Flora en fauna
- Oranje
- Merel

Natuurnieuws
- Broedvogels van bossen

- Stiltegebieden

Natuur Uit en Thuis
- UIT: het bruine goud

- THUIS: hap-slik


Natuur kort
- Nieuwe bomen in waddenlandschap

- Fladderiep
- Begrazing door landgeiten

Natuurexcursie
- Geen

Boekennieuws
- Mereldagboek

Website van de maand
- https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/

 


Citaat van de maand van
- Elizabeth Bibesco

Natuur Plus

-
Merel

Bomenweetjes
- Minder bos door minder aanplant
- Vetree

Uit-tips
-
Winterkoorts
- Hendrik Broer, schilderen in stilte

- GeKOEsterd

 
NB. De links in onderstaande teksten zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
   
   
   


oranje

Er zijn paddenstoelen die vooral of juist alleen in de winter te vinden zijn. Wat opvalt is, dat er zo veel oranje exemplaren zijn, net of ze de donkere dagen wat willen opvrolijken.

Ga eens op zoek. Wie weet zie je de Gele trilzwam (1), de Gewone franjezwam (2), de Vermiljoenhoutzwam (3), de Winterhoutzwam (4), het Plooivlieswaaiertje, de Oranje aderzwam of het Gewoon fluweelpootje dat er soms ook verrassend oranje uit kan zien.

Gewoon fluweelpootje (Flammulina velutipes) is een uitgesproken winterpaddenstoeltje.
De naam klinkt lieflijk en fluweelzacht, maar het zijn taaie rakkers die wel een stootje kunnen hebben. Vanaf december tot eind februari verschijnen ze in bundels op afgestorven boomstronken van o.a. beuk, es, els, populier, vlier, wilg en kastanje. Fluweelpootjes zijn gemakkelijk te herkennen.

Bij vochtig weer is de bovenzijde van de hoed helder oranjebruin, glanzend en slijmerig en de steel is 'fluwelig', donkerbruin. Flammulina is afgeleid van het Latijnse flammeus (‘vlammetje’) hetgeen betrekking heeft op de heldere oranjebruine hoed. Velutipes is een samentrekking van velutinus, dat ‘fluwelig’, en pes dat ‘voet’ betekent.


Merel
Vogel van het jaar 2022

Het is de talrijkste broedvogel van ons land en een populaire vogel: de merel. In de afgelopen twee eeuwen ontwikkelde de soort zich van schuwe bosvogel naar bekende tuinvogel.

De merel heeft het helaas al meerdere jaren niet altijd even gemakkelijk. Waarschijnlijk deels als het gevolg van het Usutu-virus, dat vanaf 2016 in ons land rondwaart, maar de precieze oorzaken zijn niet bekend.

Het virus lijkt gelukkig op zijn retour te zijn. In 2021 is er zelfs nog geen geval bekend geworden. Op http://www.jaarvandemerel.nl vindt u meer informatie, ook over hoe u zelf mee kunt doen.

In Natuur Plus leest u heel veel meer over de merel.

terug naar boven >>

   
 
   
   


Broedvogels van bossen

Er is in Nederland sinds 1990 een toename van kenmerkende broedvogels van bossen. Van de 27 gevolgde soorten gaan er 13 vooruit en 8 achteruit in populatieomvang sinds 1990, 6 soorten zijn stabiel.

Broedvogels worden met name veel aangetroffen in oude bossen op goed gebufferde (constante pH waarde), rijke bodems. Naaldbossen op arme zandgronden zijn vaak minder soortenrijk. Afhankelijk van de bodem, omgevingsinvloeden, de leeftijd van het bos en het beheer, spelen verschillende processen in op de samenstelling van de broedvogelpopulaties. De aanleg van nieuwe loofbossen is gunstig voor bosvogels, maar jong bos is vooral aantrekkelijk voor soorten die ook veel in struweel voorkomen. Bij het ouder worden van het bos kunnen die weer afnemen. Dit speelt mogelijk een rol bij de afname van de matkop. Veroudering van het bos is gunstig voor kroon- en holenbroeders. Enkele soorten van oudere bossen vertonen een achteruitgang, waaronder fluiter en zwarte specht (l). Predatie door de in opkomst zijnde boommarter is bij de zwarte specht en havik ook een mogelijke oorzaak van de neerwaartse trend. Ook enkele vogelsoorten van naaldbos zoals de kuifmees en zwarte mees (m) nemen in aantallen af, mogelijk door omvorming van naaldbos naar loofbos.

