Flora en fauna
- Zwarte els
- Klapekster

Natuurnieuws
- Vogeleilanden

- Zwarte wiek

Natuur Uit en Thuis
- UIT: Blauw en grauw

- THUIS: pinguindans


Natuur kort
- Bastbeschermingspasta

- Stiltegebieden
- Vismigratierivier

- Overdracht landgoederen

Natuurexcursie
- Vroege bloeiers -Park Schakenbosch

Boekennieuws
- Retour Walhalla

Website van de maand
- Dorp in Vogelvlucht

 


Citaat van de maand van
- E. Wolfs

Natuur Plus

-
Grote zilverreiger

Bomenweetjes
- Bomen-QR-code
- Spontane bosontwikkeling

Uit-tips
-
Tulpen-NU
- Beestenboel in het Grachtenhuis

- Ao

 
NB. De links in onderstaande teksten zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
   
   
   


Zwarte els (Alnus glutinosa)

De zwarte els begint te bloeien voordat er blad aan de boom komt. Vanaf februari zie je de jonge mannelijke elzenkatjes uitgroeien van korte roodbruine wormpjes tot rijpe lange slierten die geel kleuren door het stuifmeel. Elk stadium is mooi om te zien door de talrijke rode en gele tinten. Aan het uiteinde van de takken bevinden zich de vrouwelijke bloemen. Ze zijn veel kleiner en kleuren bij rijpheid dieprood. Na de bevruchting vormen ze groene bolletjes die naar zwart verkleuren (elzenproppen).



De zwarte els groeit overal, maar liefst op nattere plaatsen zoals langs waterkanten. Elzen nemen heel veel water op. Een nat voedselrijk elzenbroek is dan ook een officieel erkend bostype. De hoofdboomsoort in dit broek is uiteraard de zwarte els. Hij kan tot 25 m hoog worden en is meestal meerstammig. De grote eironde bladeren zijn kleverig. Daaraan is zijn Latijnse naam te danken (glutin = lijm). Het blad valt in het najaar groen van de boom en kent geen herfstkleur. De gevleugelde zaadjes uit de elzenproppen hebben een luchtkamertje en drijven daardoor goed. Zo verspreidt deze boomsoort zich via het water over grote afstanden. Elzenproppen blijven tot anderhalf jaar aan de boom zitten. In de winter zie je vaak sijzen, hangend in de boom, zaden uit de elzenproppen peuterend.

In vroeger tijden werden elzenhagen aangeplant om kleine akkertjes te beschermen tegen zeewind en stuifzand. Elzen zijn uitermate geschikt als houtleverancier. Het hout is zacht maar taai en laat zich gemakkelijk bewerken. Een els die op jonge leeftijd wordt geknot groeit vaak uit tot een fantastische knotboom die je kan vergelijken met een knotwilg maar dan mooier, sierlijker en landschappelijk ook waardevoller.

Bij het knotten van elzen kleurt het witte hout bijna onmiddellijk na het zagen oranjerood. Een bijzonder verschijnsel dat als sinds jaar en dag voor vele sagen en legendes zorgt.

Net zoals de Romeinen 2000 jaar geleden deden, gebruikt de homeopathie de schors van de zwarte els om o.a. keelpijn, keelontsteking, zweertjes en aften mee te bestrijden. Daarnaast heeft de bast een koortswerende werking.

Spreekwoord
Rood haar en elzehout zijn op geen goede grond gebouwd (Voor iemand met rood haar moet men altijd oppassen).


Klapekster - Lanius excubitor

De klapekster, goed te herkennen aan zijn brede zwarte oogstreep (bandietenmasker) en zijn opvallende zwart-wit tekening, was ruim 20 jaar geleden nog een broedvogel in Nederland. In 1999 broedde hij voor het laatst op de Veluwe. Vooral het verlies van leefgebied verklaart zijn achteruitgang.

In het intensief gebruikte, agrarisch cultuurlandschap vindt hij onvoldoende voedsel en ontbreekt het doornenstruweel, dat hij gebruikt voor het spietsen op de doornen van zijn gevangen prooi. Nu zijn het slechts doortrekkers en wintervogels (periode november t/m maart), die voornamelijk uit Scandinavië en Siberië komen. De aantallen overwinteraars verschillen sterk. Er zijn goede (400-600) en slechte (150-300) klapeksterjaren. De klapekster heeft een eigen winterterritorium. Je ziet de vogel dus vaak in zijn eentje.

