Flora en fauna

- Wilg(enkatjes)
- Overwinterende vlinders

Natuurnieuws
-
Faunasoorten in bossen

- Vossenbergven bij Mariahout

Natuur Uit en Thuis
- UIT: Op stap door de seizoenen

- THUIS: Geel en wit



Boekennieuws
- De aarde, de hemel en de bomen

Natuur kort
-
Eten en gegeten worden
- Nature Today Go
- Wandelroutes

Website van de maand
- Tuinenstichting.nl

Natuur Plus
- Heggenmus


Excursies
- Natuurwandeling op Duivenvoorde

Bomenweetjes

- Gedraaide bomen
- Tiende Rassenlijst Bomen

Uit-tips
- 50 Jaar Thielen - De ogen van de meester
- 50 Jaar Thielen - Schetsen en tekeningen
- Laat maar waaien
- Making Nature
- FRYSK


 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Wilg(enkatjes)

Waterwilg
Katjes horen bij het voorjaar. Zo gauw we katjes zien krijgen we lentekriebels. De wilg heeft katjes en deze katjes horen ook bij de eerste voorjaarsbloeiers. De eerste wilgenkatjes verschijnen vanaf maart bij de waterwilg (ook wel boswilg genoemd). De waterwilg groeit in halfschaduw in een bos maar ook aan slootkanten. Het kan een forse struik worden tot zelfs een kleine boom.

De zachte katjes zijn zilverwit tot lichtgeel van kleur. De katjes van de waterwilg zijn tweehuizig wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen niet op dezelfde boom of plant voorkomen. De mannelijke katjes zijn eivormig en bedekt met zilverachtige haartjes. Vervolgens verschijnen de meeldraden dicht op elkaar. Vrouwelijke katjes zijn slank en langer dan de mannelijke katjes. De katjes bezitten honingkliertjes en ruiken naar honing.

Schietwilg
Een zeer snelgroeiende boom die tot 30 m hoog kan worden. Uit de schietwilg zijn de knotwilgen ontstaan. Een heel beeldbepalende boom in ons landschap.

Grauwe wilg
Een wilg die te vinden is op matig voedselrijke en moerassige plaatsen. De takken van de grauwe wilg zijn grijsviltig behaard en de in maart bloeiende katjes hebben een roodachtige kleur.










 

 

 

Katwilg
Bloeit van maart tot april op vochtige grond. De katwilg, ook wel teenwilg genoemd,  is een struikvormige wilgensoort die zelden de vorm van een boom heeft. Ook de katwilg is tweehuizig en geschikt om manden van te vlechten of vlechtmatten. Menige dijk in Nederland heeft als ondergrond een gevlochten mat van teenwilgen van de katwilg.

Er zijn pakweg 200 insectensoorten die gespecialiseerd zijn op inheemse wilgen. Na de eik is het de belangrijkste inheemse boom voor de natuur.


Vlinders in de winter

In Nederland overwinteren kleine vos, citroenvlinder, gehakkelde aurelia en dagpauwoog.

      

Er zijn ook vlinders die een soort winterslaap houden. Ze kiezen vaak een beschut plekje in een schuur of in een holle boom. De citroenvlinder kan zelfs overleven bij temperaturen onder nul. Die gaat gewoon ergens aan een blad of een takje hangen. Tijdens de eerste zonnige lentedag komen de vlinders weer tevoorschijn. 
Bijna alle vlinders in Nederland brengen de winter door als eitje, rups of pop. Een voorbeeld van een vlinder die als eitje overwintert is het dikkopjes. Het vrouwtje legt de eitjes in de stengels van grassen. Ze blijven de hele winter tussen het gras zitten. Pas als het voorjaar wordt, kruipen de rupsjes naar buiten. 


Het koevinkje en het oranje zandoogje overwinteren als rups. Ze kunnen goed tegen vorst. In het voorjaar beginnen ze weer te eten totdat ze gaan verpoppen. Koolwitjes overwinteren, goed verstopt tussen planten als pop.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Faunasoorten in bossen


De laatste 10 jaar is er sprake van een toename van faunasoorten in bossen.

