Flora en fauna
- Eikengallen
- Pimpelmees

Natuurnieuws
- Tijdelijke Natuur

- Belangrijke vogelgebieden

Natuur Uit en Thuis
- UIT: stralend

- THUIS: knotten


Natuur kort
- Aaltjes tegen eikenprocessierups

- Voedselbosopbrengsten
- Sterfte onder mezen

Website van de maand
- IVN

Natuur Plus
- Wilde eend


Excursies
-
Natuurwandeling door Leidschendam

Bomenweetjes
-
Kleine bossen
- Het geheime bos in Drenthe
- Eén miljoen nieuwe bomen

Uit-tips
-
Eilandgevoel
- Krakend Koud
- Grafisch werk van Anne Woudwijk

 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   



Eikengallen

Boomsoorten waarop veel verschillende galvormers voorkomen zijn zomer- en wintereik. Je kunt de galappeltjes vinden als de bladeren nog aan de boom zitten, maar ook aan het blad op de grond.

 
In het begin zijn ze helder geel en rood (als een blozende appel), maar als ze ouder worden krijgen ze dezelfde kleur als het dorre blad. Als je de verse gallen – waar vroeger ook wel inkt van werd gemaakt – doorsnijdt, zie je vaak het larfje zitten. Het omliggende weefsel gebruikt hij als voedselvoorraad.

Het mooie, geel, groen of roodachtig bolletje groeit aan de onderkant van een blad en wordt zo’n twee centimeter groot. De boom wordt gedwongen om gallen te maken. De boosdoener is een klein donker wespje, de galwesp. Het vrouwtje legt in mei of juni een eitje op een eikenblad en laat ook wat chemische groeistoffen achter. Door die stoffen gaat de boom op die plek veel sponsachtige cellen aanmaken.
Het larfje dat uit het ei is gekropen, zit er middenin en leeft lekker beschermd alleen in het zachte bolletje. In de herfst vallen de galappels op de grond. Ze liggen tussen de bladeren. Het larfje verpopt zich dan tot een galwesp, die zich in december of januari naar buiten knaagt. Je kunt het zien als de wesp uit de galappel is: dan zit er een mooi rond knaaggaatje in.


Pimpelmees

Wie kent hem niet, die kleine levendige watervlugge acrobaat...
De pimpelmees is de enige kleine Europese vogel met een geel-blauw verenkleed.

Hij is ± 11 centimeter en te herkennen aan zijn blauwe petje, witte wangen, wit voorhoofd, en helderblauwe vleugels. Zijn rugje is mosgroen en het gele buikje heeft een korte, smalle, grijszwarte middenstreep. Door de zwarte oogstreep is het net alsof hij een maskertje draagt. De zang is lieflijk en helder. De triller aan het eind van het liedje lijkt op het rinkelen van een zilveren tafelbelletje.



Hij wordt in het Fries Blaumieske genoemd, je kunt natuurlijk wel raden waarom. Het pimpeltje heeft nog een aantal volksnamen en die hebben vaak iets met de kleur van z'n petje te maken. Enkele van die volksnamen zijn: Pim, pimpel, blauwmeesje, kleine keesmees, blauwe mees, kleine bieteut, hemelmees, blaumûtske en blaukopke.

Pimpelmezen zijn van oorsprong bosvogels. In herfst en winter zijn ze volop te vinden in onze tuinen. Hun lievelingskostje bestaat uit kleine insecten, poppen, insecteneieren en spinnen, die in bomen en struiken worden gevangen. In de herfst en winter smullen ze ook van zaden, vruchten en noten. Omdat ze zo klein en licht zijn hangen ze probleemloos ondersteboven aan een pindaketting of vetbol. Pimpelmezen kunnen ultraviolet licht waarnemen. De blauwe kruinveertjes van pimpelmannetjes reflecteren veel UV licht. Hoe hoger de reflectie, hoe aantrekkelijker de pimpelman wordt voor de vrouwtjes pimpelmees.

Pimpelmezen zijn intelligente vogels. Ze leren snel van elkaar. De senioren onder ons herinneren zich misschien nog wel het stuk prikken van melkdoppen in de tijd dat de flessen melk door de melkboer nog bij de voordeur werd neergezet.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Tijdelijke natuur


In 2009 werd de eerste ontheffing Tijdelijke Natuur afgegeven. Tien jaar later blijkt het gebruikt op ruim 50 terreinen, gezamenlijk goed voor bijna 3800 hectare.

