Flora en fauna
- Grote ereprijs
- Kuifeend

Natuurnieuws
- Nederlandse natuur in grote problemen
- 100.000 bomen en struiken

Natuur Uit en Thuis
- UIT: raadsel

- THUIS: duiken

Natuur kort
- Sensoren voor Drentse schaapskudde
- Robotmaaiers risico voor egels
- Oostvaardersoevers



Website van de maand
- dekortsteweg.nl

Bijzondere dagen in maart
1 maart: Nationale complimentendag
18 maart: Nationale Boomfeestdag
13,14 maart: NL Doet
14 t/m 29 maart: kikkerdriltelling
20 maart: astronomische lente
28 maart: landelijke opschoondag
28,29 maart: zomertijd

Natuur Plus
- Groenling



Excursies
-
Natuurwandeling in Natuurtuin Rusthout

Bomenweetjes
- ‘Heksenboom van Zwarte Kaat’
- 40 miljoen bomen
- Steenmeel voor oud eikenbos

Uit-tips
-
'Eeuwigdurende lente'
- Waterwereld
- Kunstexpositie 'Landschap in beweging'

 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Grote Ereprijs

Soms boeit er als hemelsblauwe verrassing in de vaak kille maand maart al een opvallend bloempje: Grote ereprijs. Dat ‘grote’ slaat niet op het plantje dat maar 15 tot 30 cm hoog kan worden, maar op de bloemen. Het plantje heeft één van de grootste bloemen van zijn soort (1 tot 1,5 cm).

Het bloempje is donker geaderd en heeft een wit hartje. Het telt vier kroonbladen, van boven helderblauw en van onderen heel lichtblauw of wit. De alleenstaande, grote bloemen groeien op lange, ronde behaarde stelen in de bladoksel. De lichtgroene, eironde bladeren zijn behaard, groter dan 1 cm en hebben een vrij diep getande rand. 

Grote ereprijs kan steeds weer kiemen en bloeiend aangetroffen worden van het voorjaar (soms al aan het eind van de winter) tot in de herfst. Het plantje bloeit het hele jaar door maar bij regen en kou zijn de talrijke bloempjes gesloten. De bestuiving gebeurt door insecten (zweefvliegen en bijen) of door zelfbestuiving (de bloem is tweeslachtig: zowel mannelijke als vrouwelijk). Na de bloei vormt zich een doosvrucht. Zaden overleven op zijn minst 5 jaar, vaak langer, ze worden verspreid door water, wind en mieren. Liggende stengels kunnen wortelen en zo als zelfstandige planten verder gaan. Grote ereprijs is een pionier die het best gedijt bij volle zon op voedselrijke, kalkhoudende grond. Het plantje stamt oorspronkelijk uit Zuid- en West-Aziatische berggebieden en is sinds het begin van de 19e eeuw ingeburgerd in alle gematigde streken van de wereld. De soort is in Nederland algemeen.


Kuifeend

Als je een prachtig klein zwart-wit eendje ziet, voorzien van een kuif met afhangende veertjes op z’n kop, felgele oogjes en een grijsblauwe snavel, dan is dat de kuifeend (m).

Het vrouwtje is donkerbruin en haar kuif is korter. Kuifeenden behoren tot de duikeenden. Ze hebben een voorkeur voor waterrijke open gebieden met sloten, meren en plassen.

Door de zachtere winters blijven veel kuifeenden ten noorden van ons land overwinteren. In Nederland is het IJsselmeergebied de belangrijkste regio voor overwinterende kuifeenden. Ze eten graag kleine waterdiertjes zoals insectenlarven, weekdieren en schaaldieren. Favoriet is de driehoeksmossel. Die duiken ze vooral ‘s nachts op. De mosselen slikken zij in één keer door, hun sterke maagspieren verbrijzelen de schelpen. Zij starten hun duik altijd met een soort sprongetje. Een grappig gezicht om te zien.

