

- Lariksbastkever
- Boom van het Jaar 2019
- 150.000 bomen

Uit-tips
- Schelpenpracht
- ‘Kunst van het vinden’
- De Wilde Tuin
- Miauw!


 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Scherpe boterbloem - (Ranunculus acris)

Bij de ‘Eindejaars plantenjacht’ van Floron, waaraan ik meedeed, vond ik dit bloempje nog steeds bloeiend. Wel bijzonder, maar de temperaturen waren hoog tijdens de jaarwisseling en het plantje is winterhard. In Nederland behoort de scherpe boterbloem tot de 40 meest voorkomende plantensoorten.

Scherpe boterbloem, die waarschijnlijk vanwege haar vijf heldergele kroonblaadjes ook wel Gouden knoopje wordt genoemd, groeit in het wild op een vochtige, niet al te voedselrijke bodem. Favoriet zijn graslanden, bermen en waterkanten.

Het eerste deel van de wetenschappelijke naam, ‘Ranunculus’, is Latijns voor kleine kikvors (‘rana’ is kikker). Vermoedelijk heeft dit te maken met het feit dat veel soorten boterbloemen nabij water worden aangetroffen. ‘Acris’ betekent ‘scherpe, bittere’ (smaak).
Zoals de meeste boterbloemen is ook scherpe boterbloem licht giftig.

In het voorjaar bloeit zij overvloedig en geeft weilanden een gele aanblik. Het sap van de plant smaakt zo scherp dat het vee er het liefst omheen graast. Alleen de onverschrokken tuinslak is niet bang voor het gif van deze boterbloem. Scherpe boterbloem bloeit vanaf april tot in de herfst (soms tot in de winter) met glanzende gele bloemen.

Na de bloei ontstaan bolletjes bestaande uit zaaddoosjes voorzien van een snaveltje dat blijft haken in de vacht van dieren. Behalve via zaad kan de plant zich ook verspreiden via uitlopers die bewortelen.


Slobeend

De slobeend dankt zijn naam aan z’n brede, spatelvormige snavel. De eenden zuigen het voedselrijke water op aan de punt van de snavel en persen het er weer uit aan de snavelbasis. Kleine waterdiertjes en waterplanten worden zo uit het water gezeefd. Op het menu staan: larven van vliegen, kevers en libellen, kleine kreeftachtigen, zaden van waterplanten, kroos, ringwormen en spinnen.

Zoals bij veel eenden is ook bij de slobeend de woerd opvallend gekleurd met een groene kop, witte borst en kastanje-bruine flanken. De vrouwtjes zijn bruin gevlekt, maar toch goed herkenbaar omdat zij ook die brede snavel hebben, die voorzien is van een oranje rand. Slobeend kuikens hebben nog een ‘normale’ eendensnavel als ze uit het ei kruipen.
In Nederland is het plaatselijk een vrij talrijke broedvogel. Slobeenden broeden meestal vlak bij water. Het nest is een ondiepe kom, die met gras veren en dons gevoerd is. De zeven tot veertien lichtgroene eieren worden in drie en een halve week uitgebroed. De jongen zijn donzige nestvlieders, die na zes tot zeven weken kunnen vliegen. Ze hebben al vrij snel de kenmerkende spatelvormige snavel.

Slobeenden komen vooral voor in voedselrijke meren met veel vegetatie, drassige weiden en kleine ondiepe voedselrijke sloten. Hoewel hij het hele jaar in ons land te zien is, is de slobeend van augustus tot november en in maart-april veel talrijker dan in de overige maanden.  Als trekvogel komt hij in vrij groot aantal voor in Nederland. De winteraantallen schommelen sterk. Vooral in strenge winters beperkt het voorkomen zich grotendeels tot het westen en zuidwesten van Nederland, vooral in Noord- en Zuid-Holland. Een deel van de slobeenden gaat in de winter naar het zuiden. Ze overwinteren in Zuid-Europa en Noord-Afrika.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Elfenbaan - groen lint voor bijen


De Stichting Zuid-Hollands Landschap richt met de Elfenbaan een strook van 19 kilometer in van Leiden naar Bodegraven. Het gaat om een keten van weilandjes, rietvelden, slootjes en poelen, van maximaal 100 meter breed. Het is de bedoeling dat er het hele jaar door bloemen zijn waar bijen en hommels hun voedsel, nectar en stuifmeel, kunnen vinden. De Stichting Zuid-Hollands Landschap beheert De Elfenbaan voor Rijkswaterstaat.