Vooral de kenmerkende broedvogels nemen gemiddeld in aantal toe, evenals de meeste zoogdieren die voornamelijk in bossen voorkomen. Zo nemen de hazelmuis en rosse woelmuis in aantallen toe. Boombewonende vleermuizen profiteren van de nieuwe bossen, maar de eekhoorn neemt in aantal af. Bosvlinders geven een meer gemengd beeld.

In Nederland zijn nieuwe bossen aangelegd, vooral in de laag gelegen delen van Nederland. In de hogere delen worden de bossen gemiddeld ouder en ontstaat er meer variatie in opbouw; dood hout mag blijven liggen. Veel ongemengd naaldbos wordt omgevormd naar natuurlijker gemengd bos en loofbos.

Hakhoutbossen, die ooit het merendeel van het Nederlandse bosareaal uitmaakten, zijn nu marginaal en vaak doorgeschoten en dichtgegroeid.
De aanleg van nieuwe bossen is voor sommige vogels voordelig, terwijl andere soorten, waaronder holenbroeders, het goed doen in de oudere bossen. Enkele soorten van oudere bossen gaan juist achteruit, waaronder fluiter en zwarte specht.

Ook enkele vogelsoorten van naaldbos nemen af, mogelijk door omvorming van naaldbos naar loofbos. Roofvogels, zoals buizerd, havik en sperwer, nemen toe in bossen in laag gelegen delen van Nederland, maar nemen af in bossen op hoge zandgronden, omdat ze daar weinig voedsel vinden van goede kwaliteit.

Bron: Compendium voor de Leefomgeving


terug naar boven >>

 


Vossenbergven bij Mariahout (NB)

Het bosgebied van Mariahout is dankzij haar waterrijke karakter een erg waardevol bos- en natuurgebied.

Na het herstel van het Torreven in 1992 en 2000 hebben vele soorten zich hier weer weten te vestigen, waaronder enkele zeldzame soorten, zoals moerashertshooi, venwitsnuitlibel, nachtzwaluw en de levendbarende hagedis.

Onlangs is ook het nabijgelegen Vossenbergven hersteld. Dit ven en het omliggende heidegebied zijn begin 1900 ontgonnen door het graven van greppels, de vorming van zandruggen en het aanplanten van bossen voor stuthout dat men gebruikte voor de mijnbouw. Het aanwezige oude veenpakket was op sommige plekken niet meer waterdicht. Die gaten zijn opgevuld met leem om zo een ondoorlatende laag te realiseren. Naar verwachting zal het ven jaarrond water bevatten.

Ook het omliggende heidegebied is hersteld door het verwijderen van het bos en het plaggen van de bodem. Hierdoor is voor soorten van heidesystemen weer een geschikt leefgebied ontstaan. Om de verspreiding van zonminnende soorten te stimuleren is er ook een heidecorridor gerealiseerd tussen het bestaande soortenrijke Torreven en het herstelde Vossenbergven.

Bron: Bosgroep Zuid-Nederland

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit: op stap door de seizoenen

Het weer werkt niet mee, m’n heup ook niet. Maar ik wil toch iets, dus als alternatief voor een wandelroute ben ik in m’n archief  ‘Natuur UIT’ gedoken. En ook dat is genieten!



Er komt van alles langs... Uilen, sparreveertjes, een hazelworm en een haas, mandarijneendjes, betoverende waterpoelen, hermelijntjes enz. Bij het lezen en zien van de verhalen en foto’s werd het idee geboren om 25 van die stukjes met sfeervolle foto's te bundelen in een boekje ‘voor eigen gebruik’: ‘Op stap door de seizoenen’. Het samenstellen gaf veel voldoening in de donkere, natte wintermaanden. Mede dankzij de onontbeerlijke hulp van Hans Steinfort, die het ontwerp en de lay-out voor zijn rekening nam, is het een boekje geworden om al lezend toch even heerlijk op stap te zijn. Benieuwd naar meer...? Het boekje heeft een afmeting van 30 x 30 cm en is voorzien van een ringbandje.
Reacties op of vragen over het boekje mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl


NATUUR thuis: geel en wit

Regen, soms zelfs wat sneeuw, harde wind..., niet echt weer om er op uit te gaan, maar heel af en toe schijnt de zon. Ik stap op de fiets en doe een rondje polder. In de top van een es, houden maar liefst negen eksters een wedstrijdje wie de grootste snavel op kan zetten! Wat een herrieschoppers!