Veel Nederlandse kuifeenden trekken in het najaar weg naar Zuid Europa of Engeland om te overwinteren. Tegelijkertijd komen er heel veel overwinteraars naar ons land vanuit Scandinavië. ‘s Winters verblijven er wel 200.000 kuifeenden in ons land. Ze vormen dan grote groepen op het IJsselmeer en Markermeer. Bij strenge vorst wijkt een deel van de kuifeenden uit naar de grote rivieren en de Biesbosch. Kuifeenden nestelen vaak op kleine eilandjes om grondpredatoren te weren. Het nest wordt gemaakt door het vrouwtje van gras en overig plantaardig materiaal. Ze voert het met dons en veertjes. De 7 tot 12 eieren komen na 23 tot 27 dagen uit. 

Jonge kuifeenden zijn vanaf het verlaten van het ei vrijwel geheel aangewezen op dierlijk voedsel zoals slakjes en insecten. De kuifeend begint vrij laat met broeden (half mei-half juni), anders is dit voedsel nog niet beschikbaar voor haar jongen. Je ziet kuifeenden vrij weinig met jongen omdat zij verscholen broeden langs sloten en in moerasgebieden.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Nederlandse natuur in grote problemen


De Nederlandse natuur in ons land staat er slechter voor dan ooit. Sinds 1990 zijn populaties wilde dieren gemiddeld gehalveerd.

Diverse vogel-, vlinder- en reptielensoorten die vroeger algemeen voorkwamen zijn tegenwoordig zeldzaam. Deze ontwikkeling blijkt uit het door het Wereld Natuur Fonds (WWF) gepubliceerde Living Planet Report Nederland, getiteld 'Natuur en Landbouw Verbonden'.

Dierpopulaties in open natuurgebieden, zoals heide, zijn de afgelopen dertig jaar sterk achteruitgegaan, gemiddeld met bijna 70%. De heide vergrast; veel vlinders en andere insecten zijn het slachtoffer van het verdwijnen van hun voedselplanten. Het tekort aan insecten werkt vervolgens negatief door op de insectenetende dieren, zoals vogels.
De boerenlandvogels veldleeuwerik, patrijs en de kemphaan laten de sterkste daling zien. De achteruitgang onder vlinders van het boerenland is schrikbarend.

In bossen bleven dierpopulaties landelijk gemiddeld stabiel. Bestaande bossen worden steeds ouder en krijgen meer variatie en structuur, wat voor veel diersoorten gunstig is. In bossen op de hoge zandgronden daalden dierpopulaties op plekken met zeer hoge stikstofdepositie. Het Living Planet Report concludeert dat herstel van biodiversiteit mogelijk is maar om doorzettingsvermogen vraagt.

Zie voor meer informatie het Living Planet Report: Nederland, natuur en landbouw verbonden op de site van het WNF.

Bron: Wereld Natuur Fonds

terug naar boven >>

 


100.000 bomen en struiken

Deze winter en vorige winter heeft ARK Natuurontwikkeling een grote hoeveelheid struiken en bomen geplant langs de Gulp bij Slenaken, Beutenaken en Pesaken, in het Geuldal bij o.a. Mechelen en Epen, op de Gulperberg bij Gulpen en in het bronnengebied bij Vaals.

De teller stond onlangs op 100.000. Door deze aanplant zijn er tien nieuwe stukjes bos bijgekomen en circa tien kilometer aan struweelhagen. De komende maanden zal de teller nog verder oplopen naar de 200.000.

Zowel de struweelhagen als de bosjes die zijn aangeplant, zijn rijk aan bloemdragende struiken. Deze zijn nu nog klein, maar over enkele jaren zullen ze prominent in het landschap staan. In het voorjaar zullen de verschillende soorten rozen, meidoorns, vlier en kornoeljes, alsook wilde appel, mispel, sleedoorn, kardinaalsmuts, hulst, en gelderse roos uitbundig bloeien en nectar en stuifmeel leveren voor bijen en vele andere insecten.

Veel van de aangeplante struiken zullen in het najaar voedzame vruchten en (hazel)noten dragen. Die vormen een belangrijke voedselbron voor tal van vogels en zoogdieren, waaronder de zeldzame hazelmuis. Ongeveer een kwart van de totale aanplant bestaat uit bomen zoals wilde kers, lijsterbes, haagbeuk, winterlinde, wintereik, zomereik, beuk en fladderiep, en op de nattere stukken ook o.m. zwarte els en gewone vogelkers. Bij de bosaanplant is gekozen voor een verdeling van ongeveer 50% bomen en 50% struiken.