Roofvogels, zoals buizerd (r), havik en sperwer, nemen toe in bossen in Laag Nederland, maar nemen af in bossen op hoge zandgronden, omdat ze daar weinig voedsel van goede kwaliteit vinden, maar ook omdat ze vaak nestelen in naaldbomen die gekapt worden.

Bron: Compendium voor de Leefomgeving

terug naar boven >>

 


stiltegebieden

Provincie Flevoland gaat door middel van QR-codes bij een aantal gebieden in Flevoland aandacht vragen voor stilte.



Het gaat om delen van het Kuinderbos, Roggebotzand en het Horsterwold. Deze gebieden zijn aangewezen als stiltegebieden. De provincie werkt hierin samen met Staatsbosbeheer. Zij zijn de eigenaar van deze gebieden.
 
De QR-codes op de borden bij de ingangen van de stiltegebieden verwijzen naar een informatiepagina op de website van de provincie. De regels voor de bescherming van de stilte staan in de Omgevingsverordening van Provincie Flevoland.

De regels bestaan uit een zorgplicht, gedragsvoorschriften inclusief verbodsbepalingen en een richtwaarde voor de maximale geluidbelasting. De bescherming van de stilte is gericht op het behoud van de stilte voor de lange termijn.

De regels gelden niet voor geluiden van bijvoorbeeld wandelaars of fietsers. Ook voor noodzakelijke werkzaamheden voor het beheer van de gebieden gelden de regels niet. Voor incidentele activiteiten in de stiltegebieden kan een ontheffing worden aangevraagd.

Bron: Provincie Flevoland


   
   
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


NATUUR uit: het bruine goud

‘Turf, het bruine goud’. Ik loop eind november bij Achtmaal (NB) een zo genoemde route van de mooisteroutes.nl. Bruin goud? Ik zie geen bruin goud, wel goudbruin! Prachtige, uitgestrekte bladertapijten en nog volop goudbruine bladeren aan reusachtige beuken, zij aan zij in een lange rij langs statige zichtlanen.

De routenaam verwijst naar bijna vijf eeuwen turfsteken in dit gebied. Nu graast er een schaapskudde en kleuren jerseykoeien warmbruin in de laagstaande najaarszon. De een gebruikt haar tong als washandje voor de ander. Handig, zo’n hulpje als je er zelf niet bij kunt.
Ik doorkruis de mooie oude Buisse heide, eet een boterham in de theekoepel waar de wortels van een enorme beuk onder het zitbankje doorkruipen en waar Henriette Roland Holst (rooie Jet, de heks van de Buisse Heide) thee dronk en uitkeek over het veld, om inspiratie op te doen voor haar gedichten.
Over het landgoed dat ze in 1945 aan Natuurmonumenten schonk, schreef ze ooit: 'Een plek zoo lieflijk, vredig en idyllisch bekoorlijk, dat elk mensch, die daar komt, door haar stille blije harmonie getroffen wordt’.
En zo is het…


NATUUR thuis: hap - slik

Een paar uur droog (en graag een beetje zonnig), meer verlang ik niet. Wandelschoenen aan en gaan. Ook nu kan ik de regenbuien maar net ontlopen. De zon zet de laatste herfstbladeren in een gouden gloed. Er steekt een wit kopje met priemende ogen en een scherpe snavel boven het maaiveld uit. Ik loop voorzichtig naar de sloot. Daar staat de rest… Een grote zilverreiger scharrelt z’n middagmaal bij elkaar.

Een geduldwerkje, want tijdens het kwartier dat ik hem observeer, vangt hij slechts twee minivisjes. Dus gaat hij op de vleugels en landt bij het volgende ‘restaurant’. Hopen maar dat dat meer oplevert.
Als ik net thuis ben, is er paniek in de tuin. Mussen vliegen verschrikt op. In m’n meidoorn is net een vogel geland die ook trek heeft in een maaltje. Een sperwer probeert een van de vele mussen te grijpen, maar ze zijn hem te snel af. Een dag later rond dezelfde tijd is hij er weer! Maar ook nu heeft hij geen geluk.