Met zijn kleine haakachtige snavel heeft hij wel iets weg van een roofvogel. Hij kan ook ‘bidden’ (wiekelen) net als bijvoorbeeld de torenvalk, de buizerd en de kerkuil. Hoewel de klapekster met zijn ca. 24 cm iets kleiner is dan een merel, maakt hij toch jacht op prooidieren zoals muizen, hagedissen, mestkevers of kleine vogelsoorten.

Hij jaagt vanuit de top van boompjes, struiken of een andere hoge zitpost. Op koude winterdagen heeft de vogel veel energie nodig, dus meestal wordt een prooi snel opgegeten. Hij spietst zijn prooien ook levend op doorns of prikkeldraad. Daarmee legt hij zijn eigen voedselvoorraad aan. Een mannetje probeert ook vrouwtjes te verleiden met lekkere prooien. Hoe groter het cadeau, hoe meer kans dat hij met het vrouwtje – zijn eigen of een ander – mag paren. 

Foto links: Boshuis

De gespietste en geklemde oogst van één klapekster bedroeg in de winter van 2009/2010 (artikel in tijdschrift Ravon door Paul en Loes van der Poel) 35 insecten (veel kevers), 26 zoogdieren (muizensoorten), 40 vogels (winterkoning, mees en roodborst) en 38 reptielen (levendbarende hagedissen). Ook dankzij braakbalonderzoek van gevonden braakballen onder slaapbomen weet men precies wat klapeksters eten. Zijn Nederlandse naam zou betekenen: klappende of babbelende ekster, maar klappen kan ook afkomstig zijn als synoniem voor biddend vliegen: met klapperende vleugels stilstaand in de lucht. De Latijnse naam is ontleend aan zijn gedrag. Lanius betekent slachter, excubitor is schildwacht (van het Latijnse excubaredat onder meer waken, de wacht houden betekent).

Zijn volksnamen: Houwekster en Môrdaekster hebben betrekking op zn gedrag tegenover prooidieren, evenals Vinkenbijter, Finkebiter, Kanariebijter, (Graauwe) Doorndraaier en Negendoder. Volgens het volksgeloof zou de Negendoder (de naam wordt ook gebruikt voor de grauwe klauwier) ophouden met vogels vangen na het doden van negen jonge vogels, of, in een ongunstiger uitleg: de Negendoder doodt negen dieren op een dag, veel meer dan hij nodig heeft. De naam Haakklauwier dank hij aan de haakvormige punt aan zijn snavel)

terug naar boven >>

   
 
   
   


vogeleilanden

Het herstel van de vogeleilanden in de Lepelaarplassen bij Almere is succesvol afgerond. De geërodeerde eilanden werden met behulp van natuurlijke materialen hersteld, waardoor de eilanden weer ruimte kunnen bieden aan broedende vogels.



De vogeleilanden in de Lepelaarplassen vormen een belangrijk rust- en broedgebied voor verschillende vogelsoorten. Ze zijn er veilig voor roofdieren en worden omringd door diverse voedselbronnen. Die rust- en broedplaats werd echter bedreigd, doordat de eilanden erodeerden. Met behulp van natuurlijke materialen werd één eiland hersteld en werden twee nieuwe eilanden
ontwikkeld. De eilanden werden opgebouwd of verstevigd met gevlochten wilgentenen en grond uit de plas.

De inrichting, begroeiing en beplanting werd vervolgens afgestemd op de behoeften van het leven boven en onder water. Zo werd riet aangeplant, dat samen met opkomend wilgenzaad perfecte omstandigheden vormt voor de lepelaar, roerdomp, kiekendieven en kleine rietvogels.
Door één van de nieuwe eilanden af te dekken met schelpen ontstaat een kaal oppervlak, wat goed is voor vogels als de visdief en de kluut.

Onder water leidt de ruimte in het wilgenvlechtwerk tot veilige voortplantingsplaatsen voor vissen en biedt een golfbreker van wilgen en zand een veilige schuilplaats voor het waterleven.

Bron: Tauw

terug naar boven >>

 


Zwarte wiek

De provincie Groningen en energieleverancier RWE laten onderzoeken of het zwart verven van een wiek van een windturbine helpt om het aantal dode vogels te verminderen.