Bron: ark.eu

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit: raadsel

Weersvoorspelling: ‘Een zonnige dag in het zuiden van het land...’, dus waarnemen! Ik loop bij Huis ter Heide (NB) langs het Plakkeven dat in nevelen is gehuld, even later langs het Leikeven... zelfde laken een pak. Geen sprankje zon. Toch heeft ook dit z’n charme.

De eindeloos lange vlonder over het water van het Leikeven lijkt ook écht eindeloos want hij verdwijnt ergens ver weg in de mist. Opeens zie ik iets liggen. Geen idee wat het is! Ik zet ‘het’ op de foto. Thuis zoek ik op internet, ik twijfel..., vraag het aan een natuurvriend. Die vermoedt dat het een oud aardhommelnest is. Warempel, dat lijkt er verdacht veel op! Toch een second opinion gevraagd bij een docent biologie. Die vindt het een vreemd, maar fascinerend plaatje. Hij denkt aan een schimmel, maar het kunnen ook uitwerpselen of braaksporen zijn met daarin veel zaden die uitgekomen zijn. Het blijft dus gissen.

Ik stuur de foto’s naar Paul Böhre van het tijdschrift ROOTS en hoop dat hij dit raadsel kan oplossen.

Ik krijg al snel bericht: Kars Veling van de Vlinderstichting, vlinderkenner bij uitstek, weet het antwoord: het is een oud vervellingsnest van eikenprocessierupsen. Weer wat geleerd... Later lees ik dat er na de februaristormen nog meer nesten van de eikenprocessierups uit bomen zijn gewaaid.

De afgevallen nesten zitten bomvol brandharen die bij contact gezondheidsproblemen kunnen veroorzaken bij mens en dier. Veel mensen herkennen de nesten niet als van de eikenprocessierups. Het advies is om deze nesten door professionals te laten verwijderen (bron Nature Today).


NATUUR thuis: duiken

Dat aalscholvers wel een visje lusten is bekend, ook dat hun ogen soms groter zijn dan hun maag... Dat blijkt weer als ik een aalscholver ziet worstelen met een enorme vis. Vertwijfeld probeert hij dit feestmaal naar binnen te krijgen. Het lukt niet, dus werpt hij zijn kop achterover en probeert de vis in de lucht te gooien met de bedoeling hem op te vangen en soepeltjes naar binnen te laten glijden.

Maar de vis is groot en zwaar! Hij gaat niet omhoog maar omlaag en verdwijnt onder water. De aalscholver duikt wanhopig naar zijn buit. Ik wacht want ik ben benieuwd of hij mét of zonder vis boven komt. Het laatste dus. Hij probeert het nog een paar keer, maar de ‘vogel is gevlogen’. Volgende keer dus maar iets minder hebberig zijn.

Even later zie ik nog iets ‘duiken’ nu vanuit een boom. Een torenvalk heeft waarschijnlijk ook iets lekkers gezien. Ze verdwijnt achter een grote liggende boomstam. Heel voorzichtig sluip ik dichterbij. Ze werkt een hapje naar binnen, kijkt regelmatig om zich heen, maar vliegt niet weg. Wat een mooi gezicht! Ik krijg ruim de tijd om haar op de foto te zetten. Als zij even later wegvliegt, kijk ik nog even of ik prooiresten zie. Niets. Ze heeft gedaan wat ik vroeger thuis al leerde: ‘je bord leeg eten’.

terug naar boven >>

   
     
   
   


Sensoren voor Drentse schaapskudde

De Drentse schaapskuddes helpen met het in stand houden van de heidevelden. In opdracht van de provincie Drenthe hebben studenten van de ICT Academie in Hoogeveen, samen met het bedrijf Nidaros, een toepassing bedacht om de kudde snel te kunnen vinden. Eén van de schapen draagt een sensor en verstuurt om de 3 minuten via het radiosignaal coördinaten die aangeven waar het schaap is.