Toch liggen er al een paar dagen kleine witte veertjes in de tuin, de herkomst laat zich raden. Op deze ‘gast’ zit ik niet dagelijks te wachten, de mussen ook niet.

Maar niet elke vogel krijgt zijn eten op een presenteerblaadje aangeboden zoals de mussen en de 'een graantje meepikkers', zoals de vinken, tortelduifjes, pimpelmeesjes, koolmezen, het heggenmusje en de roodborst. Oppassen geblazen dus voor dit kleine grut!



terug naar boven
>>


   
 
   
   
   


Nieuwe bomen in waddenlandschap

Stichting Groninger Bomenwacht is samen met Landschapsbeheer Groningen gestart met het aanplanten van nieuwe bomen in het Groningse waddenlandschap. Het planten van verschillende nieuwe bomen kan de karakteristieke beplanting in het landschap versterken en bovendien zorgen voor een duurzaam bomenbestand.



Het waddenlandschap van Groningen is een open landschap, maar er staan ook tienduizenden bomen. Zij maken vaak deel uit van karakteristieke wegbeplantingen, monumentale boerenerven, historische terreinen, maar ook van de beplantingen in en rond de dorpen en op particuliere erven. Een groot deel van deze karakteristieke bomen is getroffen door ziekte.

Stichting Groninger Bomenwacht en Landschapsbeheer Groningen zijn al gestart met het aanplanten van bomen op grond van de gemeente en de provincie, maar willen dit ook doen op particuliere erven. Ze doen daarom een oproep aan eigenaren van particuliere erven om ook een bijdrage te leveren en zich bij Landschapsbeheer Groningen te melden.

Bron: Landschapsbeheer Groningen

 


Fladderiep

In Het Groene Woud tussen Tilburg, Eindhoven en 's-Hertogenbosch worden nieuwe natuurgebieden ontwikkeld die de versnipperd geraakte overgebleven natuur weer moet verbinden. Op diverse plekken worden fladderiepen aangeplant, een boomsoort die bijna uit Nederland was verdwenen.

De fladderiep is bijzonder omdat deze boom plankwortels kan vormen die stevigheid opleveren op een drassige ondergrond. Ook is belangrijk dat de fladderiep minder gevoelig is voor de iepenziekte.



Van nature komt de fladderiep voor in vochtige gebieden zoals hardhout-ooibossen en andere periodiek natte gebieden. In Nederland zijn deze vochtige bossen vrij zeldzaam geworden. Ze komen met name voor langs rivieren en beken, op veen en zoals in Brabant op een zandbodem met veel leem. Door de leem kan regenwater niet diep in de bodem zakken. De leemlaag bevat bovendien veel kalk en andere mineralen. Deze mineralen lossen op in het grondwater. Verschillende boomsoorten, waar er een heel aantal zeldzaam van zijn geworden, horen thuis in deze bosgemeenschap: fladderiep, zwarte populier, linde en zoete kers.

Bron: ARK Natuurontwikkeling



Begrazing door landgeiten

Een kudde landgeiten begraast momenteel de heide in Beerze. Het is een pilot van Landschap Overijssel. Op een natuurlijke manier kunnen de dieren de bebossing van open stukken tegengaan.

Foto: J.Werndly, Landgeiten-in-het-beerzerveld,

De geiten halen ongewenste begroeiing zoals berken en Amerikaanse vogelkers op de heide weg. De landgeiten zijn afkomstig van het bedrijf Natuurbegrazing Bannink uit Bergentheim. De kudde van dat bedrijf wordt ingezet in verschillende natuurgebieden. 

Bron: Landschap Overijssel

terug naar boven >>

   
 
   
   
   


Geen excursies

terug naar boven >>

   
 
 
   
   


Mereldagboek

Jaloezie en achterdocht, passie en paring, burenruzies ... Het komt allemaal voor in de achtertuin van bioloog Hay Wijnhoven. Bij toeval ontdekte hij dat 'zijn' merels verzot waren op rozijnen. Al snel deden de vogels hun dagelijkse dingen binnen zijn blikveld.

