Flora en fauna

- Wilgenhoutrups
- Zilveren boomkussen

Natuurnieuws
-
Lint aan heidegebieden

- Binnenveldse Hooilanden

Natuur Uit en Thuis
- UIT: heksensnot en muisjesmos

- THUIS: bleek en wollig


Natuur kort
- Nationaal Park Nieuw Land

- Vistrap
- Natuurbegrazing
- Bomen voor koeien

Website van de maand
- bomenwijzer.be

Natuur Plus
- Holenduif


Excursies
- Vroege vogels in Park Schakenbosch

Bomenweetjes

- Groeiproef met bomen
- Pareidolie

Uit-tips
-
The joy of nature
- Colors of Spring

 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Wilgenhoutrups

Soms zie je in april of mei een grote, glimmende rups met een donkerrode rug en een geelwitte buik oversteken op straat. Rond deze tijd verhuist namelijk de rups van de wilgenhoutrups (de vlinder heet ook wilgenhoutrups) naar een andere boom.

De rupsen kunnen tot 10 cm groot worden en zijn circa 1 cm dik. De zwarte kop is voorzien van twee sterke kaken. Als je hem zou willen beetpakken moet je toch een beetje oppassen want hij kan flink bijten. De rups boort meterslange gangen bij voorkeur in wilgen en populieren. Deze bomen hebben een zachte houtstructuur en het is een makkie voor de rups er doorheen te knagen. Maar hij is ook niet vies van andere loofbomen zoals es, iep, eik en linde. Het liefst vreet hij zich onderaan een boom naar binnen bij een beschadiging aan de bast, vaak veroorzaakt door een grasmaaier.

Dat een boom bewoond wordt door wilgenhoutrupsen, is te zien aan de grote, ovale openingen. Uit zo’n opening kan sterk naar azijn ruikend, nat boormeel komen. De rupsen maken azijnzuur aan om het hout enigszins te kunnen verteren.

De ontwikkeling van de vlinder duurt maar liefst twee en soms zelfs drie jaar. Al die jaren vreet de rups zich dus door het hout. Na deze periode verpopt hij zich in een door zaagsel en zijdedraden omweven cocon achter een boorgat in de stam tot vlinder. In juni werkt de pop zich naar buiten en komt de vlinder uit. De lege pophuiden steken uit de stam.
In ons land zijn het vooral de spechten die zich graag te goed doen aan zo'n rupsenhapje.
Volgens sommige boeken werd de rups door Romeinse soldaten als een lekkernij beschouwd.


Zilveren boomkussen

Zilveren boomkussens verschijnen meestal in het voorjaar, vlak na de laatste nachtvorst, op rottend hout - vaak op rechtopstaande oude stronken van loofbomen. Net als de meeste andere slijmzwammen kan deze zwam zich beperkt voortbewegen. 

Het zilveren boomkussen is bolvormig of langwerpig en kan 5 tot 8 cm groot worden, in enkele gevallen zelfs meer dan 10 cm. Het is boeiend als je deze slijmzwam kunt volgen. Bijna iedere dag ziet hij er weer anders uit. Hij begint als een hoopje ‘rijstebrij’ en verandert vervolgens in een mooie gladde witte bol. De inhoud is eerst wit, maar wordt later chocoladebruin. Ook de buitenkant, die in het begin zilverachtig wit is, wordt chocoladebruin en stoffig en droog door de rijping van de sporen. Het kussen scheurt uiteindelijk open om de sporen vrij te laten, die worden verspreid door de wind en de regen.

Het zilveren boomkussen is vrij algemeen, maar toch bijzonder. Dankzij DNA-onderzoek is aangetoond dat slijmzwammen geen schimmels of zwammen zijn. Het is een zich voortbewegend organisme dat niet onder de dieren, planten of zwammen valt. Daarom worden slijmzwammen tegenwoordig als een apart rijk beschouwd, net zoals het dierenrijk of het plantenrijk. Het zilveren boomkussen hoort dus bij het rijk van slijmzwammen of Mycetozoa. Wanneer myxamoeben of myxomonaden versmelten ontstaat het plasmodium, eigenlijk een heel wonderlijk 'diertje' dat maar bestaat uit een enkele cel en zich in de richting van voedsel kan bewegen (chemotaxis).