In eerder onderzoek in Noorwegen, op het eiland Smøla, is aangetoond dat het zwart verven van één wiek van een windturbine 70% minder slachtoffers onder vogels oplevert. Als de zwarte wiek ook in Nederland werkt, is dit een aantrekkelijke optie: minder slachtoffers tegen lage, eenmalige kosten, zonder rendementsverlies. Het plan is om 7 bestaande turbines met een tiphoogte van 140 meter in het windpark Eemshaven een zwarte wiek te geven. Het onderzoek is inmiddels gestart en loopt naar verwachting tot eind 2024.

Uit experimenten blijkt dat door het zwart verven de vogels de wiek beter kunnen zien. Dit heeft te maken met de manier waarop vogels de bewegende rotor van een windturbine waarnemen.

Als de wieken snel draaien, zien vogels de drie afzonderlijke wieken als één wazige schijf en denken ze dat het een veilig gebied is om doorheen te vliegen. Door één wiek zwart te verven, wordt het patroon doorbroken en vloeit het beeld van de 3 wieken minder snel samen. 

Voordat deze techniek op grote schaal in Nederland ingezet kan worden, moet eerst onderzocht worden wat de effecten van een zwarte wiek in de situatie in Nederland zijn. Hier komen deels andere vogelsoorten voor.

Daarnaast is het landschap anders dan in Noorwegen en speelt de nachtelijke vogeltrek ter hoogte van de wieken een belangrijke rol in de vogelsterfte. Het onderzoek bestaat uit 3 delen: onderzoek van slachtoffers, onderzoek naar veiligheid voor de luchtvaart en onderzoek naar het landschap. De resultaten worden over 3 jaar verwacht. 

Bron: Provincie Groningen

   
   
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


NATUUR uit: blauw en grauw

Ik moet hem met een lantaantje zoeken… een leuke dag om er even op uit te kunnen. Tussen mist, regen en bewolking door is die dag er opeens! Blauwe lucht, zonnetje en bijna windstil. Ik loop weer een pareltje van de mooisteroutes.nl: ‘Dwars dur de Kampina’, met z’n sprookjesachtige vennen en beekjes.



Sprieterige witte berkenstammetjes steken prachtig af tegen bruine varens en geel pijpenstro. De mannelijke katjes van de gagel kleuren al wat rood. Er dobberen een paar kuifeendjes op het ven, maar verder is het stil. Toch, even later, een klein cadeautje! Een grauwe gors kijkt schichtig achterom, ik kan hem nog net ‘vangen’ voordat hij er vliegensvlug vandoor gaat.

Op een heuvel staat een bankje op zo’n perfecte plek dat ik maar een ding kan doen: genieten van de zon en het schitterende uitzicht! Na de brug over de Rosep is het de bedoeling dat ik via een eenmanspaadje ongeveer 300 meter de loop van dit riviertje ga volgen, maar door de regen van de afgelopen dagen staan delen van het paadje onder water en zijn stukken zelfs verdwenen.

Er hangen takken waar ik me aan vast probeer te houden, maar dat wordt niks met rugzak en fototoestel! Ik zie me al in het koude water van de Rosep liggen…, dus dat eenmanspaadje, hoe leuk ook, bewaar ik graag voor een volgende keer, want in dit prachtige natuurgebied is het elke keer weer genieten.


NATUUR thuis: pinguindans

Het is wel een beetje afzien deze winter, niet vanwege de kou, maar de donkere dagen rijgen zich aaneen. Toch lijkt het of de dieren zich daar niet zo veel van aantrekken. Eind december hoor ik een kekkend geluid. krek krek krrr…’ klinkt het vanaf het water. En ja hoor, twee baltsende futen maken elkaar al het hof.

Met opstaande oorpluimen beginnen ze minutenlang om beurten met kopschudden, duiken dan gelijktijdig onder water. Weer boven zwemmen ze platliggend op elkaar af met waterplanten in hun bek en komen watertrappelend omhoog met uitgestrekte nek, het ‘pinquindansen’, heel spectaculair om te zien.

Een van de twee gaat direct aan de slag om de restanten van hun drijvende nest, waar ze al een aantal jaren op broeden, op te knappen. Maar of dat nou wel zo slim is in december?! Niet echt, en als ik een paar dagen later weer langs loop, zijn er geen bouwactiviteiten meer te bespeuren.