Nieuwsgierig en met een scherp oog voor detail begon hij alles te noteren en hij maakte er prachtige zwart-wit tekeningen bij. Het uiterlijk van het boekje is bijna karakteristiek voor de inhoud. De lieflijke omslag, het 'overal mee naar toe te nemen'
-formaat, het vragende oog, alles daagt uit tot lezen, het lezen op zijn beurt tot koesteren van dit kostelijke werkje.
Wijnhoven kijkt met de ogen van een bioloog, neemt waar als een kunstenaar en tovert van tijd tot tijd met taal. Op de bijgevoegde CD met opnamen van de diverse merelgeluiden buigen Nico de Haan, Henk Meeuwsen en Hay Wijnhoven zich over de mogelijke interpretaties en betekenissen. 

Mereldagboek inclusief CD: 

Auteur: Hay Wijnhoven
Uitgever: KNNV uitgeverij
ISBN:  978 90 5011 319 9
Prijs: 14,95 euro

terug naar boven
>>



   
   
   
   


https://beeldbank.cultureelerfgoed.nl


In de Beeldbank staan bijna 1 miljoen fotos en tekeningen van erfgoed, afkomstig van verschillende bronnen. Een gedeelte van dit beeldmateriaal werd in de 19e eeuw belangrijk voor het documenteren van erfgoed.

Het grootste deel van de fotos in de Beeldbank is echter gemaakt in de 20ste eeuw. Het doel van de Beeldbank is het beeld zo veel mogelijk, voor iedereen, gratis en in hoge resolutie, beschikbaar te stellen. Zie Rechten.

terug naar boven >>

   
 
   
   

terug naar boven >>

   
   
   
   


Merel - Turdus Merula

Zang
Wat is er mooier dan ’s morgens vroeg te worden gewekt door het gezang van een merel! Hij zingt als één van de eerste vogels, ruim voor zonsopkomst vanaf een hoog overzichtspunt zoals de top van een boom of de nok van een dak. 

De merel is de mooiste zanger van alle vogels in Nederland. In februari begint hij al met een fluisterliedje. Veel mensen worden gelukkig van merelzang en associëren het geluid met het begin van de lente. Elke merel heeft een aangeboren basiszang. De rest leert hij door te luisteren naar andere merels.

Gedurende een week of zes oefent een merelmannetje erop los, totdat hij uiteindelijk een heel scala aan variaties tot zijn beschikking heeft. Merels zingen allemaal net iets anders en nemen deuntjes van elkaar en van andere dieren over. Zelfs van mensen! Ook weidevogelgeluiden, vooral die van de wulp en de kievit, zijn populier bij de merels. Als hij tevreden is met zijn zang, blijft hij dat steeds herhalen, al kan hij zijn lied na verloop van tijd wel aanpassen. Zo kan hij er opeens een ringtone in verwerken, om meer indruk te maken op de vrouwtjes in zijn omgeving.

Alarmsignaal
Naast hun zang houden merels onderling contact met een fijn rollend 'tsrrie'
en maken ze naast een laag, zacht 'tsjoek' ook een luid, scherp 'pink pink pink'. Hun alarmsignaal is een snelle opeenvolging van scherpe, harde, ratelende tonen, 'tsjink-tsjink-tsjink', dat blijft aanhouden tot het gevaar geweken is. Soms brengt de merel een 1-tonig heel hoog schel piepje voort en herhaalt dit steeds. Het wordt gebruikt wanneer er nog geen direct gevaar is of wanneer hij nog niet weet of hetgeen hij ziet een gevaar zal vormen. Met dit geluidje kunnen predatoren nog niet traceren waar hij zich bevindt.

Uiterlijk
De merel behoort tot de familie van de lijsters en is de meest algemene vogel van Nederland. In tegenstelling tot andere lijsterachtigen kun je bij de merel vrouwtje en mannetje goed uit elkaar houden. Het volwassen mannetje is zwart, heeft een felgele snavel en een gele oogring.