Op de weilanden mogen alleen schapen en koeien grazen, paarden bijten het gras te kort af. Om te voorkomen dat het vee de voor bijen belangrijke planten opvreten, zijn er in de weilanden gebieden afgerasterd met een doorsnede van een meter of tien. In de ene zijn al wilgen en rozenbottels aangeplant. Op andere plaatsen zijn de afrasteringen om bestaande bomen heen gezet.

De Elfenbaan is niet een volledig aaneengesloten groen lint. Voor bijen is die onderbreking niet onoverkomelijk, want aan de andere kant van de snelweg zijn ook bermen en slootkanten waar ze voedsel kunnen vinden.

Bron: Refomatorisch Dagblad



 


Rietmoerassenproject in de Biesbosch

In 2015 is Staatsbosbeheer begonnen met de eerste werkzaamheden in de Biesbosch om verruigde polders naar kletsnatte rietmoerassen om te vormen.

De meeste gebieden werden gebruikt als griend, weiland, voor akkerbouw of commercieel rietland. De 'natte' delen, waar normaal gesproken riet tot ontwikkeling komt, hadden te maken met verruiging en verdroging en functioneerden niet meer optimaal als broedplek voor moerasvogels. Omdat deze gebieden door dijken omgeven zijn, was het mogelijk om met relatief beperkte ingrepen de kwaliteit te verbeteren. Om de waterhuishouding in de rietpolders te verbeteren, zijn watergangen uitgebaggerd en nieuwe sloten gegraven. Verruigde rietkragen werden gemaaid. Zo kon het waterriet zich weer ontwikkelen.  In de Noorderplaat, de Ruwen Hennip en de Vijf Ambachten zijn alle werkzaamheden al uitgevoerd. De onder handen genomen polders liggen in de Brabantse Biesbosch en beslaan een oppervlak van meer dan 100 hectare.

De resultaten zijn veelbelovend. Naast nieuwe broedgevallen van roerdomp en porseleinhoen voelen ook andere moerasvogels, zoals blauwborst, rietgors, cetti's zanger en rietzanger zich er prima thuis. Vorig jaar augustus is polder de Lange Plaat, als laatste op de schop gegaan. Staatsbosbeheer wil nog vergelijkbare maatregelen uitvoeren in de Fortunapolder in de Aakvlaai.

Bron: BN/De Stem




Postzegelvellen: Beleef de Natuur


Post-NL geeft in 2019 postzegelvellen uit met tien zelfklevende
postzegels met de natuur als onderwerp.

02 januari Beleef de Natuur: zoogdieren
25 februari Beleef de Natuur: stinsenplanten
11 juni Beleef de Natuur: vlinders

Op een van deze zoogdierpostzegels staat een bunzing (en face)
en een eekhoorn (en profil).



terug naar boven >>

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit:

beperkte zich de afgelopen maand tot ‘thuis’.
Daarom een wat uitgebreider ‘beeld’verhaal van de knobbelzwaan.


NATUUR thuis: zwanen

Na een tip over de aanwezigheid van kleine wilde zwanen in ‘t Kraaiennest, een klein natuur- en recreatiegebied op Maaslands grondgebied, stap ik op goed geluk op de fiets in de hoop ze te zien. Als ik goed en wel onderweg ben, zie ik al zwanen.