Half januari zie ik weer twee optimistische futen, maar nu toont een van de twee na het kopschudden een staaltje ‘admiraalzeilen (cat-houding). Hij gaat er, rennend over het water, als een pijl uit de boog vandoor.
De andere fuut duikt onder. Plotseling stopt hij, spreidt zijn vleugels en wacht met uitgestrekte vleugels totdat zijn partner naast hem weer boven water komt! Een gelukstreffer om dit bijzondere tafereel te zien ook al mag ik tegen zn achterkantje aankijken!

Volgende keer (nog) beter!



terug naar boven
>>



   
 
   
   
   


Bastbeschermingspasta

Om bomen te beschermen tegen knagende bevers gaat de gemeente Nijmegen een pasta toepassen bij bomen die al aangevreten zijn. De pasta moet de bevers weren.

De bastbeschermingspasta wordt onverdund op de bast aan de onderkant van de boom aangebracht. Na een paar uur is die pasta zo hard zodat de bever er zijn tanden niet meer in kan zetten. De pastalaag is luchtdoorlatend zodat de boom nog wel kan ademen'. 

Bron: De Gelderlander


VismigratierivieR

Een jaar geleden startte de bouw van het gatin de Afsluitdijk onder de A7.  Half januari is een doorbraak gemaakt tussen bouwkuip zuid aan de IJsselmeerzijde en bouwkuip noord aan de Waddenzeezijde.

Nu kunnen de bouwers vanuit één bouwkuip verder werken aan de doorgang voor de Vismigratierivier bij Kornwerderzand.




Foto: De open Afsluitdijk. Het gat moet open zijn zodat trekvissen die overdag zwemmen er ook makkelijk doorheen gaan (foto: De Nieuwe Afsluitdijk en PRW)

Na de bouw van de coupure wordt een 4 kilometer lange slingerende rivier in het IJsselmeer aangelegd. De vissen zwemmen daar in een overgangsgebied van zoet én zout water, zodat ze geleidelijk kunnen wennen. Aan beide kanten van de Afsluitdijk ontstaan brakwatergebieden die bijdragen aan krachtig natuurherstel.

De vismigratierivier is zo ontworpen dat zout water beheerst wordt binnen de rivier en is meer dan een permanente opening in de Afsluitdijk. Allerlei soorten trekvissen kunnen straks vrij heen en weer zwemmen tussen Waddenzee en IJsselmeer. Ze hebben zoet én zout water nodig om zich voort te planten en op te groeien in het achterland. Door de aanleg van dijken en dammen, zoals de Afsluitdijk, is dat niet of nauwelijks meer mogelijk. Dat is een belangrijke reden waarom het slecht gaat met de visstand in het IJsselmeer en de Waddenzee.

Meer info: https://www.vismigratierivier.nl

terug naar boven >>

 


Stiltegebieden

Nederland telt ongeveer 200 stiltegebieden met een totale omvang van circa 650.000 hectare. De actuele ligging van de stiltegebieden wordt bijgehouden door de provincies en getoond in de Atlas Leefomgeving.

In totaal is in de afgelopen jaren ruim 28.000 hectare stiltegebied opgeheven. Daar staat tegenover dat er sinds het begin van deze eeuw ruim 42.000 hectare stiltegebied nieuw is aangewezen. Voor een belangrijk deel, bijna 28.000 hectare, betreft het een toename van stiltegebied op zee.*)



De totale hoeveelheid stiltegebied op land is met ongeveer 14.000 hectare afgenomen.

In de Atlas Leefomgeving zijn kaarten met stiltegebieden in Nederland te vinden. Klik hier

Bron: Ministerie van LNV

*) Als er 28.000 hectare stiltegebied wordt opgeheven, wijs je gewoon 28.000 ha stiltegebied op zee aan. Afname weer opgelost… (red.)


Overdracht landgoederen

De landgoederen Hemelse Berg en Pietersberg in Oosterbeek van de gemeente Renkum zijn begin oktober overgedragen aan Geldersch Landschap & Kasteelen. De aanlegstijl van de twee landgoederen met oude parkbossen, lanen en vijvers sluit mooi aan op de landgoederen Oorsprong en Duno, die de stichting al beheert.


Geldersch Landschap & Kasteelen kan voor het onderhoud en beheer gebruik maken van financiering waar de gemeente geen toegang toe heeft, zoals particuliere fondsen en acties. Dat biedt kansen om groot onderhoud uit te voeren. Voor bezoekers verandert er niets: de Hemelse Berg en de Pietersberg blijven toegankelijk voor inwoners en toeristen. Naast een financiële vergoeding, gaat een deel van landgoed Boschveld van Geldersch Landschap & Kasteelen naar de gemeente Renkum voor de realisatie van natuurbegraafplaatsen.