Ruim 10 jaar geleden verschenen er in de media regelmatig berichten over bouwprojecten die moesten worden stilgelegd vanwege streng beschermde soorten als zeggekorfslakken, levendbarende- en zandhagedissen of rugstreeppadden.

Het meest verontwaardigd was men als een project werd stilgelegd als een streng beschermde soort zich vestigde als de werkzaamheden al waren begonnen. Voor dit probleem werd een oplossing gevonden via Tijdelijke Natuur.

Het duurde een paar jaar om Tijdelijke Natuur van idee te vertalen in beleid. Er moest worden gekeken of het juridisch mogelijk was in relatie tot Europese natuurbescherming. Ook werd ingeschat of het in alle gevallen positief zou zijn voor de natuur. Nadat alle zorgen waren weggenomen is er een Beleidslijn Tijdelijke Natuur opgesteld en vervolgens gezocht naar een initiatiefnemer die als eerste een ontheffing zou willen aanvragen. Dat werd Port of Amsterdam.

In 2017 werd de stichting Tijdelijke Natuur opgericht door LandschappenNL, De Vlinderstichting en Port of Amsterdam, met steun van een groot aantal partijen en als doel toepassing verder te vergroten. Nu, 10 jaar later, blijkt Tijdelijke Natuur een succes. Initiatiefnemers gebruiken het en provincies hebben het opgenomen in hun beleid. Een aantal studies toont aan dat verschillende dieren en planten baat hebben bij Tijdelijke Natuur.
 
Meer info: www.tijdelijkenatuur.nl.

terug naar boven >>

 


Belangrijke vogelgebieden opnieuw in kaart gebracht

Vogelbescherming Nederland en Vogelonderzoek Nederland Sovon, hebben bijna 20 jaar na de laatste inventarisatie de belangrijke vogelgebieden van Nederland weer op een rij gezet.

In het gepubliceerde rapport 'Important Bird Areas in the Netherlands 2019' staan meer dan 100 belangrijke vogelgebieden in Nederland, waaronder een groot aantal nieuwe gebieden. Ze beschrijven 106 vogelgebieden in Nederland, waaronder 39 nieuwe.

Daaronder bevinden zich gebieden voor soorten zoals de kraanvogel, de middelste bonte specht, de oehoe en de zeearend. Ook enkele grote gebieden in het Nederlandse deel van de Noordzee behoren tot de nieuw geïdentificeerde vogelgebieden voor zee- en kustvogels. De opstellers van het rapport identificeren daarnaast een aantal kandidaat-vogelgebieden. Het gaat om 4 gebieden op land en 6 gebieden op zee, waaronder de Doggersbank en de Klaverbank. Ook is extra onderzoek nodig voor het identificeren van vogelgebieden voor broedende weidevogels. De kerngebieden van de weidevogels zijn bekend, maar het is nog niet duidelijk of deze broedgebieden voldoen aan de criteria.

Afwijkend van de dalende landelijke trend blijft de stand van de weidevogels in Midden-Delfland en omgeving op peil dankzij de inspanningen van vele gebiedspartijen. Dit blijkt uit de weidevogeltellingen van 2019, uitgevoerd door Vogelwerkgroep Midden-Delfland in opdracht van agrarisch collectief Midden-Delfland.
Bron: Weidevogelpact Midden-Delfland.

In belangrijke vogelgebieden is het verlies aan biodiversiteit merkbaar. Voor de korhoen is er met de Sallandse Heuvelrug nog maar één gebied dat kwalificeert als vogelgebied. Deze vogel is bijna uitgestorven in Nederland. Ook voor andere rode lijst soorten als paapje en velduil kwalificeren minder gebieden.

Voor meer info en publicatie: klik hier.

Bron: Vogelbescherming Nederland

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit: stralend

Regen en wind..., heel veel regen en wind, maar héél af en toe plotseling een paar mooie dagen. Stralende dagen! Op de laatste dag in november verwonder ik me over de bijzonder late herfst met nog veel blad aan de bomen in prachtige kleuren.

Het gras is berijpt, minitakjes hangen vol ‘diamantjes’, bomen weerspiegelen in het rimpelloze water van de vijver van landgoed Broekhuizen (U).