Dat kan ik van de sijsjes in een Maaslands parkje niet zeggen. Behalve een beetje gefladder van het ene naar het andere takje, gaan ze heel stilletjes hun gang. Ze pikken zaadjes tussen de elzenproppen vandaan en hangen regelmatig ondersteboven als echte acrobaten! En ze zijn met veel, heel veel. Wat maakt het uit... er is eten in overvloed!

Verderop hoor ik steeds een kort en hoog gesjirp. Pingpongballetjes-met-staart balanceren hoog in de bomen op de dunste uiteinden van de takken. Kan niet missen, het zijn staartmeesjes. Dwarrelend tussen de twijgen roepen ze voortdurend naar elkaar.

Vooral buiten het broedseizoen leven ze in kleine groepen van zo'n 10 tot 15 stuks. Ze zijn altijd bij elkaar. Ze slapen ‘s winters zelfs dicht tegen elkaar aan om warm te blijven. Tussen al die ‘gewone’ staartmeesjes zie ik er opeens eentje met een wit koppetje. Een witkopstaartmees!

Gewone staartmezen zijn standvogels. Ze blijven altijd in de buurt van de plaats waar ze ter wereld zijn gekomen. Maar de witkopstaartmeesjes komen uit Scandinavië en Oost-Europa. Ze hebben niet alleen een opvallend wit kopje, maar ook hun staart is een fractie langer dan die van de gewone staartmees. Witkopstaartmezen worden soms in het najaar en de winter in ons land gezien. Hoewel er ook witkoppige staartmezen zijn, gewone staartmezen met meer dan gemiddeld wit op het kopje, maar niet zo spierwit als van een witkopstaartmees, ga ik er van uit dat ‘mijn’ staartmeesje een echte witkop is!

terug naar boven >>

   
       
   
   


De aarde, de hemel en de bomen

Van oudsher vervullen bomen overal ter wereld een functie in het leven van mensen op het gebied van welzijn, zingeving en levensvragen. Hun takken reiken naar de hemel en hun wortels zijn verankerd in de aarde. Ze vormen een stabiele verbinding tussen de hemel en de aarde en ondersteunen onze veel minder stabiele verticale levenswijze op een rustige, gelijkmatige manier.

De eigenschappen van bomen zijn sinds de steentijd niet veranderd, de behoeften en noden van de mensen wel. Maja Kooistra doet al bijna haar hele leven onderzoek naar de eigenschappen van bomen en heilige bomen hebben haar speciale aandacht. Mensen hebben blijkbaar altijd specifieke ervaringen bij dergelijke bomen gehad. Kooistra ging na hoe dergelijke krachtbomen ontstaan. Ze koppelde oude kennis over het gebruik van het landschap aan hedendaagse elementaire fysica.
Dit leidde tot nieuwe inzichten over de functie van boomsoorten en verklaarde veel over het gebruik van voormalige krachtplaatsen, zoals hunebedden en steencirkels, waarvoor tot nu toe geen sluitende verklaring is. In dit boek worden zo’n vijftig voorbeelden gegeven. Ze laten ons zien hoeveel mogelijkheden er zijn om van hun krachten gebruik te maken.
Dit boek met veel foto's verschijnt naar verwachting in juni 2019.