Bron: Geldersch Landschap & Kasteelen

   
 
   
   
   


In verband met de coronamaatregelen kunnen er maximaal 8 personen mee

Vroege bloeiers - Park Schakenbosch - Leidschendam

Op woensdag 16 februari gaat IVN Natuurgids Ria Hoogstraat met u op zoek naar de vroege bloeiers en zangers in het mooie park Schakenbosch in Leidschendam.

Misschien is de aardhommelkoningin al wakker en zien we haar stuifmeel verzamelen. We besteden ook aandacht aan Valentijnsdag, 14 februari. Wie was die Valentijn en hoe en wanneer is Valentijnsdag ontstaan. Deze wandeling is ook geschikt voor kinderen, ze krijgen extra aandacht van de gids.

Verzamelen om 14.00 uur bij de ingang van Park Schakenbosch aan de Veursestraatweg 185 in Leidschendam.
Bereikbaar met bus 45 en 46. Halte GGZ Haagstreek.
Autos en fietsen kunt u parkeren bij de voormalige kapel.
De wandeling duurt anderhalf tot 2 uur, deelname is gratis.  

Info tel. 06 1822 5941 of www.ivndenhaag.nl.

AANMELDEN IS VERPLICHT



ZINGENDE VOGELS - PARK SCHAKENBOSCH - LEIDSCHENDAM

Op woensdag 16 maart gaat IVN Natuurgids Ria Hoogstraat met u op zoek naar  zingende vogels in Park Schakenbosch. 

Er wonen veel soorten vogels in het park, er broedt zelfs een ooievaarspaar op de toren van de voormalige kapel. 
We starten dan al vroeg: om 9.00 uur. Tip: breng je verrekijker mee. Grotere kinderen zijn welkom.

Verzamelen om 09.00 uur bij de ingang van Park Schakenbosch aan de Veursestraatweg 185 in Leidschendam. 
Bereikbaar met bus 45 en 46. Halte GGZ Haagstreek. Auto’s en fietsen kunt u parkeren bij de voormalige kapel. 
De wandeling duurt anderhalf tot 2 uur, deelname is gratis.  

Info tel. Tel. 06 1822 5941 of www.ivndenhaag.nl

AANMELDEN IS VERPLICHT

terug naar boven >>

   
 
 
   
   


Retour Walhalla

Zwarte kraaien, die niet alleen heel slim zijn, maar ook in een wereld leven die wat betreft emoties nauwelijks verschillend is van onze mensenwereld, staan ook in onze, moderne tijdniet best bekend. Maar wat blijft er feitelijk over van al die vooroordelen, bakerpraatjes en oude Middeleeuwse sagen als er eens echt serieus onderzoek wordt gedaan naar deze vogels?

Dat deed de auteur van Retour Walhalla : Arie Pieters uit de Hoeksche Waard. Acht jaar geleden begon hij met dagelijkse bezoeken aan een oude bekende : Een zwarte kraai die hij als jonge vogel in de zomer van 2006 had leren kennen. Maar de dagelijkse avonturen beginnen in de loop van 2014, als de jonge vogel van toen inmiddels een wederhelft heeft gevonden én een eigen territorium. In dit zevende boek over dit dynamische duo wordt er d.m.v. korte verhalen teruggekeken op de periode 2019-2021 en worden de belangrijkste conclusies, feiten en wetenswaardigheden, die de afgelopen acht jaar hebben opgeleverd, samengebracht.

Prijs: €16,25
Aantal paginas: 189.
ISBN: 9789403642130
Meer dan 70 fotos.
Verkrijgbaar via: https://home.mijnbestseller.nl en verder alle fysieke boekwinkels met en zonder webshop in NL.