Een paar paddenstoeltjes met wat ijs op hun hoed houden dapper vol. De nevel hangt nog tussen de bomen en de zon maakt er een stralend feestje van! Dat ik zo’n stralende herfstdag in december nóg een keer mag meemaken is heel bijzonder. Als ik de route ‘Bossen en beken van de Baronie’ bij Chaam (mooisteroutes.nl) wil lopen, wordt er dichte mist opgegeven die waarschijnlijk niet verdwijnt, maar wonder boven wonder is er opnieuw rijp, nevel, zonneharpen en prachtig licht dat het bos betovert.

Nevels glijden tussen boomstammen door en strijken over warmbruine bladertapijten. Dit prachtige schouwspel, de lange smalle bospaadjes, weilanden met heel oude knotwilgen, een boomstronk versierd met een kerstkrans van geweizwammetjes en een schitterende lange bomenlaan maken ook deze route onvergetelijk!


NATUUR thuis: knotten

Ik trek m’n laarzen aan en bagger de polder in. Er worden wilgen geknot. Het in bomen klimmen en (met de hand) zagen van de dikke takken laat ik graag aan de deskundige vrijwilligers over, maar ik vind het geweldig om te zien en maak er graag foto’s van.

Gelukkig staat hij er nog, de (weliswaar uitgedunde) rij oude stoere knotwilgen langs een poldersloot. Als de wilgen niet worden onderhouden en geknot is het snel einde verhaal.

De Knotgroep Midden-Delfland zet zich al 40 jaar in voor het behoud van deze beeldbepalende bomen. Steeds meer knotwilgen verliezen (gedeeltelijk) hun pruik en de stapel wilgentakken in het weiland wordt steeds hoger. Half januari wordt het tweede deel van deze rij onder handen genomen en ook in februari wordt er weer geknot, dan in een oude eendenkooi. Die locatie is schitterend dus neem ik de uitnodiging om er weer bij te zijn graag aan!

terug naar boven >>

   
     
   
   


Aaltjes tegen de eikenprocessierups

Onderzoek en praktijkervaringen wijzen uit dat het aaltje Steinernema feltiae van Koppert de eikenprocessierups uitstekend weet te bestrijden. De aaltjes kunnen op de eerste twee stadia van de rups worden gespoten. Eventueel is een tweede bespuiting mogelijk.

Hoe kleiner de rups, hoe beter de werking. Het voordeel is dat andere insecten dan niet worden gedood, want de eikenprocessierups is al heel vroeg in het voorjaar actief.  Er moet 's avonds worden gespoten, als de rupsen actief zijn. Er mag niet worden gespoten als het regent, want regen verdunt de spuitvloeistof. Ook bespuiten bij felle zon of bij harde wind is niet zinvol want dan droogt de spuitvloeistof te snel op.

Bron: Koppert


Voedselbosopbrengsten

Vanaf dit jaar kunnen alle voedselboseigenaren oogstcijfers uit hun voedselbossen invoeren via een nieuw te maken website.

Samen zullen deze data laten zien of voedselbossen inderdaad zo’n mooie oogst geven als enkele pioniers ervaren. Het gaat hierbij niet alleen om de opbrengst van bijzondere gewassen uit het bos, maar ook om biodiversiteit, bodemkwaliteit en CO2-opslag in de bodem.


Eetbare sierappeltjes uit voedselbos Haarzuilens

Het project Voedselbos opbrengsten is gemeten en geïnitieerd door Communicatiebureau De Lynx samen met Wageningen Environmental Research.
De voedselbossen die al een tijdje onderweg zijn laten bijzondere dingen zien: onverwacht hoge biodiversiteit, vrij snel al na de start, een enorme stijging van de bodemkwaliteit en, als gevolg daarvan, goede oogsten en lage ziektegevoeligheid. Met dit project hoopt men de beweringen te kunnen staven met harde data.
De data zullen worden verzameld door voedselboseigenaren zelf. Hoe meer voedselboseigenaren meedoen, hoe interessanter de resultaten worden.
(lees verder rechtsboven)


terug naar boven >>

 


De beloning is tweeledig: iedere eigenaar kan nu ontwikkeldata over het eigen bos overzichtelijk bijhouden en kan bovendien de ontwikkeling vergelijken met andere voedselbossen.