Maja Kooistra
21 x 21 cm, fc
circa 240 pagina’s
ISBN: 978 94 91557 45 3
NUR: 253, 728
Prijs: € 29,50
Te bestellen via: www.A3boeken.nl/webshop

terug naar boven >>

   
         
   
   


Eten en gegeten worden

Dode dieren zijn onmisbaar in de natuur. Het is eten en gegeten worden. ARK Natuurontwikkeling, Staatsbosbeheer en BuitenGewoon geven u een uniek kijkje in deze oneindige cyclus van leven en dood.

Voor het eerst kunt u via KadaverCam Livestream kijken naar een dood ree en vooral naar de dieren die daar op af komen. Tal van zeldzame dieren zijn afhankelijk van de beschikbaarheid van grote kadavers. Omdat veel dode dieren niet in de natuur terugkeren, hebben soorten die van aas afhankelijk zijn het behoorlijk moeilijk. Zo zijn bijvoorbeeld raaf en zwarte wouw nog steeds zeldzaam.
Download hier het gratis PDF-bestand met ‘lijkenpikkers’ van ARK Natuurontwikkeling. Welke dieren kan jij afstrepen?

Meer weten? Bezoek dan dooddoetleven.nl.

 


Nature Today Go

Veel mensen realiseren zich niet welke schat aan natuurinformatie beschikbaar is voor elke locatie. Nature Today Go (natuur online) maakt deze rijkdom altijd en overal zichtbaar.

Het nieuw te bouwen natuurinformatieplatform geeft antwoord op vragen als: Welke dieren en planten leven er in mijn buurt en welke natuuractiviteiten zijn er?

Nature Today Go wil mensen aanzetten om de natuur te steunen door te laten zien hoe mooi, interessant, divers en belangrijk onze directe omgeving eigenlijk is. Niet alleen biedt Nature Today Go een overzicht van natuuractiviteiten of (vrijwilligers) projecten in uw buurt, ook leest u hoe u mee kunt doen.

Bekijk een voorproefje op de projectwebsite van Nature Today Go Uiteindelijk kan iedereen begin 2020 Nature Today Go gebruiken.



Nieuwe wandelroutes Krimpenerwaard


Vanaf heden zijn de vijf gloednieuwe Natuur Struin Routes door de Krimpenerwaard zowel online als offline beschikbaar voor natuur- en vogelliefhebbers, met de Flying Big Five in de hoofdrol: de blauwborst, de grote zilverreiger, de buizerd, de kievit en de zwarte stern.

Onderweg komt u langs leuke afstappunten voor een kopje koffie of boerderijbezoek. Via route.nl en struinenenvorsen.nl/routes zijn de routes en routefolder te vinden. 

De komende tijd komen de routes ook beschikbaar op heerlijkbuiten.nl en https://www.zuidhollandslandschap.nl. De folder is te downloaden via https://www.struinenenvorsen.nl

terug naar boven >>

   
       
   
   


https://www.tuinenstichting.nl

De Nederlandse Tuinenstichting komt op voor groen erfgoed dat aangetast dreigt te worden,  zoals cultuurhistorisch waardevolle  landschappen, tuinen, parken, openbare groenvoorzieningen enzovoorts. 

Daarnaast stimuleert de Tuinenstichting de openstelling van particuliere tuinen en organiseert excursies. Donateurs ontvangen twee keer per jaar het Tuinjournaal en de Open Tuinengids.


terug naar boven >>

   
       
   
   


heggenmus - Prunella modularis
door Tiny van der Meer

Luister maar eens goed...! Als je in maart of april een vogeltje luid een kort en glashelder, vrolijk liedje hoort zingen, het liefst vanuit een boomtop, dan is het bijna zeker de heggenmus!

Zang
Vooral in de broedtijd is hij vaak en al vroeg te horen. Zijn zilveren, vlugge liedje klinkt wat korter en zachter dan dat van de winterkoning en eindigt altijd met een plotselinge stop.
Thijsse noemde hem al ‘een van onze voornaamste zangvogels’ en schreef: ,,Er is een vogeltje dat ook in den winter zingt en wiens liedje zoowat het midden houdt tusschen dat van roodborst en winterkoning en ook wel herinnert aan het boomkruipertje.
De heggenmus heeft ook een zogenaamde 'liefdes-fluisterzang' in aanwezigheid van het vrouwtje, maar laat ook een soortgelijke gedempte zang in het najaar horen.