Meer info: klik hier

terug naar boven
>>



   
   
   
   


Dorp in Vogelvlucht - Frans Hoppenbrouwers

http://www.cubra.nl/franshoppenbrouwers/hoppenbrouwers_honderd-vogels-1.htm

Een reeks verhalen over Kempische vogels tegen de achtergrond van het leven in een Kempisch dorp omstreeks 1950.


terug naar boven >>

   
 
   
   

terug naar boven >>

   
   
   
   


grote zilverreiger - Ardea alba

Hoe komt het toch dat, hoewel het aantal grote zilverreigers fors is toegenomen en deze zeldzame dwaalgast hier de laatste jaren een algemene broedvogel en overwinteraar is geworden, het nog altijd verrassend mooi en bijzonder blijft om zo’n opvallende smetteloos witte vogel te ontwaren in de polder…

Naam
Zijn wetenschappelijke naam betekent zoiets als: ‘glanzende witte met de sierveren
. Voorheen stond hij ook bekend als Egretta alba (Linnaeus, 1758) of Casmerodius albus. De eerste naam dankt hij aan zijn sierveren. 'Aigrettes' waren omstreeks 1900 sterk in de mode. Een aigrette was een bos veren, bijeengehouden door een juweel. Aan het Britse hof was iedere dame tot 1939 verplicht ze te dragen. Omdat de veren in de broedtijd op zijn mooist zijn, werden grote zilverreigers gedurende die periode massaal afgeschoten. Voor één kilo sierveren werden zo’n 300 zilverreigers gedood. Uiteraard gingen dan ook de eieren en de jonge vogels verloren. Hele kolonies zijn hierdoor vernietigd. Gelukkig raakten de veren van de zilverreiger uit de mode en kon de soort zich herstellen.

Uiterlijk

De grote zilverreiger is met zijn lengte van 85-100 cm, gewicht van 1 tot 1,5 kilo en spanwijdte van meer dan anderhalve meter een zeer grote, hagelwitte reiger, ongeveer even groot als de blauwe reiger, maar iets sierlijker, met langere donkere poten, een zeer lange hals en een grote gele snavel (in de zomer voorzien van een zwarte punt) die overloopt naar een licht olijfgroene tint om te eindigen net voor een geel oog met een grote, zwarte pupil. Man en vrouw zien er hetzelfde uit. Alleen in het broedkleed, heel kort in het voorjaar, is de snavel zwart en zijn de poten lichter (roodachtig). Dan zijn ook de lange frivole sierveren te zien die zich vormen op de schouders en afhangen tot de staart.

Lange nek
Binnen de familie ‘Reigers en roerdompen’ behoren de grote reigers in Nederland, (purper-, blauwe en grote zilverreiger) tot het geslacht Ardea. Een speciaal kenmerk bij deze familie zijn de extra lange nekwervels waardoor ze hun nek bij het vliegen (en soms in rust) in een knik moeten houden. Grote zilverreigers onderscheiden zich van andere watervogels door de aanwezigheid van poederdonsveren. Deze veren groeien altijd door en vallen nooit uit. De toppen van de veren verpulveren tot poeder dat ze gebruiken bij het dagelijkse poetsritueel om olie, vuil en slijm te verwijderen. Hiervoor hebben ze een soort kammetje aan één van de tenen.

Voedsel
Het voedsel van de grote zilverreiger bestaat uit vissen, waterinsecten en reptielen, die hij behoedzaam foeragerend in sloten en langs oevers probeert te vangen. Bovenaan zijn menu staat het driedoornig stekelbaarsje. Op graslanden jaagt hij met dezelfde bedachtzame statige stappen op prooien zoals veldmuizen, woelmuizen en mollen. Soms staat hij lange tijd roerloos tot er een vis of kikker in de buurt komt. Vervolgens slaat hij bliksemsnel toe om het slachtoffer aan zijn dolkvormige gele snavel te spietsten.
Tijdens het jagen maakt hij soms ook slim gebruik van andere vogels, zoals aalscholvers. Als die in plassen met ondiepe oeverzones jagen, zorgt de grote zilverreiger er voor dat hij in de buurt is om daar de vluchtende visjes op te wachten.

Rechts: vliegend met gestrekte nek tijdens storm Ciara (7-2-2020)

Geluid
Bij het wegvliegen, laten grote zilverreigers vaak een ratelend geluid horen dat klinkt als een rollend ‘Krrraahh’. In een kolonie zijn ze luidruchtiger, daar brengen ze krassende en kraaiende geluiden voort.

Verspreiding
De grote zilverreiger is te vinden in Afrika, Noord- en Zuid-Amerika, Europa en delen van Azië. In Europa is de soort vooral talrijk in het Middellandse Zeegebied en de landen rond de Zwarte Zee. Veruit de meeste grote zilverreigers broeden in Oekraïne, gevolgd door Hongarije, Oostenrijk en Roemenië. Grote zilverreigers die in ons land broeden zijn standvogels. In de herfst komen de grote zilverreigers uit vooral Midden- en Oost-Europese landen in Nederland overwinteren. Dit aantal blijft toenemen. Er zijn dan duizenden overwinteraars op bezoek. Grote zilverreigers doen ook mee aan de vogeltrek. Ze vertrekken bij weersveranderingen zoals langdurige, strenge vorst en sneeuw richting het zuiden. Bij zacht winterweer blijven ze in Nederland.