Tamme kastanje

Dit project bouwt voort op een eerder POP3project, https://voedseluithetbos.nl. In dit eerdere project werden vier voedselbosthema’s voor de bosbouw ontwikkeld. Iedereen met (plannen voor) een voedselbos kan hier al een dossier aanmaken en spelen met verschillende thema’s en verdienmodellen.


Sterfte onder mezen

Uit recent onderzoek blijkt dat er waarschijnlijk een indirect verband is tussen het gebruik van gif en het grotere aantal dode mezen in de steden.

De hogere sterfte van koolmeesjongen is dus niet direct toe te wijzen aan de chemische bestrijding van de buxusmotrups. Omdat er door allerlei soorten gif tegen insecten minder insecten zijn en dus minder voedsel voor vogels en andere insecteneters gaan vogels vaak dood van de honger.

Uit het onderzoek blijkt ook dat een groot deel van de gevonden gifstoffen komt van anti-vlooien-teken middelen. Restanten hiervan werden veelvuldig gevonden in de onderzochte mezen. Omdat honden- en kattenharen een geliefd nestmateriaal zijn voor mezen komen ook bespoten haren in nesten terecht en dringen door de huid van de jonge meesjes. Het is dan ook raadzaam om honden niet meer buiten in de natuur te borstelen en de haren achter te laten en borstels met honden- of kattenharen niet meer buiten uit te kloppen, tenzij u zeker weet dat ze niet behandeld zijn tegen vlooien of teken.

   
 
   
   
   


https://www.ivn.nl


IVN
laat jong en oud beleven hoe leuk, gezond én belangrijk natuur is.
Dat doen ze met natuuractiviteiten, cursussen, projecten en campagnes. 
Zelf leren en doen staan altijd centraal.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Wilde eend
(Anas platyrhynchos)

In onze vorige Nieuwsbrief (december) schreef ik al iets over de paarvorming van de wilde eend in de herfst. Nu 2020 door Sovon en Vogelbescherming is uitgeroepen tot het ‘Jaar van de Wilde eend’ krijgt hij in Natuur PLUS extra aandacht. De Wilde Eend is nog steeds een talrijke soort. Het is echter wel de zoveelste vogelsoort van het boerenland waarmee het slecht(er) gaat.

Uiterlijk
Het mannetje, de woerd, is de enige eendensoort met twee gekrulde staartveren. Hij heeft een glanzend groene kop en witte halsring, een bruine borst en grijze romp. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben een duidelijke blauwe spiegel een brede platte snavel. Die van het mannetje is geel, van het vrouwtje oranje. Hun oranje poten zijn voorzien van zwemvliezen.  

Het vrouwtje heeft een bruin verenkleed. Met die schutkleur is ze bijna onzichtbaar als zij verscholen op haar nest zit te broeden. Dat nest is vaak te vinden in de oevervegetatie of in een hooiland. Wilde eenden worden dan ook wel tot de weidevogels gerekend. Hun lengte is 50 tot 65 cm en ze wegen tussen de 750 en 1500 gram. Alleen vrouwtjes kunnen kwaken. Mannetje maakt zachte onopvallende geluiden, een raspende roep en tijdens de balts fluit hij.

Drijven en vliegen
Tussen de donsveren wordt lucht vastgehouden om het drijfvermogen te verhogen. Het brede lijfje blijft bij harde wind en golfslag gemakkelijk in balans. Een wilde eend duikt niet gauw en bijna nooit dieper dan een meter. Daarna worden de vleugels zorgvuldig druppelvrij gemaakt. Hij smeert zijn veren in met vet, afkomstig uit de stuitklier vlak boven de staart. Zo houdt hij zijn verenkleed in goede conditie en blijven de veren waterafstotend. Dankzij hun lange en spitse vleugels kunnen wilde eenden vrijwel loodrecht uit het water opstijgen. Het zijn 'slagvliegers'. Ze kunnen niet zweven, maar behoren wel tot de snelste vliegers in het vogelrijk.