Antennes die dit signaal opvangen zijn verbonden met internet en sturen de coördinaten van de sensor door naar de server van het LoRaWAN netwerk. Via een webapplicatie kan zo om de 3 minuten de meest recente locatie worden getoond op een kaart zodat de kudde snel gevonden kan worden. Door het plaatsen van beeldschermen met internettoegang bij plaatselijke hotels, horeca, bezoekerscentra en schaapskooien kunnen bezoekers zien waar de kudde zich bevindt.

Bron: Provincie Drenthe

 


Robotmaaiers risico voor egels

De laatste tijd duiken er berichten op over robotmaaiers die egels verminken of doden.

Uit een enquete door Natuurpunt (België) en Egelwerkgroep Nederland onder ruim 650 eigenaren van robotmaaiers, blijkt dat 1 op de 30 eigenaren een dode of gewonde egel heeft teruggevonden na inzet van de maaier. Naast egels werden er ook dode kikkers, padden, salamanders, slakken, mollen, muizen en zelfs een Chinese wolhandkrab en een jonge haas gemeld. Ook merkmachines met ingebouwde veiligheidsmechanismen blijken nog niet voldoende veilig te zijn om egels te ontzien.

Na een kleine test met vier soorten robotmaaiers bleek dat de afstand tussen de beschermende kap - waarin de botssensor verwerkt zit - en de grond niet hoger zou moeten zijn dan 4,5 centimeter, zodat jonge egels niet kunnen worden geraakt door de messen. Slecht één van de vier geteste modellen voldeed aan die voorwaarde.

Bron: Zoogdiervereniging




Oostvaardersoevers

Bij het project Oostvaardersoevers is het de bedoeling het Markermeer te verbinden met de Oostvaardersplassen en Lepelaarplassen. Drie mooie, kwetsbare natuurgebieden.



Onder water zijn het kruispunten van belangrijke trekroutes voor vissen zoals de paling. Het is de kraamkamer en de voedselschuur voor snoeken en spierinkjes. Op en boven het water is het een rust- en foerageergebied voor veel vogels zoals de zwarte stern en de zeearend. Deze gebieden zijn een onderdeel van Nationaal Park Nieuw Land. De ambitie van het Nationaal Park is om de gebieden Oostvaardersplassen, Lepelaarplassen, (een deel van) het Markermeer en de Marker Wadden te benaderen als één groot samenhangend natuurgebied.

Meer informatie over het project Oostvaardersoevers staat op de website oostvaardersoevers.nl en op het boswachtersblog Oostvaardersplassen.


terug naar boven >>

   
 
   
   
   


https://www.dekortsteweg.nl

De 'Kortste Weg' is een campagne van 'De Groenste Familie' *) van Zuid-Holland. Dit project heeft als doel de korte keten in Zuid-Holland te ondersteunen en versterken om met elkaar een voedseltransitie te realiseren. Voedsel uit de korte keten gaat met maximaal één tussenschakel van land naar hand, van boer naar bord.

'De impact op het milieu is lager, het stimuleert duurzame landbouw, boeren en producenten ontvangen een eerlijke prijs en consumenten kunnen kiezen uit een gevarieerd aanbod van gezonde en verse producten.' Deze lokale producten zijn rechtstreeks bij boeren te koop maar ook te bestellen via de website dekortsteweg.nl.

*) De Groenste Familie van Zuid-Holland is een project van de Natuur en Milieufederatie Zuid-Holland (NMZH) om zoveel mogelijk mensen enthousiast maken voor duurzaam geproduceerd voedsel van dichtbij: uit de eigen streek en uit het seizoen.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Jaarlijks op 1 maart
De 'Nationale Complimentendag'

draait om het geven van oprechte aandacht en het tonen van persoonlijke waardering. Twee 'zaken' die niet te koop zijn, maar de mens (juist daarom) wel het diepst raken.


Vrijdag 13 en zaterdag 14 maart
NL Doet
Het Oranje Fonds organiseert op 13 en 14 maart 2020, samen met vele organisaties in het land, NLdoet; de grootste vrijwilligersactie van Nederland. NLdoet zet vrijwillige inzet in de spotlights en stimuleert iedereen om een dag(deel) de handen uit de mouwen te steken.

Meer info:
https://www.nldoet.nl


14 t/m 29 maart
Kikkerdriltelling

In maart geven bruine kikkers de eerste voorjaarsconcerten in de tuin. Daarom organiseert RAVON voor het derde achtereenvolgende jaar, in samenwerking met de Jaarrond Tuintelling weer de kikkerdriltelling.