Verzamelplaatsen
De grote zilverreiger is overdag bijna altijd alleen te zien, maar overnachten doet hij bij voorkeur in grotere aantallen op verzamelslaapplaat-sen in moerasbosjes. In de Biesbosch zijn bij een slaapplaatstelling een keer bijna 1000 grote zilverreigers geteld. Behalve in de Biesbosch zijn er ook slaapplaatsen bij de Nieuwkoopse Plassen, Polder Mastenbroek bij Kampen, het Zuidlaardermeer en de Mepper Hooilanden.

Foto rechts: www.boswachtersblog Biesbosch / Thomas van der Es

Broeden
In 1978 vond het eerste broedgeval in Nederland plaats in de Oostvaardersplassen. Na het verhogen van het waterpeil in 1995 en betere bescherming van de grote zilverreiger ging het steeds beter met deze vogel. De laatste jaren zijn er ’s winters rond de 10.000 grote zilverreigers in Nederland (2108). De aantallen wisselen van jaar tot jaar. Dit houdt verband met broedresultaten en het karakter van de winter in Midden-Europa.
De Oostvaardersplassen, het Lauwersmeer, het Volkerakmeer en de Lepelaarsplassen, zijn inmiddels belangrijke broedgebieden. Jaarlijks broeden er zo ’n 365-395 paren in Nederland.(2018).

Grote zilverreigers broeden van april tot juni. Dit gebeurt in kolonies, samen met andere in kolonies broedende watervogels. Zo beschermen ze zich tegen hun natuurlijke vijanden zoals de vos en de bunzing. Om te nestelen heeft de grote zilverreiger een flinke hoeveelheid overjarig riet nodig, De nesten worden gebouwd op omgeknakte rietstengels of in wilgen en zwarte elzen in ooibossen.
Er worden drie tot vijf lichtblauwe tot groenblauwe eieren gelegd. De broedduur is 25 tot 26 dagen.

De jongen worden op het nest door de ouders gevoerd met opgebraakt voedsel, later krijgen ze hele vissen. Ze maken na 3 à 4 weken voor het eerst kennis met de buitenwereld. Ze kunnen dan nog niet vliegen en maken klimmend en klauterend uitstapjes vanuit het nest dat ze na 38 tot 46 dagen verlaten.

Speciale eigenschappen
Door de tijden heen heeft de mens speciale eigenschappen aan deze vogel verbonden. In de oudheid was het zien van een witte reiger een gunstig voorteken.

In de christelijke symboliek werd hij gezien als een goede gelovige en in de Middeleeuw-en werd hij gebruikt om het weer te voorspellen: vloog de reiger hoog was dit een voorteken van een naderende onweersbui. Maar meestal werd deze witte schoonheid vooral gezien als symbool van onschuld.

Spirituele betekenis witte reiger
Luister naar je intuïtie en volg je hart. De reiger loopt alleen door het weiland en laat zich niet afleiden van zijn missie. Ook jij hebt alleen jezelf nodig. Al het andere is leuk als je daar zin in hebt, maar je moet niks als je daar geen zin in hebt.

terug naar boven >>

   
 
   
 



Bomen - QR - code

100 bomen in Charlois worden voorzien van een bordje met een QR-code erop.

Doel: mensen uitleggen waarom ze worden gekapt.
Het is een proef van drie maanden.



Spontane bosontwikkeling

Ondanks de onvoorspelbaarheid, kan spontane bosontwikkeling een belangrijke toevoeging zijn om de geplande bosuitbreiding in Nederland te realiseren. Ten opzichte van aanplant is spontane bosontwikkeling goedkoper.

Ook kan spontane bosontwikkeling een goede rol spelen wanneer het versterken van biodiversiteit de voornaamste doelstelling van het nieuw te realiseren boslandschap is. Het is een natuurlijk proces waarbij niet de mens, maar de natuur bepaalt welke soorten zich vestigen.