Paarvorming
Voor de balts, die al in de herfst begint, steekt de woerd zich in een mooi nieuw verenpak en dan begint het spel. Rondjes zwemmend om het vrouwtje, trekt hij zijn kop naar achteren en richt zich hoog op uit het water. Dan duikt hij naar voren, roeit driftig met zijn snavel door het water en komt weer omhoog, daarbij kromt hij zijn hals, zodat z’n snavel ondergedompeld blijft. Daarna trekt hij de snavel tegen zijn borst, tilt hem plotseling op en werpt een snoer van waterdruppels in de richting van het vrouwtje waar hij een oogje op heeft. Ook toont hij zijn glanzend-blauwe spiegel­vlek, door de vleugel iets te lichten. Het vrouwtje wijst, nadat zij het mannetje heeft uitverkoren, met haar snavel de woerden aan die door haar geliefde weggejaagd moeten worden. Daarna wordt er dagelijks op het water gepaard. Zonder water is er geen paring. Na de paring zwemt het mannetje een rondje om z'n vrouwtje en vervolgens nemen ze samen een bad. Wilde eenden vormen in de winter en het voorjaar paartjes. Daarbuiten is de binding afwezig.

Leefomgeving en voedsel
In Nederland is de wilde eend de meest voorkomende soort eend. Hij komt echter ook voor in Noord- en Centraal-Amerika, Azië en in het Caribisch gebied. De wilde eend is eigenlijk overal te vinden waar voedselrijke wateren zijn zoals boerensloten, kanalen, rivieren, vijvers, vennen, moerassen, plassen, beken en meren. In de herfst vormen wilde eenden groepen van soms meer dan 1000 dieren op grote wateroppervlakten, van waaruit ze zich ’s avonds verspreiden om voedsel te zoeken. ‘s Winters verzamelen ze zich vaak bij wakken in dichtgevroren water. Die houden ze al zwemmend zelf open.

Het voedsel bestaat voornamelijk uit waterplanten, grassen en kleine diertjes waaronder visjes en waterinsecten. Die haalt hij van de bodem door te grondelen: met het kopje onder water en het kontje in de lucht zoekt hij onder het wateroppervlak naar voedsel.

Als hij grondelt zuigt hij met z’n vlezige, gevoelige tong water op door de snavelspits en laat dit met gesloten snavel via de randen weer naar buiten lopen. Hierdoor ontstaat het bekende snaterende/slobberende geluid. Hij slobbert ook kroos uit het water op. Eendenkroos heeft die naam niet voor niets gekregen. Op het land eet hij graag wormen en slakken. ‘s Zomers en in de herfst gaat de wilde eend over op een vegetarisch dieet dat vooral bestaat uit zaden van grassen en granen. Wilde eenden gaan vooral 's nachts op zoek naar eten. Voedselvluchten vinden plaats over 10 km en meer. Eendenkuikens eten allerlei kleine diertjes, zoals muggen en waterslakjes.

Broeden
De wilde eend broedt in heel Europa, grote delen van Azië en in Noord-Amerika. Hij is ingeburgerd op diverse plaatsen in het zuidelijk halfrond. Hij is overwegend standvogel; alleen de meest noordelijke populaties trekken en overwinteren in warmere streken. Gemiddeld leven er in Nederland ruim 350.000 broedparen van de wilde eend. Sinds 1990 loopt de broedpopulatie terug, de reden hiervoor is nog niet helemaal duidelijk.
In maart maakt het paar 'verkenningsvluchten' om een geschikte plek voor de bouw van een nest te vinden. De woerd beslist uiteindelijk waar de het nest komt. Boven: nest in knotwilg. Het vrouwtje zorgt voor de inrichting. Het nest wordt gebouwd op de grond, vaak dicht bij het water, verstopt in het lange gras, maar ook wel in een knotwilg en soms zelfs op een balkon.

De broedperiode kan van februari tot augustus duren. Gedurende die tijd heeft ze soms wel twee tot drie legsels, meestal bestaande uit 6 tot 10 eieren. Deze eieren worden alleen door het vrouwtje bebroed. Eerst blijft de woerd nog in de buurt van het nest. Vaak begeleidt hij zijn vrouwtje als ze het nest even verlaat voor haar ontbijt en avondmaal. Na een week houdt het mannetje het voor gezien en verlaat voorgoed zijn vrouwtje. Een woerd ziet dus nooit zijn eigen jonkies. Over het algemeen duurt het uitbroeden van de eieren ongeveer 28 tot 30 dagen.
In de laatste fase communiceren de eendenkuikens vanuit het ei met elkaar, zodat ze gelijktijdig geboren worden. Hiermee vergroten ze hun overlevingskans en hoeft de moeder niet te letten op loslopend grut terwijl ze alsnog enkele eieren moet uitbroeden.