Zo lang de omstandigheden gunstig zijn kan het plasmodium doorgaan met groeien. Plasmodia zijn vaak te zien na een periode van regen en warmte. Denk bijvoorbeeld aan het plasmodium van heksenboter dat als een gele 'blob' vaak boven op boomstronken te vinden is.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Lint aan heidegebieden


Zo’n 108 voetbalvelden bomen zijn er gekapt om de heide terug te laten keren. “Als we het bos hadden laten staan, waren de typische heidesoorten hier verdwenen,” aldus Martin Nolsen, landgoedbeheerder van Den Treek-Henschoten, net ten oosten van Utrecht. De afgelopen tien jaar is hier een lint aan heidegebieden ontstaan.

      
zandhagedis, groene zandloopkever, roodborsttapuit (f)                                     
Daardoor zijn er veel dieren teruggekeerd; de zandhagedis, de groene zandloopkever en de heivlinder, maar ook de roodborsttapuit en nachtzwaluw en planten zoals de klokjesgentiaan en zonnedauw.

klokjesgentiaan                    zonnedauw

Het landgoed bij Leusden bestond rond 1900 voor 90 procent uit heide en werd begraasd door schapen en afgeplagd door boeren. Door de opkomst van kunstmest en synthetische stoffen werden schapenmest en wol overbodig. En daarmee ook de heide. Daarom werden op het landgoed in de loop der jaren steeds meer bomen geplant voor de productie. Met behulp van de provincie Utrecht is het oorspronkelijke heidelandschap hersteld door het kappen van bos en het verwijderen van strooisel en opslag van nieuwe boompjes. De heidegebieden op het landgoed zijn nu met elkaar verbonden, zodat dieren en planten een groot leefgebied hebben en zich gemakkelijk en veilig kunnen verplaatsen en voortplanten. Het herstel van de heide is inmiddels voltooid en wordt nu beheerd en onderhouden.

Meer informatie: Natuurbeleid provincie Utrecht

Bron: Provincie Utrecht


terug naar boven >>

 


Binnenveldse Hooilanden

In het Binnenveld, tussen Veenendaal, Rhenen, Wageningen en Ede, is eind februari de schop de grond ingegaan. Waterschap Vallei en Veluwe is gestart met de inrichting van de Binnenveldse Hooilanden tot natuurgebied.

Voor het gebied, nu nog voornamelijk landbouw, hebben natuurliefhebbers, boeren en Staatsbosbeheer, samen een plan gemaakt, in opdracht van de provincie Gelderland. Het gaat om een gebied van 280 hectare aaneengesloten natuur waar straks zeldzame natuur komt, zoals blauwgrasland, trilveen en dotterbloemhooiland.

Bewoners, verenigd in Stichting Mooi Binnenveld, regelen de aankoop van een deel van het natuurgebied door crowdfunding. Ook Coöperatie Binnenveldse Hooilanden koopt een deel van het natuurgebied als aanvulling op de agrarische bedrijfsvoering. Staatsbosbeheer is al eigenaar van een groot deel van het gebied. Deze drie eigenaren gaan de natuur in samenwerking beheren. Een deel van de Binnenveldse Hooilanden is aangewezen als Natura 2000-gebied Het Binnenveld. De uitvoering van het project duurt twee jaar. Binnenveldse Hooilanden is één van de grootste natuurprojecten die de komende jaren in Gelderland wordt uitgevoerd.



In totaal realiseert de provincie in de periode 2012 tot en met 2025 ongeveer 8.400 hectare nieuwe natuur in Gelderland. In januari 2019 was de helft daarvan klaar. In veel Gelderse gebieden wordt de komende jaren nieuwe natuur ingericht. Een groot deel daarvan is al in voorbereiding.