Naam
De heggenmus wordt ook wel bastaard- of boerennachtegaal genoemd. Een wat wonderlijke naam die hij waarschijnlijk niet vanwege zijn zangkwaliteiten heeft gekregen, maar omdat hij ook wel ‘s nachts zingt. Als hij wordt verstoord bij zijn aubade, laat hij zich vallen als een baksteen, en verdwijnt in het struikgewas. Dit onopvallend vogeltje dat buiten het broedseizoen bescheiden zijn gang gaat, heeft nog meer volksnamen: winterzanger, doornkruiper, blauwpieper, heggerienken en mosvinkje. Dus zo onopvallend is hij toch ook weer niet en als je hem goed bekijkt blijkt hij ook nog eens heel mooi te zijn!

Uiterlijk
De heggenmus is ongeveer 12 tot 14 cm groot. Zijn borst en keel zijn blauwgrijs. Kopje, rug en vleugels zijn donkerbruin met zwartbruine lijnen. Het staartje is effen bruin, de pootjes zijn roodbruin, net als z’n ogen. Het mannetje heeft iets meer grijs dan het vrouwtje maar verder zien ze er hetzelfde uit. Een jonge heggenmus is meer gevlekt dan z’n ouders. De grijze kleur op de kop ontbreekt nog en de buik die bij de ouders egaal grijs is, is bij jonge heggenmussen duidelijk gevlekt.

Voedsel
De donkere, dunne priemsnavel laat zien dat de heggenmus een insecteneter is. Het voedsel bestaat in de zomerperiode uit insecten en hun larven en eitjes, slakjes en spinnetjes, kleine kevers en wormen. Ook bladluizen van de kool worden niet versmaad, vandaar zijn bijnaam koolpieper. In de winter past hij zich goed aan, bezoekt dan voedertafels en eet brood en zaadjes.

Huwelijkse trouw
Snel achter elkaar aanvliegen doen de heggenmussen in de paartijd, regelmatig metz'n drieën. Het zijn echte baltsvluchten. Ze beginnen ermee in februari, maar het is eind maart voordat er genesteld wordt. Heggenmussen hebben een bijzonder liefdesleven, waarbij zowel de mannetjes als de vrouwtjes meerdere partners kunnen hebben.

Kleine anekdote:

Marjolein Bastin en Nico De Haan schrijven in hun boek 'Kijk op vogels om het huis' dat er ooit een Victoriaanse dominee, F.O. Morris, die niet op de hoogte was van het seksleven van de heggenmus, zijn parochieleden aanraadde om een voorbeeld te nemen aan de levenswijze van dit vogeltje. Tijdens die speelse vluchten wippen ze met snelle bewegingen door de tuin. Waar ze neerstrijken maken ze vlugge en wat schichtige trek- en klapbewegingen met hun vleugels. Dan raken de beide vogels in extase en klinkt hun heldere liedje onophoudelijk.

Broedtijd
Een heggenmus voelt zich overal thuis waar voldoende dekking en nestplaatsgelegenheid is. Het vogeltje broedt in kleine tuinen, in parken en op begraafplaatsen, maar ook in houtsingels en bosjes in cultuurgebied. We zien hem bij boerderijen, in jonge bosaanplantingen, in naaldbos met voldoende ondergroei, in duindoornbosjes en op rommelige kaalslagen. Aan het begin van het broedseizoen (half maart) zet het vrouwtje een territorium uit. Ze verjaagt andere vrouwtjes en bouwt alvast een nest. Het ligt goed verborgen dicht bij de grond in dicht struikgewas. Manlief vliegt ijverig met haar mee, maar hij mag niet meehelpen met het bouwen. Het nest is een kommetje dat ze netjes afwerkt met mos, twijgjes, veertjes, haartjes en eventueel wol.