Het vrouwtje is donkerbruin met donkere strepen op de keel en een gespikkelde of donker gevlekte onderzijde. Ze heeft een lichtbruine spitse snavel en haar minder fel gekleurde oogring valt door het bruine verenkleed nauwelijks op. Jonge merels lijken veel op het vrouwtje maar zijn vaak donziger. Merels met een zwart verenpak en een zwarte snavel zijn jonge merelmannen. Ze krijgen in de herfst hun zwarte verenkleed, maar hun snavel verkleurt pas in de loop van de winter van zwart naar geel.

Als er bij een merel diverse kleurloze witte veren tussen zijn zwarte veren zitten, duidt dat op een pigmentafwijking (leucisme). Bij leucisme vindt er een 'storing' plaats in de overdracht van de melaninepigmenten naar de veercellen. Een belangrijk kenmerk bij leucistisch wit is, dat elke veer of geheel gekleurd of geheel wit is. Half om half veren duiden meestal op een slechte conditie van de vogel tijdens de veergroei of een te éénzijdig voedingspatroon.

Foto boven: Sandra Brennand

De merel heeft een vrij lange staart en zowel het mannetje als het vrouwtje heeft donkerbruine poten. De lichaamslengte van een volwassen merel is 23 tot 29 cm en hij weegt tussen de 80 en 125 gram. De gemiddelde leeftijd van merels is twee tot vijf jaar, maar er zijn merels die de respectabele leeftijd van tien jaar en ouder bereiken. De oudst bekende merel was 21,8 jaar oud.

Volksnamen
Enkele volksnamen: Swarte Lyster (Fr), Geelbek, Fluiter, Meerle, Merelaar (Vla), Malder (L) Me(e)rling (Lb, NB), Maerelaer (Zl) en Mezelaar (Noordbeveland). Namen die met z ’n geluid samenhangen en bovendien associaties oproepen met een regenbui zijn Regenroeper, Regenfluiter en Regenschreeuwer.
Standvogel
Merels zijn standvogels. Ze overwinteren hier, niet ver van waar ze zijn geboren. De standvogels in Nederland en België worden in de winter aangevuld met iets grotere merels uit Noord- en Oost-Europa die hier komen overwinteren. Er is ook een groep merels die vanuit Nederland en België tussen september en november naar Spanje en Portugal trekken om te overwinteren. Merels komen van nature voor in heel Europa en grote delen van Azië. IJsland is het enige Europese land waar ze zeldzaam zijn. De merel is ook uitgezet in Australië en Nieuw-Zeeland, daar wordt hij inmiddels gezien als een plaag. Ze leven op alle mogelijke plaatsen: in bergwouden, in bossen met rottende bladeren op de grond, tuinen, parken of boerenland met grote heggen. Ze hebben zich ook bijzonder goed aangepast aan het moderne stadsleven.

Bosmerel / tuinmerel
De merel was vroeger een schuwe bosvogel en er zijn nog steeds bosmerels. Ze zijn veel schuchterder, broeden later, leggen minder eieren, eten meer rupsen dan wormen en trekken in de winter naar de steden en dorpen. De merels van het bos werden vroeger in veel boeken schuw genoemd, of ze dat echt waren is niet te achterhalen maar mensen vingen merels graag, voor in de kooi of in de pan, en dat maakt schichtig. De tuinmerel is een echte stadsvogel, maar dat is hij pas honderd jaar. Je vindt de merel overal in Nederland met grote dichtheid in het oosten van het land. Merels kiezen vaak voor gebieden met lage beschutting, zoals grasvelden met bomen en struiken.

Balts
In het baltsseizoen gedraagt het mannetje zich erg opvallend en rent met opgezette stuitveren, uitgespreide staart en hangende vleugels rond. Merelmannetjes met feloranje snavels zijn meer in trek bij vrouwtjes. Hoe feller oranje, hoe sneller haar hart gaat slaan. Doordat de carotenoïden, die de felle kleur bepalen, ook een rol spelen in het immuunsysteem van de vogel, geeft een vurig oranje snavel ook een aanwijzing over de conditie en de gezondheid van het mannetje. De jongen van oranjesnavels zijn vitaler dan de jongen van merels met een doffere of gelige snavel.