Bron: Provincie Gelderland


   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit: heksensnot en muisjesmos

Klinkt wel lekker: ‘Heksensnot en muisjesmos’. Zou zomaar de titel kunnen zijn van een griezelig kinderboek. Maar of het ook lekker smaakt...!? Ik vind zowel het een als het ander op de Strijbeekse heide (NB). In februari is het even volop lente! De lucht is blauw, de heide steekt prachtig af tegen het gele pijpenstro. De vennen glinsteren in de zon. Maar er glinstert nog iets. Het lijkt het wel plastic. Het doorzichtige goedje is echter iets heel anders. Door het warme weer zijn de kikkers blijkbaar al heel vroeg wakker geworden. Nog wat slaperig misschien en dus een gemakkelijke prooi voor een buizerd, bunzing, reiger, vos of kraai, want die lusten allemaal wel zo'n uitgeslapen maaltje.

Helaas voor de liefhebbers van dit sappige hapje: de buik van de kikker of pad zit in het voorjaar vol met eitjes en gelei. Als het zweleiwit in contact komt met vocht in de maag van het roofdier, zwelt dat enorm op en krijgt hij spontaan braakneigingen. Vreemd spul vonden de mensen het vroeger. Een verklaring? Ja hoor die hadden ze wel: ‘Heksensnot!’ Voorbijvliegende heksen haden vast hun neus stevig gesnoten. Anderden beweerden: Het restant van een vallende ster: ‘Sterrenschot’. En zo heet het dus nu nog steeds. Ach, als het ‘beestje’ maar een naampje heeft.

Het volgende dat ik zie, glinstert ook, maar ziet er toch heel wat aantrekkelijker uit, al is het ook niet om in te bijten. De glashaartjes op dit prachtige kussentje geven het een zilvergrijze waas. Het is Gewoon muisjesmos, dat zich thuisvoelt op oude kalkrijke muurtjes. Mossen leven letterlijk van de regen, de wind en de directe ondergrond, en zijn dus extra gevoelig voor luchtvervuiling. Gewoon muisjesmos vormt grijze harige bolletjes die met enige fantasie wel iets op muisjes lijken. De sporenkapsels hangen tussen de haartjes. Binnenin het bolletje heerst een mild microklimaat met gematigde temperaturen, een hoge luchtvochtigheid en het is er windstil. Klinkt heel aangenaam!


NATUUR thuis: bleek en wollig

Iets verder van huis dan ‘thuis’, maar ik ben nog steeds in Midden-Delfland, namelijk in ‘t Woudt, dat bekend staat als het kleinste dorp van Nederland. Een kerk, een rij huisjes, drie boerderijen en De Hooiberg voor een ‘Bakkie Midden-Delfland’ met Woudtse plak (en nog veel meer). Dat bakkie komt later wel, want hoe klein ook, er is heel veel te zien! Natuurlijk het mooie kerkje, een eeuwenoude boerderij met een klompenrek aan de muur, een sloot met prachtig gevormde knot-essen, geriefbosjes en rondscharrelende Hongaarse wolvarkens.

Ze hebben een ruige krullerige vacht en een stoere kop. Het weiland waar ze met z’n viertjes lopen, is volledig omgeploegd! Maar leuk zijn ze wel. ‘Oer’beesten in de weilanden van Midden-Delfland! Achter een druivenmuur staan twee grote aardewerk potten. Geen idee waar die voor worden gebruikt! Het blijken bleekpotten te zijn. Een aantal vaste groenten en kruiden, waaronder asperges, zeekool, chinese bieslook, lavas, brave hendrik en rabarber, leent zich er goed voor om gebleekt te worden. In de ommuurde moestuinen van grote herenhuizen werden hiervoor speciale bleekpotten gebruikt.