Het legsel bestaat uit 4 a 5 eitjes die helder blauw van kleur zijn (vandaar de naam blauwpieper). De eitjes worden tijdens de broedduur van 14 dagen alleen door het vrouwtje bebroed. De hulp van de mannetjes (liever nog twee mannetjes) is hard nodig als de jongen zijn uitgekomen en gevoerd moeten worden. De jonge vogeltjes werken een enorm aantal insecten weg en het is een hele toer om er genoeg te verzamelen. Het vrouwtje kan dat niet alleen. Na ongeveer 12 dagen vliegen ze uit.

Pleegouder
De koekoek gebruikt een heggenmus graag als pleegouder. Het mannetje koekoek leidt een broedende heggenmus af, waarna het vrouwtje een ei legt in het nest van de heggenmus. Daarna neemt ze een ei van de heggenmus mee, zodat die niet doorheeft dat er een ei teveel in haar nest ligt. Het heggenmusje broedt alle eieren uit en zorgt voor alle jongen. Een ondankbare taak, want de grotere jonge koekoek duwt zijn stiefbroertjes en zusjes allemaal het nest uit, zodat hij al het voedsel voor zichzelf heeft.

Vogeltrek
‘Onze’ heggenmus (er zijn 13 soorten) komt vooral voor in Midden- en Noord-Europa, behalve in IJsland, het zuidelijkste deel van Spanje, Italië en Griekenland. Als het kouder wordt trekken ze naar het zuiden of naar de kust. De Nederlandse broedvogels blijven hier, maar een deel verplaatst zich vermoedelijk in de winter van voedselarme naar rijkere gebieden. De trek in het voorjaar, in maart en de eerste helft van april, valt hoegenaamd niet op. Bij de najaarstrek gaat het om veel grotere aantallen, vooral langs de Zeeuwse en Zuid-Hollandse kust en in het zuidoosten van het land. Die najaarstrek speelt zich nagenoeg geheel in september en oktober af, met als hoogtepunt eind september en de eerste helft van oktober.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Woensdag 20 maart - Natuurwandeling op landgoed Duivenvoorde
 

Het is lente op het landgoed. IVN Natuurgids Ria Hoogstraat gaat met u op zoek naar vroege bloeiers en stinseplanten en vertelt hoe ze aan hun naam komen. De vogels zingen hun mooiste lied om een vrouwtje te versieren.

Elke vogel is te herkennen aan zijn eigen lied, we leren er een paar. Als de zon schijnt, zijn er ook al insecten actief zoals bijen, hommels en vlinders. Waar vullen zij hun maag mee? Laat u verrassen door de lente op dit mooie oude landgoed. Kinderen zijn van harte welkom, ze krijgen extra aandacht van de gids.
Start om 14.00 uur op de parkeerplaats, tegenover de beheerderswoning Laan van Duivenvoorde 1, Voorschoten.
Toegang 1 Euro. De wandeling duurt ongeveer anderhalf uur. Het park is verboden voor honden.

Info tel. 070-3279349 of www.ivndenhaag.nl.

In de uitzending van Binnenstebuiten van 30-12-2018 zie je Ria op het landgoed:
Meer info: https://tvblik.nl/binnenste-buiten/binnenstebuiten-434

terug naar boven
>
>

   
       
   
   


Gedraaide bomen

Sommige bomen hebben een gedraaide stam, hoe komt dat? Deze draaiing in een stam wordt meestal een torsie genoemd. Er zijn verschillende oorzaken waarom bomen kunnen torderen.

Een boomsoort heeft van nature een getordeerde stam. Dit geldt bijvoorbeeld voor de tamme kastanje. Een boom staat op een kwetsbare plaats bij een hoog gebouw waar hij wordt blootgesteld aan veel wind uit verschillende richtingen. De stam gaat dan zodanig torderen dat de kracht van de wind beter afgebogen wordt, zodat de boom niet de volle kracht van alle kanten te verwerken krijgt. Dit komt soms voor bij grote bomen naast hoge oude kerken.