Verzorging
Merels hebben water nodig, zowel in de winter als in de zomer. Water is, net als voedsel, de eerste levensbehoefte voor vogels. Ze houden niet van al te diep water en drinken het liefst in een badje dat lijkt op een plas water. Vogels badderen om de veren te verzorgen. Ze maken hun veren op die manier vochtig en het vet uit de vetklier wordt zo verspreid over hun verenkleed. Dit invetten doen ze dagelijks. Het zorgt ervoor dat hun verenkleed goed isolerend en waterafstotend is. Tijdens de rui vervangen ze een groot deel van het verenpak. Op dat moment is de huid bereikbaar voor steekmuggen die het usutu-virus kunnen overbrengen. Soms zie je een merel op een zonnig plekje zitten met gespreide vleugels en staart. Met de snavel open lijkt hij -bijna extatisch- te genieten van de warmte. In werkelijkheid brengt het sterke zonlicht de aanwezige parasieten in zijn verenkleed in beweging waardoor de merel ze gemakkelijker kan wegpikken.

Nest
In maart beginnen de merels met het bouwen van een nest. Het vrouwtje bepaalt de plaats. Het mannetje verdedigt die plek fel als een andere mannetjesmerel te dicht bij het nest komt. Die wordt lijfelijk weggejaagd, achternagezeten en aangevallen waarbij het een gevecht op leven en dood lijkt. Merels maken nesten in bossen, maar ook in houtwallen, open landschappen, in struiken, heggen en bomen. Ook vrijgroeiende klimop is een prima nestmogelijkheden voor merels. Een wilde klimop ziet er ook nog eens mooi uit in de tuin. De ouders vlechten een keurig nestje van takjes in elkaar en werken het af met grassen, mos, pluisjes, bladeren en allerlei andere materialen die in de tuin te vinden zijn. Deze worden door elkaar geweven en met modderbrij verstevigd tot een komvormig bouwsel. De bouw van een nest neemt ongeveer vijf dagen in beslag.
Merels broeden soms in schuurtjes met een open verbinding naar buiten, waarbij een opgehangen helm benut wordt als bouwplaats voor het nest. Anders bouwt de merel het wel ergens op een plank. Zelfs in een balkonplantenbak kun je een merelnest aantreffen.

Broeden
In totaal broeden er 650.000 tot 1.100.000 paartjes in ons land. De broedperiode kan van eind maart tot augustus plaatsvinden. Ze kunnen tot wel 3 legsels hebben met 4 of 5 eieren per legsel. Daarmee is de merel de talrijkste broedvogel van ons land. Dat is ook wel nodig om de populatie in stand te houden. De eieren zijn groen met bruine of rode vlekjes. Na twee weken komen de eitjes uit.

Na ongeveer twee weken verlaten de jongen het nest, nog voordat ze kunnen vliegen. Ook buiten het nest worden de jonge merels nog een poosje verzorgd door de ouders. Bij de merels hebben de vrouwtjes echt de broek aan: wanneer het mannetje niet goed genoeg zijn best doet bij de opvoeding en verzorging wordt hij keihard gedumpt. Op een gegeven moment kunnen de jongen ook prima zelf voor hun kostje zorgen en beginnen de ouders te weigeren om nog voer in de altijd maar wijd opengesperde snaveltjes te stoppen.

Vlucht
De vlucht van een merel is meestal laag, onstuimig en snel indien hij op weg is naar een beschutte plaats. Over langere afstand vliegt hij op een golvende manier met korte series vleugelslagen. Bij de landing wipt zijn staart eventjes omhoog.

Voedsel
Merels zijn gek op (regen)wormen, emelten, pissenbedden, vruchten zoals bessen en aardbeien, torren en slakken. Die slakken stelen ze vaak van de zanglijster, omdat ze er zelf niet in slagen een slakkenhuis open te breken. Merels houden regelmatig de wacht bij een molshoop om regenwormen - op de vlucht voor een hongerige mol - uit de grond te trekken. De spitse, forse snavel maakt het mogelijk om insecten uit de grond te halen en om kleine deeltjes fruit te eten. Merels lopen veelal een paar passen over een gazon, houden vervolgens hun kop wat schuin om een worm vlak onder de oppervlakte te horen kruipen. Daarna is het een kwestie van pijlsnel pikken, trekken en verorbereren.