Meer info: klik hier

 



Woensdag 18 maart

Nationale Boomfeestdag

De 64ste Nationale Viering Boomfeestdag vindt dit jaar plaats in gemeente Alphen aan den Rijn. Deze dag werd voor het eerst in april 1957 in Nederland georganiseerd door het Landelijk Comité Boomplantdag, in 1980 voortgezet als Stichting Nationale Boomfeestdag.


Meer info: https://www.boomfeestdag.nl




20 maart
Astronomische lente

Om praktische, maar ook klimatologische redenen begint de meteorologische lente op 1 maart en duurt tot 1 juni. De astronomische lente begint op vrijdag 20 maart. Astronomisch gezien begint de lente als de dag en de nacht even lang zijn.

Zaterdag 21 maart
Landelijke Opschoondag

Tijdens de 'Landelijke Opschoondag' organiseren mensen overal in het land leuke evenementen om samen hun straat of buurt schoon te maken en te houden.

Meer info: https://www.nederlandschoon.nl


In de nacht van zaterdag 28 op zondag 29 maart
Zomertijd


In eerste instantie zou de omschakeling tussen winter- en zomertijd vanaf 2019 worden afgeschaft, maar de transportministers van de EU hebben besloten de definitieve beslissing over het halfjaarlijks veranderen van de klok uit te stellen tot 2021.



Er staat ons nog iets te wachten in maart want...
Als in januari de vorst niet komen wil, dan komt die zeker in maart en april.

Maar....

Hoor je de koekoek op 20 maart, doof dan gauw de haard!


terug naar boven >>

   
       
   
   


Groenling (Chloris chloris)

Uiterlijk
De groenling is een helder (olijf)groen gekleurde stevige vink met een dikke, kegelvormige snavel. Hij heeft opvallende heldergele vleugelvlekken. Tijdens de licht golvende vlucht vallen ook de heldergele buitenste staartpennen op van de gevorkte staart. Het vrouwtje is grijzig-groen. De jonge groenlingen (juvenielen) lijken op het vrouwtje. Ze zijn wat grijzer dan hun moeder en meer gestreept.

Naam
Volksnamen voor de groenling zijn o.a. groninger, grunsel, groenvink, kornuut, vlasvink en doornevink. Voorheen noemden mensen deze vogel een boskanarie vanwege zijn prachtige stem. Vreemd, want de groenling is, samen met de keep en de appelvink, misschien wel de minst muzikale vogel van de in Nederland broedende vinkachtigen. De betekenis van de wetenschappelijke naam is: de op de distels voorkomende geelgroene.

Leefgebied
De groenling komt voor in grote delen van Europa. Daarnaast is de vogel ook te vinden in het Midden-Oosten en in het noorden van Afrika. Hij kan dus goed gedijen is zowel koude als gematigde en warme klimaten. In de winter zijn er ongeveer 200.000 tot 400.000 exemplaren in Nederland. Noord-Europese groenlingen vullen dan de Nederlandse populatie aan, die grotendeels in eigen land overwintert. Je kunt ze dan in grote groepen van wel honderden vogels op braakliggende akkers en wilde bloemenranden zien.

Voedsel
Soorten als vinken, kepen, groenlingen en geelgorzen redden het tegenwoordig niet meer zonder speciale winterakkertjes. Dat zijn veldjes met zomertarwe en zomergerst die in het najaar niet geoogst worden, maar die de hele winter blijven staan als voer voor de vogels. Dankzij subsidies voor agrarisch natuurbeheer is dit mogelijk. De groenling eet zaden van kruiden, struiken en bomen, zoals elzen, berken en zonnebloemen. Hij pakt met zijn kegelvormige snavel de zaden vast en trilt al ronddraaiend de vrucht uit de schil, waarna hij zaden opeet. Rozenbottels (van rimpelroos en hondsroos) vindt hij ook erg lekker. Op de voedertafel worden vooral zonnebloempitten, zwarte zonnebloemzaden en ongezouten pinda's gegeten. De volwassen vogels eten voornamelijk zaden, terwijl de jongen worden gevoed met insecten en vochtige zaden. In Nederland doet de groenling het goed. Hij is oorspronkelijk een bewoner van bosranden en halfopen zoomvegetatie. Nu dat natuurlijke habitat zeldzaam is geworden, bewoont de groenling vooral cultuurlandschappen: als er maar genoeg dichte struiken zijn.