Bomen staan op een energiebaan van het aardmagnetisch net. De belangrijkste energiebanen hiervan zijn die van noord naar zuid over de polen van de aarde lopen en loodrecht daarop van west naar oost, het zgn. Groot Othogonaal Net (GON) en de banen die uit het noordwesten en zuidwesten komen, het zgn. Groot Diagonaal Net (GDN). Omdat bomen zich niet kunnen verplaatsen, ondergaan ze continu deze energie. Deze bomen torderen om deze energie zodanig te geleiden dat ze er geen last van hebben.

Als er in een bomenlaan of een groep bomen één boom tussen staat die een torsie heeft, staat deze boom meestal op één van de bovengenoemde energiebanen.
De torsie in de beukenstam loopt van linksonder naar rechtsboven en die in de appelboom is tegengesteld en loopt van rechtsonder naar linksboven. Dit komt omdat beuken lunarbomen zijn en appelbomen solarbomen.
‘s-Gravelandse buitenplaatsen (NH) (eigenwijze?) beuk die van rechtsonder naar linksboven loopt... (foto rechts)

Bron: www.bomen.org (Maja Kooistra)


Tiende Rassenlijst Bomen

Medio 2019 verschijnt de volgende update van de Rassenlijst Bomen op www.rassenlijstbomen.nl. Deze website geeft uitgebreide informatie over rassen en herkomsten, die op basis van hun genetische kwaliteit worden aanbevolen om te gebruiken in bos en landschappelijk gebied, onder Nederlandse ecologische omstandigheden. De informatie is samengesteld door de Raad voor plantenrassen en is gebaseerd op onderzoeks- en praktijkgegevens.

Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland (CGN) brengt advies uit voor opname op de lijst. Naast alle bekende bosbouwsoorten die gebruikt worden voor de houtteelt, zijn in de Rassenlijst ook autochtone herkomsten opgenomen met het speciale doel de ecologische waarden van beplantingen in stand te kunnen houden.

Momenteel worden alle gegevens over de opgenomen opstanden van de Rassenlijst gecontroleerd. Terreineigenaren zijn hiervoor aangeschreven, maar daarnaast voert het team van het CGN diverse veldkeuringen uit waarbij wordt gekeken of er nog voldoende zaadbomen staan van de betreffende soort en of hier zaad van te winnen is.
Informatiefilmpje: https://youtu.be/HD_eVg3D-ww

Bron: Groen Kennisnet

terug naar boven >>


   
       
   
   



50 Jaar Thielen - De ogen van de meester
tot en met 5 mei 2019

Kunst die je overrompelt: gigantische schilderijen waar jarenlang aan is gewerkt. Het betreft het werk van Evert Thielen (1954) die ter ere van zijn 50-jarig kunstenaarsjubileum terugkeert naar zijn geboortestad Venlo. Nooit eerder was er zoveel werk van deze bekende en gewaardeerde kunstenaar op één plek te zien.

Je kunt er niet aan voorbij, aan de machtige veelluiken die Evert Thielen schildert, en waar hij letterlijk vele jaren aan werkt. Zijn complete oeuvre aan veelluiken, zes indrukwekkende giganten, zal te bewonderen zijn. Daarnaast zorgen 115 (!) kleinere schilderwerken in die tentoonstelling voor een compleet beeld van het leven en werk van de productieve kunstenaar. 

Adres: Limburgs Museum, Bezoekadres: Keulsepoort 5, 5911 BX Venlo
Meer info: klik hier



50 Jaar Thielen - Schetsen en tekeningen
tot en met 5 mei 2019

Tegelijkertijd presenteert Museum van Bommel van Dam in de paralleltentoonstelling een selectie van 75 schetsen van de hand van Thielen, voorstudies voor zijn schilderijen. Bijzonder is dat deze parallelexpo met schetsen en tekeningen te zien is in de toekomstige huisvesting van Museum van Bommel van Dam: het voormalige postkantoor aan de Keulsepoort in Venlo.