Verwennen
Insecten zitten graag tussen afgevallen herfstbladeren, hark eens een hoopje in een hoek van de tuin. De merel profiteert er graag van. Als je bij het winterse vogelvoeren wat rozijnen strooit, komen de merels daar zeker op af. Leg ook regelmatig appels en peren op een lage voertafel neer waar merels van kunnen eten. Besdragende bomen, zoals vuurdoorns, meidoorns en lijsterbessen in je tuin zorgen ook ’s winters voor een voedselvoorraad voor merels.

Vijanden
Merels slapen vaak op een tak verscholen tussen de bladeren. In de herfst en winter slapen ze vaak samen in kleine groepjes. Dit geeft meer veiligheid tegen belagers. Natuurlijke vijanden van de merel zijn de kraai en de kauw die de eieren en de jongen verorberen. Eksters en gaaien hebben het op de jongen gemunt. De bosuil valt zowel de jongen als het vrouwtje aan. Andere vijanden zijn de sperwer, eekhoorns en katten die in onze tuinen rondzwerven.

terug naar boven >>

   
 
   
 



Minder bos door minder aanplant

De oppervlakte bos in Nederland is in de afgelopen vier jaar met 1925 hectare afgenomen. Dat blijkt uit een recente analyse van Wageningen Environmental Research. De onderzoekers zien minder netto-ontbossing dan in de jaren daarvoor, maar vooral de aanplant van nieuw bos blijft achter. Nederland heeft momenteel 363.800 hectare bos. Dat is vergelijkbaar met het niveau van 1990.

In Nederland wordt ontbossing onder andere veroorzaakt door het weghalen van bomen om meer open natuur te creëren, zoals heidelandschappen. Daarnaast wordt er gekapt vanwege het aanleggen van woonwijken en het verbreden van wegen. Bij bomenkap voor houtproductie of bij ziektes, zoals essentaksterfte, verdwijnt er doorgaans geen bos. Meestal worden op dezelfde plek nieuwe bomen aangeplant.

Bij een netto-afname van de bosoppervlakte wordt er meer bos weggehaald dan er nieuw bos aangeplant wordt. Ondanks dat er de afgelopen jaren minder bos is verdwenen, komt er nog maar weinig bos bij. De snelheid waarmee nieuw bos aangeplant wordt, ligt zelfs op het laagste punt in de afgelopen 50 jaar. De relatief hoge dynamiek in het bos op sommige plekken in Nederland, heeft ook een consequentie voor de bijdrage van het bos aan klimaatmigratie. In oud bos ligt veel meer koolstof opgeslagen dan in jong bos. Het kost tientallen jaren om die koolstof weer opnieuw te binden. Het is in die zin ongunstig om oud bos weg te halen en minder jong bos aan te planten. De analyse is gedaan op basis van een nieuwe topografische kaart van Nederland, die veranderingen in landgebruik weergeeft. De kaart wordt iedere 4 jaar geüpdatet.

Bron: Wageningen University & Research / boomzorg.nl


Vetree

Vetree staat voor 'Vocational Education and Training on Veteran Trees'. Het is een Europees project dat gericht is op het verspreiden van kennis met betrekking tot het beheer van veteraanbomen.
Een veteraanboom is een boom die zijn uiteindelijke grootte op de betreffende groeiplaats heeft bereikt. Deze boom is vaak op het eind van zijn volwassen levensfase en vertoont duidelijke veteranenkenmerken. Dit zijn kenmerken als rottend hout in de stam, takken of wortels, vruchtlichamen van schimmels, holtes en een reducerende kroon.


Bart van Duijnhoven, werkzaam bij Terra Nostra

Naar schatting zijn er in Nederland tweeduizend bomen die zich in de 'jongveteraanfase' bevinden. Dit is één van de ontwikkelingsfasen. Er zijn maar een beperkt aantal eeuwenoude bomen in Nederland. Naar schatting bevinden zich nog geen honderd bomen in de 'oudveteraanfase'. Oorzaken zijn onder andere de geologische opbouw van Nederland, de VOC-periode, de industrialisering, de Tweede Wereldoorlog, de ruilverkaveling, het polderlandschap, de zorgplicht, maar ook de mentaliteit om projecten te ontwikkelen waarbij alles moet wijken voor de inpassing.