De stenen potten creëren een beschut microklimaat, waardoor de plant sneller gaat groeien, maar omdat er geen licht bijkomt, resulteert dit in langgerekte, bleke en knapperige scheuten. Aan de bovenkant van de pot is een deksel, zodat de tuinman naar binnen kan gluren en de voortgang in de gaten kan houden.
Het liefst ervaar ik de rust en sfeer van dit kleine dorp vroeg in het voorjaar. Als de mooi-weer fietsers massaal neerstrijken voor een bakkie, moeten ze wel oppassen voor overstekend ‘wild’, want zelfs die kiest bij zoveel drukte het hazenpad...

terug naar boven >>

   
         
   
   


Nationaal Park Nieuw Land

Het nieuwe Nationaal Park Nieuw Land heeft groen licht gekregen om verder ontwikkeld te worden. De natuurgebieden de Oostvaardersplassen, het Markermeer, de Marker Wadden en de Lepelaarsplassen zullen gezamenlijk het nieuwe Nationaal park vormen.

Het is de bedoeling om de natuurgebieden met elkaar in verbinding te brengen en de natuur verder te ontwikkelen. Ook moet het park toegankelijk worden voor recreanten.
Meer info: https://www.nationaalparknieuwland.nl/nl


Vistrap

Dankzij de vistrap bij de Baalsbruggermolen in Kerkrade is grensoverschrijdend visverkeer weer mogelijk in het Wormdal.


Kinderen van basisschool St. Ursula uit Kerkrade zorgden voor een ludieke openingshandeling. De zelfgemaakt bootjes van de kinderen konden de molen ongehinderd passeren.

Bestuurslid Joke Kersten van Waterschap Limburg: “De Worm heeft de status natuurbeek en moet vrij optrekbaar zijn voor vissen. De molenstuw en het hoogteverschil van 2 meter is voor veel vissen een te groot obstakel. Daarom is een vistrap aangelegd waardoor vissen als beekforel, barbeel en kopvoorn onbelemmerd langs de molen naar Duitsland kunnen zwemmen. Zo kunnen ze terugkeren naar hun geboorteplek om te kunnen paaien (het leggen en bevruchten van eitjes).” De Baalsbruggermolen is al meer dan 900 jaar oud en was tot aan de Franse tijd eigendom van de abdij van Rolduc en daarmee de enige abdijmolen in Nederland.

terug naar boven >>

 


Natuurbegrazing

Uit onderzoek blijkt dat bijna alle schaapskuddes, ingezet voor natuurbegrazing, last hebben van schade door honden.

Saskia Duives-Cahuzak, voorzitter van de vakgroep Schapenhouderij LTO Nederland zegt: “Aanleiding voor het onderzoek was de schade door de wolf en het verwijt dat we telkens krijgen: ‘Schade door honden is veel groter, waar maken jullie je druk om?’ Dat verwijt klopt. Het enige verschil is: de 10 wolven, die vorig jaar in Nederland rondliepen, zorgden samen voor 166 dode schapen.

Lang niet iedere hond is een risico voor de schapenhouderij, maar de 2,2 miljoen honden in Nederland zijn samen wel goed voor 13.000 dode schapen en vervolgschade bij schapen na een bezoek van een hond of wolf. Denk aan stress, vroegtijdig verwerpen of meer doodgeboren lammeren. Er moet dus nóg meer voorlichting komen: een hond moet aangelijnd zijn in de buurt van een kudde!”

Bron: LLTB


Bomen voor Koeien

Half maart plantten deelnemers aan ‘Bomen voor Koeien’ schaduwbosjes voor hun vee in Gelderland. Toen vond de uitdeeldag plaats van het project ‘Bomen voor Koeien’. Acht deelnemers ontvingen 2300 struiken en 13 bomen, die ze plantten om hun koeien, schapen of ander vee schaduw te geven tijdens warme zomerdagen. 

In de warme zomer van 2018 was er een herstart van de actie 'Bomen voor Koeien', een campagne van Vroege Vogels, LandschappenNL en Stichting wAarde: een diervriendelijk landschap, met schaduw voor koeien. De koeien op de warme, kale weilanden waren aanleiding voor stichting wAarde om de campagne uit 2000 weer te openen. Stichting Landschapsbeheer Gelderland zorgde voor de aanplant van ‘Bomen voor Koeien’ in Gelderland. Deelnemers ontvingen gratis beplanting als zij minimaal 500 m2 ruimte hadden voor een schaduwbosje. In het najaar start er een vervolgactie.