Het betekent niet dat er helemaal geen ingrepen plaatsvinden. Zo kunnen er bepaalde beheersmaatregelen genomen worden om de standplaats voor te bereiden. De snelheid van spontane bosontwikkeling en de bosstructuur
die ontstaat, zijn in het begin echter voornamelijk afhankelijk van toeval. Vooral het zaadaanbod, de klimaatomstandigheden, het historisch grondgebruik en natuurlijke processen die de bosontwikkeling positief of negatief beïnvloeden zijn hierin leidend.

Bij spontane bosontwikkeling ontstaat er ten opzichte van aangeplant bos vaak een meer divers landschap. Hierdoor zijn tegelijkertijd veel verschillende habitats aanwezig met een grote verscheidenheid aan flora en fauna. Het biedt ook kansen voor bosuitbreiding binnen het Natuurnetwerk Nederland. Op de korte termijn is de bijdrage van spontane bosontwikkeling aan het vastleggen van koolstof lastig te bepalen. 

Bron: Stichting Probos

terug naar boven >>

   
   
   
   
   
   


Tulpen NU - t/m 27 maart 2022

Keramiek, prenten, fotografie, sculptuur

Al eeuwenlang zijn kunstenaars geboeid door de tulp. Sinds tulpen aan het eind van de zestiende eeuw Nederland bereikten, hebben schilders, tekenaars en graveurs geprobeerd hun schoonheid te vangen en zo de vergankelijke bloemen een lang leven te schenken.

Ook nu zijn er kunstenaars voor wie de tulp een bron van inspiratie is. Letterlijk. Hun streven is niet de bloemen zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven, maar zij zien de tulp als middel, om vergankelijkheid te verbeelden, ze voor vergankelijkheid te behoeden of om de abstracte vorm te gebruiken voor hun kunstwerken.

Museum de Zwarte Tulp

Adres: Heereweg 219, 2161 BG Lisse
Meer info: klik hier


Beestenboel in het Grachtenhuis - t/m 1 april 2022

Wist je dat er meer dan 50 beesten te zien zijn in het museum?

De tentoonstelling Beestenboel in het Grachtenhuis leert jong en oud kijken naar de dieren uit de schilderkunst van de 18e eeuw. Wat proberen ze te vertellen en welke symbolen kunnen we toeschrijven aan onze kleine vrienden?

Wist je dat er meer dan vijftig dieren schuilen in het Grachtenmuseum? In de expositie worden de dieren van het museum voor het eerst in de spotlights gezet door fotograaf Yasmine Asha. Welke symbolen kunnen we toeschrijven aan dieren in de achttiende-eeuwse schilderkunst? En hoe verandert hun symboliek in de loop der jaren? Bekijk alle dieren uit onze schilderijen nog zorgvuldiger op de close-up fotos in de Grote zaal.

Grachtenmuseum Amsterdam


Adres: Herengracht 386, 1016 CJ AMSTERDAM
Meer info: klik hier


Ao - t/m 13 maart 2022

Ao 青(Blauw) is de derde korte film van kunstenaar Charlotte Dumas (Vlaardingen, 1977) met het Japanse eiland Yonaguni als gemene deler. Sinds 2015 deed zij onderzoek naar dit eiland en het bijna verdwenen inheemse paardenras dat er vrij leeft.

Een somber element in het verleden van het eiland schemert door in haar kenmerkende intieme films en fotos. In glazen rondvormige objecten, een balletschoentje of een band om een paardenbuik keert een bijzondere kleur blauw terug die een verband legt tussen de Japanse natuur, de inheemse paarden en drie jonge meisjes, wier onbevangen autonomie een nieuwe energie op het eiland brengt.

In de tentoonstelling Ao worden de drie overlappende films voor het eerst samen vertoond, aangevuld met fotos uit hetzelfde project. Met de tentoonstelling Ao bewijst Charlotte Dumas wederom dat zij als kunstenaar de essentie en autonomie van mens en dier weet te vangen. Huis Marseille is het eerste fotografiemuseum van Amsterdam.

Huis Marseille

Adres: Keizersgracht 401, 1016 EK Amsterdam
Meer info: klik hier en/of hier

terug naar boven >>

   
   
   
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, nieuws of vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Kopfoto en samenstelling: Tiny van der Meer. Vormgeving: Hans Steinfort.

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: https://groen-natuurlijk.nl/natuurnieuwsbrieven/
Het overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt:
Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een natuurnieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen. Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior (komt zes keer per jaar uit!). U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl of het formulier in te vullen: klik hier


   
   

Volg ons ook op Facebook

Onze Natuurnieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud daarvan.

terug naar boven >>