Meer over veteraanbomen leest u hier

terug naar boven >>

   
   
   
   
   
   



Winterkoorts - t/m  13 maart 2022

Winterkoorts is dé tentoonstelling over winters van vroeger, over ontberingen en ijspret; over insneeuwen en winterfeesten; over schaatstochten op natuurijs en werken onder barre omstandigheden.

Wat hebben kruiend ijs, stro in je ondergoed, ijsbloemen op de ramen en priksledetochten met elkaar te maken? Precies: ze horen allemaal bij die schitterende witte, maar tegelijkertijd wrede en ijzig koude winters van vroeger. In de tentoonstelling Winterkoorts vind je niet alleen oude schaatsen, sleden, stoere winterverhalen en beelden van de dichtgevroren Zuiderzee, maar je stapt er ook zelf in een écht winterlandschap.

Hoor je het ijs zingen en kraken? En zie je die ingesneeuwde huizen? De ijsbloemen staan er dik op de ramen. Bewonder ook de vuurtoren van Marken – het Paard van Marken’ – die echte lichtsignalen rondstuurt en net als in een échte winter omringd is door kruiend ijs. Ervaar zelf het winterplezier van vroeger en ga mee ijsschotsspringen en sneeuwballen gooien. Of doe je liever mee met een wedstrijdje priksleeën of schaatsen? Kom naar het Zuiderzeemuseum, en beleef weer een echtewinter!

Zuidermeemuseum, Enkhuizen
De parkeerplaats voor het Zuiderzeemuseum verschilt per seizoen. De ANWB-borden naar en in Enkhuizen verwijzen altijd naar de juiste parkeergelegenheid.

Meer info: klik hier en/of hier


Hendrik Broer, schilderen in stilte t/m 31 maart 2022

Hendrik Broer was een eenvoudige man, maar groeide uit tot een van de bekendste schilders van Giethoorn. Hij kreeg onderwijs in Amsterdam en Parijs, maar maakte zijn bekendste werken in Giethoorn. Hij schilderde vooral landschappen, portretten en stillevens.

De werken op de expositie laten zijn bijzondere schildertechniek zien.
De meeste werken zijn nooit eerder getoond.

Museum Giethoorn t Olde Maat Uus!

Adres: Binnenpad 52, 8355 BT Giethoorn
Meer info: klik hier




GeKOEsterd - t/m 15 mei 2022
Koeien in de kunst en op de koeiemart

Koeien zijn van oudsher erg belangrijk voor Woerden en het Groene Hart. Op de natte bodem wil alleen maar gras groeien, akkerbouw is geen optie. Daarom houden de boeren hier vooral koeien.

In de gratis toegankelijke pop up tentoonstelling aan de Rijnstraat 35-37 duik je onder in de sfeer van de Koeiemart. De pop-up expositie staat t/m 6 februari 2022.
In het museum zie je de loeiende dames in allerlei stijlen, tijden en stromingen. Bijvoorbeeld in 17de-eeuwse veestukken en Italianiserende landschappen maar ook in mythologische voorstellingen.

De vele interpretaties laten zien dat koeien onlosmakelijk verbonden zijn met de Nederlandse cultuur. Ook hedendaagse kunstenaars als Pieter Pander, Marleen Felius en Hans Versfelt tonen hun hedendaagse kijk op deze beesten. Kortom: hulde aan de koe!


Tenslotte verwonder je je over de grappige, particuliere koeien-verzamelingen
, die bijeen zijn gebracht na een oproep van het museum.

Stadsmuseum Woerden

Adres: Kerkplein 6, 3441 BG Woerden
Meer info: klik hier

terug naar boven >>

   
   
   
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, nieuws of vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Kopfoto en samenstelling: Tiny van der Meer. Vormgeving: Hans Steinfort.

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: https://groen-natuurlijk.nl/natuurnieuwsbrieven/
Het overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt:
Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een natuurnieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen. Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior (komt zes keer per jaar uit!). U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl of het formulier in te vullen: klik hier


   
   

Volg ons ook op Facebook

Onze Natuurnieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud daarvan.

terug naar boven >>