Bron: Landschapsbeheer Gelderland.

   
       
   
   


https://bomenwijzer.be

Ben je op zoek naar een geschikte boom voor een specifieke standplaats? Alle beschikbare informatie over boomsoorten en cultivars is gebundeld in één gemakkelijk doorzoekbare website van A tot Z.

Daarbij komen niet alleen de standplaatsvereisten van een soort aan bod, maar ook beheerinformatie en esthetische, cultuurhistorische en ecologische eigenschappen.

 


terug naar boven >>

   
       
   
   


Holenduif - Columba oenas
door Tiny van der Meer

Uiterlijk
Hoewel dit blauwgrijze duifje in het vroege voorjaar prachtig van kleur is door de glanzend groene halsvlekken en wijnkleurige borst, is het toch een weinig opvallende vogel, omdat hij veel schuwer is dan andere duivensoorten. In de vlucht vallen de zwarte vleugelpunten, de zwarte achterrand van de vleugel en de grijze kleur van de ondervleugel op. Hij is ongeveer 28 tot 32 cm en heeft daarmee een net iets steviger postuur dan de Turkse tortel. Hij is veel kleiner dan de houtduif en slanker dan de rotsduif.

Broeden
Op veel plaatsen is nu het zachte koeren, een herhaald zacht 'hoe-hoe-hoe', van de holenduif te horen, want hun broedseizoen is weer begonnen. De baltsvlucht is opvallend. Hij vliegt dan in cirkels met opgeheven vleugels. Het broedseizoen duurt lang: Vanaf februari/maart tot half oktober. De periode dat de jongen het meest succesvol worden grootgebracht, is juli en augustus. Voordeel is dat ze nog kunnen beginnen met nestelen als de kauw, hun nestplaatsconcurrent, klaar is met broeden en het nest heeft verlaten.

De holenduif is een wat geheimzinnige, mysterieuze broeder. Hij komt wel veel voor in Nederland, maar doordat er in holen of kasten wordt gebroed, in tegenstelling tot andere duivensoorten, wordt hij in de broedtijd zelden gezien of gehoord.

Oorspronkelijk maakten holenduiven het nest in boomholtes, maar tegenwoordig lijken ze een stuk minder kieskeurig: ook konijnenholen, nestkasten en holtes in gebouwen en mergelwanden worden als nestplaats in gebruik genomen. Het nest stelt niet veel voor, het wordt gemaakt van wat takjes, maar vaak liggen de 2 eieren gewoon op de kale bodem. In de regel volgt een tweede legsel, vaak een derde en soms zelfs een vierde!



Het broedsel bestaat uit twee witte eieren. De kuikens worden na 16 - 18 dagen geboren.

Ze worden gevoed met duivenmelk, een substantie uit de krop van de ouders. Hierdoor zijn de duiven niet afhankelijk van insecten voor de kuikens en kan de broedtijd veel langer uitgesmeerd worden. De jongen zitten zo'n 24 dagen op het nest. Ze zijn na 37-40 dagen zelfstandig. Na het uitvliegen komen ze nog wel terug naar het nest om er te overnachten.

Naamgeving
Zijn Nederlandse naam dankt de holenduif aan het feit dat hij in holen broedt. De betekenis van Columba is ‘duifje'. Oena staat voor wijnkleurig = blauw. Het Grieks oinos betekent (rode) wijn en verwijst naar de borst van de holenduif. In ‘Nederlandsche Vogelen’, wordt hij kleine bosch-duif genoemd, andere volksnamen zijn holduufie, kleine woudduif, blaauwe duuf of steenduif.