Niet de kleine wilde maar twee sierlijk baltsende knobbelzwanen. Ik stop en ben getuige van dit bijzondere ritueel. Ze omhelzen elkaar eerst door ombeurten hun hals om die van de ander te strengelen. Als het vrouwtje daarna haar hals gestrekt op het wateroppervlak legt, weet hij dat zij wil wat hij ook wil. Maar hij is even de kluts kwijt... kijkt vertwijfeld waar de voor- of achterkant van zijn lief is. Lastig omdat zij haar hoofd al onder water houdt. Uiteindelijk heeft hij zijn draai gevonden en kan zij na een paar minuten weer opgelucht ademhalen. En tot slot laten ze zien hoe blij ze met elkaar zijn.  

Ik rijd door naar ‘t Kraaiennest, maar daar is geen zwaan te bekennen. Ik zie alleen maar honden... heel veel loslopende honden! De plek is erg populair bij hondenuitlaatservices uit de regio. Want ondanks dat het Kraaiennest geen hondenlosloopgebied is vanwege de vele water- en weidevogels in de omgeving, loopt bijna geen hond aan de riem. Ik hoop dat ik binnenkort toch m’n kleine zwanen nog ga zien...

terug naar boven >>

   
       
   
   

   
         
   
   


Overwinterende Kieviten

Er zijn in Nederland half januari nog volop grote groepen kieviten. Doorgaans overwinteren kieviten op grote schaal in Zuid-Europa, waar in deze periode meer voedsel te vinden is.

Ook trekken ze vanuit Nederland richting Ierland, Wales en het zuidwesten van Engeland. De laatste jaren valt echter op dat er meer kieviten in Nederland blijven. Deze winter zijn het er mogelijk meer dan ooit.



Vogeldeskundigen menen overigens dat het ook om vogels gaat die juist naar Nederland getrokken zijn en afkomstig zijn uit Scandinavië, Polen en Rusland. Ze hebben vastgesteld dat met name oudere kieviten de neiging hebben om ook gedurende de winter in Nederland te blijven. Het voordeel is dat de vogels geen energie hoeven te verspillen door duizenden kilometers heen en weer te vliegen. Ze nemen de gok dat de winter niet erg streng zal zijn.

Bron: Leeuwarder Courant

 


Inheemse plantensoorten

Voor het vergroten van biodiversiteit in bermen door de aanleg van bloemrijke bermen blijkt de keuze voor inheemse planten cruciaal. De herkomst van een plantensoort is van grote invloed op het aantal diersoorten dat hiervan gebruik kan maken.

Het gebruik van inheemse plantensoorten levert niet alleen een veel grotere bijdrage aan het verhogen van de biodiversiteit op dan exoten, maar is ook wezenlijk vanwege de specialistische en kritische plant-dier relaties. Juist de kritische en kwetsbare soorten zijn afhankelijk van aanwezigheid van inheemse plantensoorten.

Bron: Nature Today



Poortfunctie kastelen

De opengestelde kastelen van Geldersch Landschap & Kasteelen krijgen de komende jaren naast hun rol als museum ook de functie van bezoekerscentrum voor mensen die eropuit willen trekken naar omliggende natuurgebieden. Bezoekers krijgen informatie over het betreffende kasteel en over mogelijke uitstapjes naar andere GLK-locaties in de buurt.

Het &-teken uit het GLK-logo, wordt bij elk kasteel geplaatst en staat symbool voor de verbinding van het kasteel met haar omliggende gebieden, haar omwonenden, donateurs en andere betrokkenen van het kasteel én GLK. De kastelen gaan onder andere werk maken van persoonlijke ontvangst en begeleiding.

Bron: GLK

 


   
       
   
   


https://www.stinzenflora-monitor.nl

De monitor is actief van 9 februari - 12 mei 2019

Al vanaf half februari kleuren de eerste voorjaarsbloeiers, stinzenplanten, de winterse landgoederen en parktuinen.