De sterfte van eendenkuikens is het grootst in de eerste weken nadat ze het nest hebben verlaten. De kuikens zijn in die fase het meest kwetsbaar voor roofdieren en slechte weersomstandigheden. Ze moeten ook vaak aan land om te rusten.

In sloten en vijvers met steile oevers verdrinken veel jonge eendjes: die kunnen de kant niet opkomen en raken uitgeput. Om dit te voorkomen zouden er op die plekken eendentrappetjes moeten worden geplaatst, zodat eendjes en andere dieren veilig het water kunnen verlaten. Drie op de vier eendenkuikens worden niet ouder dan drie weken. Gemiddeld worden eenden 15 jaar oud, maar er zijn oudere exemplaren bekend. De oudst bekende wilde eend werd 29 jaar.

Eendenkorf
Om het broedsucces van de wilde eend te vergroten kan het plaatsen van broedkorven helpen. Soms kunnen ook waterhoentjes of steenuilen in een korf broeden. Het succes van broedkorven kan worden vergroot als ook de water- en oeverbiotoop op orde is met veel schuilgelegenheid en natuurlijk voedsel.
De korven worden (op een rustige, luwe plek) boven het water geplaatst. Daardoor valt een groot deel van de predatie weg. Veel landroofdieren -zoals vossen, marters en katten- mijden het water. Vliegende predatoren, zoals kraaien, reigers, ooievaars, eksters en meeuwen, worden door de nauwe ingang van de korf weerhouden van predatie van het nest. Het plaatsen van broedkorven gebeurt altijd in overleg met de eigenaar van het water. 

Broedkorven worden traditioneel gevlochten van wilgentenen. Ze worden op stevige kruiselings geplaatste stokken boven het water geplaatst in december/januari zodat de eenden er tijdig aan kunnen wennen. De richting van de vliegopening is van groot belang bij het plaatsen. De achterkant moet gericht zijn op de overheersende windrichting. Dus de opening naar het noordoosten. Door de korf iets achteroverhangend te plaatsen, wordt voorkomen dat het vrouwtje per ongeluk de eieren mee naar buiten rolt bij het verlaten van het nest. De achterkant van de eendenkorf wordt gevuld met fijngeknipt, oud hooi. Dit om de korf zoveel mogelijk winddicht te maken.

Ruien
Wilde eenden ruilen minstens één keer per jaar hun oude 'jas' in die uit ruim 10.000 veren bestaat, voor een nieuwe; dit wordt rui genoemd. Ze verliezen in korte tijd alle grote veren vanuit hun vleugels en kunnen een maand lang niet vliegen. Mannetjes krijgen dan hetzelfde bruine onopvallende verenkleed als vrouwtjes, zodat ze in deze kwetsbare tijd niet opvallen. Alleen aan de groengele kleur van de snavel kun je nog zien dat het een mannetje is. Pas in september krijgen de mannetjes hun mooie prachtkleed terug.

Overleving kuikenfase
Het probleem voor de Nederlandse wilde eenden zit niet in een afnemend nestsucces of een verminderde overleving. Het nestsucces (percentage nesten dat ten minste één uitgelopen jong voortbrengt) is op de lange termijn gelijk geblevenzonder duidelijke schommelingen. De jaarlijkse overleving van in Nederland geringde eenden is zelfs toegenomen. Deze hogere overleving komt waarschijnlijk mede tot stand door het sterk afgenomen afschot in Nederland. Het stabiele nestsucces en een lichte toename in overleving in een afnemende populatie maken het aannemelijk dat het probleem voor de wilde eend in de kuikenfase zit. Vooral in stedelijk gebied is het predatie-effect goed zichtbaar, waarbij eenden in enkele dagen tijd soms 8-10 kuikens verliezen. Belangrijke predatoren zijn reigers en bruine ratten maar ook meeuwen.

Jacht
De jacht op wilde eenden is toegestaan van 15 augustus tot en met 31 januari. Het is de enige eend van de bijna dertig soorten in Nederland waar jagers nog op mogen jagen.