Verspreiding
Het verspreidingsgebied van de holenduif bestrijkt Europa, Westelijk Azië en Noord-West-Afrika. Grote aantallen zijn te vinden in het Verenigd Koninkrijk, Duitsland, Spanje, Nederland en België. Hier overwinterende duiven zoeken in groepen naar voedsel en vertoeven dan graag op akkerland, met name maisstoppel- en graanvelden. De afstanden die ze daarbij afleggen zijn niet erg groot, maar voldoende om voor vermenging te zorgen met soortgenoten uit de omringende landen. Nederlandse holenduiven zwerven over korte afstand rond of blijven nabij de broedplaats, waar ze al in de nawinter nestholen verdedigen. Doortrekkers en wintergasten komen uit Scandinavië en Duitsland. De doortrek vindt plaats tegelijkertijd met de veel omvangrijker houtduiventrek: in het najaar tussen half oktober en half november, in het voorjaar vooral in maart.

Leefwijze en aantal
De holenduif is een standvogel. Hij komt vooral in loofbossen voor, maar ook in duinen, parken en agrarisch gebied met bomen. Hij zoekt zijn voedsel in heel verschillende gebieden: van stedelijke gebieden, waar hij leeft van wat in tuinen en parken te vinden is, tot in de bossen. Favoriet zijn door bossen omgeven kleinschalige landbouwgebieden. Het liefst eet hij granen, peulvruchten, vollegrondsgroenten, bessen en wilde plantenzaden. Hij heeft een fijnere snavel dan de houtduif en eet daarom kleinere zaden.

Omdat in de jaren zestig van de vorige eeuw de holenduiven massaal vergiftigd werden door het gebruik van gechloreerde koolwaterstoffen in bestrijdingsmiddelen in de landbouw was de stand toen op een dieptepunt. Sinds de jaren '70 is de holenduivenstand in Nederland weer geweldig toegenomen. Het aantal broedparen (2013 - 2015) ligt inmiddels tussen de 45.000 en 55.000.

Nestkast
Holenduif -nestkast
Maten: 45 x 22 x 22 cm 
Doorsnede vliegopening: ca. 120 mm 
Ophanghoogte: 2 tot 5 meter 
Opmerkingen: Bij wijze van vlieggat kan ook de bovenste helft van de voorplank worden weggelaten.
Bij voorkeur alleen ophangen op erven en niet in de vrije natuur.

Filmpje van de holenduif: Klik hier

terug naar boven >>

   
       
   
   


Zaterdag 6 april 2019 - Vroege vogels in Park Schakenbosch

IVN Natuurgids Ria Hoogstraat gaat samen met u vogels kijken en luisteren naar hun lied. De vogel die het mooiste zingt krijgt het beste vrouwtje. Elke vogel is te herkennen aan zijn lied, we leren er een paar. Laat u verrassen door de vele vogelsoorten in dit mooie park. Wat grotere kinderen zijn van harte welkom.

Neem uw verrekijker mee en zorg voor warme en waterdichte kleding en schoenen.
Verzamelen om 10.00 uur bij de ingang van Park Schakenbosch aan de Veursestraatweg 185 in Leidschendam.
Bereikbaar met bus 45 en 46. Halte GGZ Haagstreek.
De wandeling duurt anderhalf uur tot 2 uur.  

Info tel. 070-3279349 of www.ivndenhaag.nl.


terug naar boven
>
>

   
       
   
   


Groeiproef met 180 bomen

Bomen in de stad dragen bij aan een betere luchtkwaliteit, vangen regenwater op en geven koelte wanneer het warm is. De gemeente Amsterdam is gestart met een onderzoek met de aanplant van 180 bomen. Dit onderzoek moet duidelijk maken welke ondergrondse, stedelijke omstandigheden het meest geschikt zijn om bomen zo snel mogelijk tot wasdom te brengen.

In totaal test de gemeente 15 groeimengsels bestaande uit verschillende steensoorten die zorgen voor de draagkracht, gemengd met klei, compost en voedingsstoffen. Hierin worden de bomen geplant. Daarna gaan onderzoekers de onmiddellijke omgeving van de boom net zo belasten als in de stad, waar er auto’s en vrachtwagens over de grond rijden. De proef duurt zeker 5 jaar.

Tijdens het groeiproces worden regelmatig metingen gedaan van het zuurstofgehalte in de grond, het vochtgehalte en de jaarlijkse groei van de bomen. De proef moet resulteren in het vinden van het mengsel met de juiste balans tussen stevigheid om het gewicht van verkeer te kunnen dragen, voldoende luchtigheid om de boomwortels in staat te stellen zich er een weg doorheen te banen en voedingsstoffen die de boom nodig heeft om te groeien.