Struinen langs stinzen, staten, buitenplaatsen en andere bijzondere monumentale woningen wordt bij steeds meer mensen een geliefde bezigheid in het vroege voorjaar. Het stinzenflora seizoen loopt zeker tot half mei. Meer informatie over de vele voorjaarsactiviteiten vindt u hier

terug naar boven >>

   
       
   
   


Slechtvalk - Falco peregrinus
door Tiny van der Meer

Een roofvogel die ik niet verwacht in de Maaslandse polder is de Slechtvalk, toch zat hij daar op 22 december 2018....

Naam
De verklaring voor de naam slechtvalk luidt in het woordenboek van de Nederlandse vogelnamen (Klaas J. Eigenhuis): ‘Deze roofvogel duikt met zo'n snelle vaart op zijn prooi, dat deze als het ware meteen wordt vernietigd, ‘geslecht'. Deze uitleg is ook de meest aannemelijke voor de Engelse volksnaam slight-falcon waarin het Middelengelse slight of slegh staat voor ‘glad', ‘met de grond gelijk gemaakt'. De slechtvalk is dus geen ‘slechte' valk of een ‘gemenerik'.
De Latijnse naam van de slechtvalk ‘Falco peregrinus’ betekent vreemdeling, reiziger of zwerver en slaat op zijn wereldwijde verspreiding buiten het broedseizoen, waarbij hij vaak opduikt bij meren, moerassen en rivieren. Ook in Nederland overwinteren meer valken dan er broeden, maar als ze een geschikte broedplek (en partner) hebben gevonden, blijven ze daar trouw aan. Veel paren blijven levenslang bij elkaar. In Nederland is de slechtvalk vooral standvogel, maar de populatie wordt aangevuld door trekvogels uit het noorden.

Uiterlijk
Een slechtvalk is een grote, compact gebouwde valk met spitse vleugels, een korte staart en een contrastrijk gekleurd verenkleed. De bovenzijde is leigrijs, de bovenkop en baardstreep zijn zwartachtig. De onderzijde wittig, met zwartbruine (meest horizontale) strepen. Het mannetje heeft een witte keel. De poten, de oogrand en de washuid zijn geel, maar de de snavel is lichtblauw met een donkere punt.
Jongen (vanaf circa 6 weken) zijn net zo groot als hun ouders, maar zijn bruiner en de donkere strepen op de buik lopen vertikaal. Pas het volgende jaar krijgen ze het verenpak van een volwassen slechtvalk. Het vrouwtje is aanzienlijk groter dan het mannetje. De spanwijdte van de vrouwtjes is bijna 117 cm, voor de mannetjes ca. 90 cm. De vrouwtjes wegen ongeveer 1300 gram, de mannetjes 750 gram.

 

Duikvluchten
Hoewel de slechtvalk vooral bekend is vanwege zijn spectaculaire duikvluchten, vliegt hij maar weinig. Hij zit soms urenlang op hetzelfde plekje een beetje om zich heen te kijken of te dutten, maar in duikvlucht is hij één van de snelste vogels ter wereld. Wanneer de slechtvalk op zijn prooi afduikt, kan hij een snelheid bereiken van maar liefst 300 km/u. Hij pompt zijn vleugels op voor de versnelling, vouwt die strak langs zijn lichaam en laat de zwaartekracht haar werk doen. Om ervoor te zorgen dat zijn longen niet exploderen vanwege de enorme luchtdruk, heeft hij een soort klepjes voor zijn neusgaten die ervoor zorgen dat er niet in één keer te veel lucht in zijn longen terecht komt. Bovendien zorgen deze ervoor dat hij tijdens zijn vlucht ondanks de wind nog steeds kan blijven ademen.
Toch is dit waarschijnlijk niet de belangrijkste jachttechniek van in het wild levende slechtvalken. Ze hebben verschillende jachtgewoontes, waaronder snel en laag over een gebied vliegen waarbij (te laat of te traag) vluchtende vogels worden gepakt.