Soepeend
Soepeenden zijn watervogels die vrij leven in de Nederlandse natuur. Het is geen aparte soort maar een verzamelnaam voor eenden die een kruising zijn tussen wilde eenden en losgelaten of ontsnapte eenden. De eenden zelf maakt het niets uit, die maken geen onderscheid. Zo ontstaan er veel hybride eenden (kruisingen tussen soepeenden en wilde eenden). Het onderscheid tussen soepeend en wilde eend is bij het mannetje vaak goed te zien. De witte halsring kan ontbreken of de borst is grijs in plaats van bruin. Bij de vrouwtjes is het veel moeilijker te zien, omdat die vaak net iets lichter of donkerder bruin zijn dan de wilde eend. Veel soepeenden hebben echter witte vlekken of zijn helemaal wit, wat de determinatie een stuk eenvoudiger maakt. Bij donskuikens is het vaak het makkelijkst te zien: zij zijn (gedeeltelijk) geel of juist bijna zwart.

Sovon en Vogelbescherming hebben 2020 uitgeroepen tot het Jaar van de Wilde Eend. Sinds 1990 is ongeveer een derde van onze wilde eenden verdwenen. Waardoor? Dit jaar wordt opnieuw hulp van het publiek ingeroepen om dit raadsel op te lossen.

Hoe kun je meedoen?
Begin 2020 wordt de vernieuwde versie van de app KuikenTeller gelanceerd.
Door gezinnetjes (toompjes) wilde eenden met kuikens te volgen en het aantal kuikens telkens te tellen, verzamel je waardevolle informatie. Je kunt ook gegevens over krakeenden en soepeenden invoeren. Naast kuikens tellen is het de bedoeling meer kennis te verzamelen over de verhouding tussen mannetjes en vrouwtjes wilde eenden.

Meer informatie
Deze winter verschijnt er steeds meer praktische informatie op deze website over hoe je kunt meedoen aan het Jaar van de Wilde Eend.

Bronnen: Sovon, Beesies, Vogelbescherming, BNNVara, Dieren-en-planten, Landidee

Lees hier verder

terug naar boven >>

   
     
   
   


Natuurwandeling door Leidschendam

Op woensdag 22 januari kunt u onder leiding van IVN Natuurgids Ria Hoogstraat een lekkere winterwandeling maken door Leidschendam. Het wordt een echte doorstapwandeling, geschikt voor goede lopers. 
We verzamelen om 14.00 uur bij de FUGRO op de hoek Dillenburgsingel/Veurse Achterweg. We lopen dwars door het groene hart van de wijken ’t Lien en De Rietvink tot aan De Vliet en dan via het Raadhuiskwartier weer terug naar het startpunt.
De wandeling duurt ± anderhalf uur. Bereikbaar met bus 46,  halte Dillenburgsingel.
Aanbevolen: stevige schoenen en warme/waterdichte kleding.

Info: www.ivndenhaag.nl of tel. 06 1822 5941 of 070 - 327 9349.


terug naar boven >>

   
     
   
   


Kleine bossen

Kleine bossen, zelfs als ze kleiner zijn dan een voetbalveld, zijn belangrijker dan gedacht, concluderen onderzoekers van de Universiteit Gent. Zo halen ze relatief meer broeikasgassen uit de atmosfeer dan grotere bossen en bieden ze beter voedsel voor wilde dieren, zoals bessen of jonge boompjes.

De wetenschappers weerspreken het heersende beeld dat grotere bossen zorgen voor meer biodiversiteit en beter zijn voor het ecosysteem. "In verhouding tot grote bossen bevatten kleine bosjes inderdaad minder soorten planten en dieren, maar ze leveren wel proportioneel meer ecosysteemdiensten per oppervlakte", aldus professor Pieter De Frenne. Daarmee wordt gedoeld op zaken als bescherming tegen overstromingen, bestuiving van gewassen door wilde insecten, natuurlijke waterzuivering, klimaatregulering en recreatie in de natuur. De resultaten tonen aan dat het belang van kleine bossen niet mag worden onderschat, aldus de onderzoekers die bossen in heel Europa onder de loep namen. Beleidsmakers moeten volgens hen veel meer energie steken in het behoud van kleine bospercelen, "want ze hebben een groot maatschappelijk belang".

Bron: BNN VARA


Het geheime bos in Drenthe

Boswachter Marieke Schatteleijn is op een geheime missie. Ergens in het Drentse landschap ligt een natuurbos waar maar weinig mensen vanaf weten. De natuur mag in dit geheime bos volledig haar gang gaan, er wordt geen onderhoud gepleegd.