Bron: Gemeente Amsterdam


Pareidolia

Soms kom je wel eens bijzondere dingen tegen als je in het bos loopt. Zo bestaat er een populier, de grauwe abeel, waarvan de bast vaak een aantal ogen bevat. 

Maar soms zie je complete bomen die iets weg hebben van mensen, gezichten, sprookjesfiguren of dieren. Waarom zien wij eigenlijk gezichten in bomen? Het is best bijzonder dat de mens gezichten kan herkennen in stof, voedsel, gebouwen, natuurverschijnselen en bomen.

We hebben een speciaal systeem in de hersenen dat hier een grote rol in speelt. De gyrus fusiformis ligt in de temporale kwab en is specifiek gericht op het waarnemen en herkennen van gezichten. Deze vorm van illusie is een psychisch verschijnsel en wordt pareidolie of pareidolia genoemd. Bekende voorbeelden van pareidolie zijn het zien van gezichten of dieren in de wolken en bomen.

Laat je verbeelding spreken! Blijf altijd openstaan voor prachtige natuurverschijnselen. Hoe klein of onopvallend ook, er is zoveel moois te ontdekken!

Bron: paradijsvogels


terug naar boven >>

   
       
   
   


The Joy of Nature
tot en met 29-05-2019

De natuur is altijd in beweging. David Hockney en Vincent van Gogh wisten die dynamiek te vangen. Hoe deden zij dat? De overeenkomsten tussen beide kunstenaars zijn onmiskenbaar. Hun gedeelde fascinatie voor de natuur. Hun (soms) uitbundige kleurenpalet en experimentele perspectieven. Of de losse penseelstreken waarmee ze het sacrale in een landschap kunnen treffen.

'Woldgate Woods' - David Hockney (links)

De Britse kunstenaar David Hockney is al boven de 80 en schildert nog iedere dag. Hockney is een van de bekendste kunstenaars van onze tijd. Toen Hockney in de landelijke omgeving van Bridlington woonde, maakte hij veel landschappen. Hockney herkent zich in het werk van Van Gogh: allebei zien ze het bijzondere in het gewone landschap. En allebei zijn ze gegrepen door de seizoenen, die de natuur steeds maar laten veranderen.


'Under the Trees, Bigger'  - David Hockney (rechts)

Adres: Van Gogh Museum, Museumplein 6, 1071 DJ Amsterdam
Tel: +31 (0)20 5705200
Meer info: www.vangoghmuseum.nl



COLORS OF SPRING -  Een Chinese kijk op onze bollenvelden
t/m 09-06-2019

Schilderijen en werken op papier van de Chinese kunstenaar Zhuang Hong Yi die sinds 1992 in Nederland woont en werkt. Zijn zoektocht heeft na ruim 30 jaar geresulteerd in de abstracte ‘Flowerbed Colour Change’ schilderijen: delicate stukjes geverfd rijstpapier, gevouwen en geknipt tot honderden bloemknoppen. De inspiratiebron voor deze Flowersbeds waren de eindeloze, kleurrijke bollenvelden, die hij onder zich door zag glijden tijdens zijn eerste vlucht van China naar Nederland.

In zijn kunst laat Zhuang zijn traditionele Chinese opleiding samenvloeien met zijn Westerse ervaringen. Hij combineert rijstpapier (een materiaal dat vooral geassocieerd wordt met de oude Oosterse wereld) met een innoverende versie van Europees impressionisme.

Het driedimensionale karakter maakt van zijn werk een bijzondere en fascinerende mengvorm tussen schilderij en sculptuur. In close-up beginnen de kleuren zich te mengen, waardoor een constante stroom van nauwkeurig gevouwen bloemen ontstaat.

Adres: Museum De Zwarte Tulp, Grachtweg 2a, 2161 HN Lisse
Meer info: Klik hier

terug naar boven >>



   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar:
 info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.