Vergiftigd
Slechtvalken komen in de hele wereld voor, maar in Europa waren ze rond 1960 bijna uitgestorven door het gebruik van pesticiden (zoals DDT) in de landbouw. Het eten van vergiftigde vogels maakte de vrouwtjes slechtvalk onvruchtbaar en veel slechtvalken gingen dood. In Nederland was er rond 1990 nog maar één broedpaartje slechtvalken. Gelukkig gaat het weer beter met ze. In 2016 waren er tussen de 160 - 180 broedparen.

Voedsel
Buiten de broedtijd jaagt de slechtvalk vaak boven kwelders, moerassen of akkerbouwgebieden. Ze eten geen muizen, maar voornamelijk andere vogels, die ze vrijwel altijd in de lucht (al vliegend) overmeesteren. Ze zijn dan ook enorm wendbaar.

Foto links: Adri de Groot - www.vogeldagboek.nl

Ze hebben uitstekende ogen (tienmaal beter dan de mens) en kunnen soms een prooi al vanaf drie kilometer afstand waarnemen! Uit gevonden prooiresten is gebleken dat naast o.a. kieviten, merels, leeuweriken, houtduiven en spreeuwen ook veel postduiven worden gegeten. Ze grijpen ook watervogels uit het water. Zelfs vleermuizen en sprinkhanen worden gepakt als de kans zich voordoet.
Slechtvalken gaan zuinig om met hun voedsel: ze eten van hun prooien vrijwel alles op, dus ook de poten en de botjes. Bij grote prooien als eenden en ganzen wordt de nek kaalgeplukt terwijl de vogel nog leeft. Als rest blijven meestal alleen de twee (met elkaar verbonden) vleugels over.   De slechtvalk kan al broeden als hij 1 jaar is. De meeste broeden echter pas op een leeftijd van 2 of 3 jaar. Slechtvalken bouwen zelf geen nest. Ze broeden op kliffen, bergwanden, een richel, in een nis of een oud kraaiennest maar ze gebruiken steeds vaker nestkasten.

In Nederland nestelen de slechtvalken soms op de grond (Waddeneilanden), maar vrijwel altijd op hoge gebouwen en constructies (zoals hoogspanningmasten of bruggen). Tijdens het broedseizoen zijn ze behoorlijk luidruchtig. Hun voornaamste roep is een schreeuwend gekekker 'kek-kek-kek-kek'. Tussen februari en mei worden er drie of vier rossige eieren (met wat donkere spikkels) gelegd met een tussenpoos van een paar dagen tussen elk ei. Het broeden gebeurt voornamelijk door het vrouwtje. Ze begint meestal pas als er een stuk of drie/vier eieren gelegd zijn. Het mannetje zorgt dan voor de aanvoer van prooien. Hij jaagt vaak ver van het nest, in open landschappen met veel vogels. Als zij gaat eten, neemt hij zolang het broeden over. Het vrouwtje neemt de nacht voor haar rekening. Na ruim 4 weken komen de eieren uit - meestal kort na elkaar.

De jongen hebben dan een wit donzig pak, en worden door het vrouwtje gevoerd met stukjes die ze afscheurt van de door het mannetje gevangen prooien. Zodra de jongen kunnen vliegen krijgen ze van de ouders lessen in stuntvliegen en wordt ze geleerd om zelfstandig te jagen.
Dit proces duurt circa twee maanden, waarna ze uit de regio vertrekken om er (meestal) nooit meer terug te keren.
De ouders blijven samen achter. De maximale leeftijd van een slechtvalk in de vrije natuur is 18 jaar.

terug naar boven >>

   
       
   
   


13 februari 2019 - Natuurwandeling in Park Rozenrust

Op woensdag13 februari gaat IVN Natuurgids Ria Hoogstraat met u op zoek naar vroege bloeiers en zangers in Park Rozenrust, het restant van een tuin die rond 1850 is aangelegd in de Engelse landschapsstijl. Kenmerkend zijn de slingerende paadjes en waterpartijen, de verrassende doorkijkjes en de bijzondere bomen.