En dat resulteert in een bijzonder stuk bos. Niet alleen boswachter Marieke was hier. Ook ik kwam heel toevallig in oktober in dit geheime bos terecht...

Filmpje Binnenste Buiten over dit geheime bos: klik hier


Eén miljoen nieuwe bomen

De provincie Limburg wil in 8 jaar tijd 1 miljoen nieuwe bomen planten. Gedeputeerde Staten hebben Provinciale Staten gevraagd hiervoor 2 miljoen euro te mogen vrijmaken.

De nieuwe bomen worden geplant in zowel natuurgebieden als in het buitengebied en in dorpen en steden. De provincie gaat kijken op welke overhoeken op provinciale gronden en langs wegen extra bomen kunnen worden geplant. Ook komt er een subsidieregeling om het bomenplan een vliegende start te geven. Dan kunnen deze winter al een groot aantal nieuwe bomen worden geplant.

Bron: Provincie Limburg

terug naar boven >>

   
   
       
   
   


Geniet van het eilandgevoel

Midden in rivier De Noord ligt natuureiland Sophiapolder, waar je een mooie wandeling kunt maken.
Deze winter zetten onze vrijwillige schippers je weer gratis over.

Vaardata van het pontje in 2020:
- Zaterdag 25 januari
- Zaterdag 22 februari

Je kunt vanaf 14.00 uur naar het eiland varen.
Laatste afvaart terug is om 16.00 uur.

Meer info: klik hier


Krakend Koud - Van eind december 2019 tot 16 april 2020

Het wil nog niet erg met onze winters de laatste jaren. Maar in het Huizer Museum is het koud. Tekeningen, etsen, litho’s, olieverfschilderijen en aquarellen illustreren de winter in het Gooi. Inspiratiebron voor menig kunstenaar. Winter in de vorm van kerstwensen uit midden 18e eeuw, of een dik pak sneeuw in de 20e eeuw. De kunstenaar komt zijn huis uit om de magische witte deken vast te leggen. Sprookjeslandschappen. 

In elk landschap schuilt een twinkel, en ondanks de kou, een vleug van bewondering. Zowel tijdens de echte koude winters in de kleine ijstijd (1400 tot midden 1800) tot aan de warmere winters begin 21e eeuw. Uit de collectie van Hilversum, Blaricum, Laren, HuizerMuseum, Stichting Kunstbezit ‘s Graveland en enkele particuliere collecties zijn de mooiste winterlandschappen in verschillende stijlen en technieken bij elkaar gebracht.

Winterlandschappen zorgt ook voor winterpret! IJs en sneeuwvermaak, schaatsen, sleeën, koek en zopie. Toen en nu. En ieder jaar hoopt men weer op die Elfstedentocht....

Adres: Huizer Museum, Achterbaan 82, 1271 TZ Huizen
Meer info: klik hier


Grafisch werk van Anne Woudwijk - tot 1 april 2020

In deze expositie is werk van de in 1952 te Drachten geboren en getogen kunstenaar te zien, dat nog niet eerder is geëxposeerd. Enige werken zijn zelfs speciaal voor deze wintertentoonstelling gemaakt. 

 

 

 

 

 


De kunstenaar groeide op in het Flowerpower tijdperk en begon zijn artistieke loopbaan als decorateur van piano’s. Later is hij bekend geworden door zijn grote geabstraheerde beelden uit Belgisch hardsteen. Toen het hakken in hardsteen te zwaar begon te worden is Woudwijk, na nog wat klein beeldhouwwerk gemaakt te hebben, weer gaan tekenen.

Tegenwoordig is zijn atelier piepklein, het is een vergrote kast die vol staat met mythische en symbolische voorwerpen. Sommige tekeningen, zoals die voor deze expositie, maakt hij met viltstift, die vervolgens naar zeefdrukker Peter Gerrits gaan, om er een druk in zwart-wit of kleur van te maken.
Meer over Anne Woudwijk en zijn werk op de website : http://www.annewoudwijk.nl/

Observeum - Museum & Sterrenwacht

Adres: Menno van Coehoornweg 9, 9251 LV Burgum
Meer info: klik hier

terug naar boven >>

   
   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.




 

 

 
 
 
     
' .