Het Limburgs Museum en Museum van Bommel van Dam organiseren ook allerlei activiteiten binnen en buiten hun muren. De tentoonstelling biedt de unieke mogelijkheid om de werkwijze van Thielen te bewonderen: aan zijn laatste veelluik werkt hij nog. Dat zal in een onvoltooide staat, en daarom slechts tijdelijk, te zien zijn in het Limburgs Museum.

Adres: Museum van Bommel van Dam, Keulsepoort 1, 5911 BX Venlo
Meer info: klik hier


Laat maar waaien 
t/m 22 april 2019

Van stormvogel tot Windpark Bouwdokken

Een spannende expo over wind

Hij vormt het Zeeuwse landschap, verspreidt zaden, vogels maken gebruik van hem, mensen spelen met hem èn hij levert schone energie… wie? De wind natuurlijk!
Ontdek in deze interactieve tentoonstelling wat wind eigenlijk is, waarom het waait, hoe de natuur is afgestemd op wind en wat de mensen daarvan hebben geleerd.
Hoogvliegers of snelvallers: de vorm van plantenzaden is beslist geen toeval. Waarom hebben vogels van nature de perfecte uitrusting voor hun vliegkunsten? Ooit een hemelgeitje gehoord? En wat heeft een uilenveer met een windturbine te maken? Hoeveel windenergie maken de windturbines op Windpark Bouwdokken en hoeveel windkracht kan jij maken? Leef je uit bij de grote techniekwand of leef mee met een gondelmonteur van zo’n windturbine; beslist niet iets voor mensen met hoogtevrees!
Met de wind in je haren (en natuurlijk een selfie daarvan!)  verlaat je deze frisse tentoonstelling!

Adres: Terra Maris, Duinvlietweg 6, 4356 ND Oostkapelle
Meer info: klik hier


Making Nature
t/m 26 mei 2019

In Making Nature presenteert Museum Belvédère de nieuwste fotowerken van beeldend kunstenaar Ruud van Empel, waarin voor het eerst de volledige aandacht wordt gevestigd op de natuur. Van Empels werk bestaat uit zorgvuldig gecomponeerde 'computercollages' waarin bomen, planten en bloemen tot gloedvolle schoonheid worden opgezweept en de realiteit wordt vermengd met de onwerkelijkheid van droom of visioen. 

Fotograaf en beeldend kunstenaar Ruud van Empel (1958) heeft wereldfaam verworven met zijn fictieve kinderportretten in paradijselijke omgevingen. In zijn recente natuurwerken is de enscenering nog uitbundiger geworden.
Het past in een romantische traditie - idyllisch, idealistisch, misschien zelfs sentimenteel - maar er wringt ook iets. Bij alle fabelachtige virtuositeit waarmee deze natuurbeelden zijn samengesteld, blijft overduidelijk het bewustzijn dat dit niet ‘echt’ is. Bij de expositie Making Nature verschijnt een rijk geillustreerde catalogus met een inleiding van Han Steenbruggen en een essay van Ruud Schenk.

Adres: Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12, 8448 MT Heerenveen-Oranjewoud
Meer info: klik hier


FRYSK
t/m 14 april 2019

100 jaar schilderkunst in Friesland -  t/m 14 april 2019

Met de tentoonstelling FRYSK viert Museum Belvédère een eeuw Friese schilderkunst in al haar diversiteit. De tentoonstelling met werk van meer dan honderd kunstenaars biedt een overzicht, maar pretendeert geen volledigheid.

Bij de selectie is niet alleen gekeken naar wie in Friesland geboren is, maar ook naar kunstenaars die er gewoond en gewerkt hebben (of nog steeds wonen en werken). Het resultaat varieert van traditioneel tot modern, is zowel figuratief als abstract, en toont grote namen naast kleine meesters.

Adres: Museum Belvédère, Oranje Nassaulaan 12, 8448 MT Heerenveen-Oranjewoud
Meer info: klik hier


terug naar boven >>



   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar:
 info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.