Misschien is de aardhommelkoningin al wakker en zien we haar stuifmeel verzamelen. We besteden ook aandacht aan Valentijnsdag, 14 februari. Wie was die Valentijn en hoe en wanneer is Valentijnsdag ontstaan. Deze wandeling is ook geschikt voor kinderen, ze krijgen extra aandacht van de gids. De wandeling duurt ca anderhalf uur en deelname is gratis. Honden kunnen niet mee. Start om 14.00 uur bij het witte huis ‘De Parkwachter’, Veursestraatweg 102A.  Daar is ook een parkeerplaats.  Info tel. 070 - 3279349 of www.ivndenhaag.nl.

terug naar boven
>
>

   
       
   
   


Lariksbastkever

Een paar honderd bomen op de Loenermark bij Apeldoorn zijn vroegtijdig geveld. Het gaat om lariksen die zijn aangetast door de lariksbastkever. Het insect kreeg waarschijnlijk door de droge zomer de kans om zich in de basten van de naaldbomen te vreten. Normaal gesproken weert de lariks zo'n aanval af met hars.

Over een gebied van bijna 6 hectare zijn door beheerder Geldersch Landschap en Kasteelen de bomen verwijderd. Er zijn zo'n 15 kale plekken in het bos ontstaan. Niet alleen op de Loenermark heeft de lariksbastkever toegeslagen. Dat gebeurde ook onder meer in het Orderbos en de bossen rond Ugchelen waar de schade echter minder groot was.

Bron: De Stentor


Boom van het Jaar 2019

Er zijn ongeveer 30 bomen voorgedragen, waaruit de jury drie bomen genomineerd heeft. Naast de tulpenboom waren ook de Japans Kaukasische els of Alnus speathii Spaeth en de trompetboom of Catalpa bignonoides voorgedragen. Sinds twintig jaar benoemt de boomkwekerijsector een boom van het jaar.

Voor 2019 is het thema schaduwgevende bomen. Cultuurgroep Laanbomen koos voor dit thema omdat de zomers warmer worden en er in steden steeds meer behoefte is aan ruimte voor afkoeling en schaduw. Voorwaarde voor deelname was dat de bomen gezond groeien, in een groot deel van Europa toepasbaar zijn en in voldoende mate beschikbaar. De gewone tulpenboom is afkomstig uit Noord-Amerika en genoemd naar de tulpvormige groenig-oranje bloemen die zich wat tussen het blad verschuilen. De bloei komt pas op latere leeftijd. Deze soort vormt uiteindelijk een grote boom, die wel tot dertig meter hoogte kan reiken.

Bron: Nieuwe Oogst


150.000 bomen

Bouwconcern BAM viert zijn jubileum door een bos te laten planten. In totaal worden er 150.000 bomen geplant ter viering van het 150-jarig bestaan. Twee derde van de bomen zal worden geplant in Bolivia en Oeganda als onderdeel van herbebossingsprojecten.

De resterende 50.000 bomen worden geplant in Europese landen waarin BAM actief is. Om dit groene project te realiseren ging BAM een samenwerking aan met de stichting Trees for All, die al sinds 1999 bomen en struiken plant voor bedrijven en individuen ter compensatie van CO2-uitstoot.
Met het planten van de bomen wil BAM zijn duurzaamheidsstreven benadrukken.

Bron: Nieuws.nl

terug naar boven >>

   
       
   
   


Schelpenpracht
t/m 26 mei 2019

Zijn het foto’s of schilderijen? De stillevens van Adri Verburg zaaien twijfel en oogsten bewondering. Door met eindeloze precisie schelpen, bloemen, schedels, zilverwerk en andere intrigerende voorwerpen te rangschikken en volkomen natuurlijk te belichten, doet zijn werk niet onder voor de stillevens van zeventiende-eeuwse meesterschilders.

Adri Verburg (1941) selecteerde voor een expositie in Het Natuurhistorisch stillevens waarin tropische schelpen de blikvangers zijn. De kegelslakken, stekeloesters, helmslakken, schorpioenhorens, wenteltrappen, ribmijters en zee-oren vinden we stuk voor stuk terug in onze wetenschappelijke collectie maar laten door het oog van Adri Verburg zien dat schelpen ook een ongekende decoratieve waarde hebben.

Schelpenpracht, met onder andere Strombus pugilis, Drupa rubusidaeus,
Clanculus puniceus, Architectonica perspectiva en Terebratalia transversa. (Adri Verburg)

Adres: Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Westzeedijk 345 (Museumpark), 3015 AA Rotterdam
Meer info: klik hier


‘Kunst van het Vinden’
tot 31 maart 2019

Daar waar natuur en mens samenkomen, op de scheidslijn van de elementen, daar waar de zee alles aanspoelt en de natuur weer teruggeeft, daar is waar kunstenaar Ton Paauw zijn inspiratie vindt. Zwerfstenen, drijfhout, maar ook scherven, keien en andere vondsten. Hij laat zich verrassen door wat hij tegenkomt en wat hij vindt inspireert hem tot het maken van beelden en objecten.

De expositie ‘Kunst van het vinden’ omvat verschillende series waarin de veelzijdigheid van het werk te zien is. Zo is er de serie ‘oergereedschap’, de objecten in deze serie kenmerken zich door hun oervorm, eenvoud en puurheid. In de serie ‘mensvormen’ hebben houten mensfiguren ieder een eigen karakter. De serie ‘orde in wanorde’ toont rangschikkingen en stapelingen van stenen en scherven. De serie ‘buitenbeentjes’ vormt een eigen categorie van losse objecten waarin Ton Paauw zich van zijn originele en ludieke kant laat zien.

Iedere laatste vrijdag van de maanden februari en maart leidt kunstenaar Ton Paauw u langs zijn werk ‘Kunst van het Vinden’. Aan de hand van videofilmpjes laat hij zien hoe hij op locatie werkt in Zuid-Frankrijk. De rondleiding is van 14:00 uur tot 15.30. 
U kunt zich aanmelden door een e-mail te sturen aan tonpaauw@kpnmail.nl

Adres: Kasteel Groeneveld, Groeneveld 2, 3744 ML Baarn
Meer info: klik hier


De wilde tuin
vanaf dinsdag 12 februari

Op het enorme doek van het Omniversum toont de verrassende film Backyard Wilderness de natuur zoals u die in uw naaste omgeving kunt vinden. Met minicamera’s zijn unieke beelden van onder meer wasberen, muizen, hommels, vossen en eenden gemaakt.

Backyard Wilderness volgt een Amerikaans meisje dat ontdekt wat er zich in de natuur om haar heen afspeelt. Langzaamaan komt zij tot de conclusie dat wi-fi niet de enige verbinding is die ertoe doet. Backyard wilderness is vanaf 12 februari dagelijks te zien.

Adres: Omniversum, Kennedylaan 5, 2517 JK Den Haag
Meer info: klik hier


Miauw!
t/m 12 mei 2019

Het Stedelijk Museum Vianen stelt tientallen van Ronner-Knips meest populaire kattenschilderijen ten toon. De schilderijen komen van musea uit het hele land, waaronder het Rijksmuseum, het Dordrechts Museum en het Markiezenhof in Bergen op Zoom.

Maar ook de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed, de Universiteit Leiden, de Collectie Six en verschillende kunsthandels waren bereid hun katten uit te lenen ten behoeve van deze bijzondere tentoonstelling waarin een aantal topstukken zijn geëxposeerd, waaronder de haardplaat van een poes uit de collectie Six en de nog nooit getoonde originele kattenvitrine van Henriette uit een particulier collectie.

Henriëtte Ronner-Knip was een Nederlands-Belgisch kunstschilderes gespecialiseerd in romantische dierschilderingen. Ze is vooral bekend door haar schilderijen van katten, die erg geliefd waren aan het eind van de 19e eeuw.

Adres: Stedelijk Museum Vianen, Voorstraat 97, 4132 AP Vianen
Meer info: klik hier


terug naar boven >>



   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar:
 info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.