Broeden
Voornamelijk in half open landschappen bevinden zich zo’n 65.000 tot 100.000 broedparen. Omdat ze graag zelf hun nest maken kun je de groenling niet helpen door een vogelhuisje op te hangen. Groenlingen zijn meestal te vinden in groepen. Ze zijn niet erg territoriaal, ze nestelen vaak in kleine kolonies van ongeveer 6 paren waarbij ze wel hun nest verdedigen. De groenling heeft een vrij lange broedperiode. Deze duurt van eind maart tot augustus.

Al vrij snel na de terugkeer in het broedgebied, eind maart, begin april, begint het koppel met nestelen. Omdat de meeste bomen dan nog kaal zijn, kiezen ze voor een struik of boom die groen blijft, zoals de conifeer en de hulst of zelfs voor de klimop. Het vrouwtje bouwt een open nestje hoog in de boom. Als de bomen eenmaal vol in blad staan, bouwt ze het nest ook in loofhout. Het nest bevindt zich bij de hoofdstam op de plaats van de takkenscheiding of in het kruis van twee of drie grote takken ernaast. Nestjes worden ook wel gebouwd in dicht (stekel)struikgewas, heggen, groenblijvende struiken en klimop. Het bestaat uit takjes, droge grashalmen en wortels.

De nestkom bekleedt het vrouwtje met paardenharen, veertjes, haren of fijne plantenwortels. Voor elk broedsel bouwen groenlingen gewoonlijk weer een nieuw nest. Het vrouwtje legt 5 tot 6 blauwachtig witte eieren met violetgrijze vlekjes, die ook door haar worden uitgebroed. Tijdens het broeden wordt ze door het mannetje gevoerd. Dit broeden duurt ongeveer 14 dagen en de jongen blijven ook ongeveer 14 dagen in het nest. Daarna vliegen ze uit.
Ze worden dan nog 2 weken gevoerd door de ouders. Meestal is er een tweede broedsel soms een derde. Wanneer de legsels elkaar snel opvolgen kan het mannetje voor de vliegvlugge jongen zorgen, terwijl het vrouwtje aan het volgende legsel begint. Een groenling wordt maximaal 13 jaar.

Voor- en najaarstrek
Groenlingen bezoeken buiten de broedlocaties ook voedselrijke plekken in open boerenland en gebruiken gemeenschappelijke slaapplaatsen in bos(jes). De najaarstrek begint half september en is half oktober op zijn hoogst; de laatste trekkers passeren eind november. De voorjaarstrek loopt van half maart tot begin mei, met het hoogtepunt eind maart en de eerste helft van april.

Standvogel
Over het algemeen zijn groenlingen standvogels. Dit houdt in dat ze, ook in de winter, in de buurt blijven van hun broedgebied. Na het broedseizoen moet de groenling verder weg op zoek naar voedsel, omdat dit niet altijd in grote mate beschikbaar is in zijn eigen broedgebied. Groenlingen uit koudere landen trekken wel weg in de winter. Ze vliegen dan soms vrij ver, zoals naar het Noordelijke gedeelte van Afrika, zoals Marokko. Groenlingen uit Scandinavië overwinteren in Nederland. U kunt ze dus het hele jaar door in ons land vinden.

Zang
De zang bestaat uit kanarieachtig gekwetter dat wordt afgewisseld met een rauw, dalend ‘tsjwèèè’ en klanken zoals 'ghuuk' of 'ghuup'. De lokroep is een helder 'tjuuk, tjuuk, tjuuk'. Als hij ergens van schrikt, klinkt er een hees, vreemd, langgerekt geblèèr, dat zich gemakkelijk laat vertalen als 'kwèèk, kwèèk'. Maar als ze de lokroep op verschillende toonhoogten blijft herhalen, dikwijls met erg zuivere afwisselingen, klinkt er opeens een alleraardigst lenteliedje door het ontluikende loof. Ook maakt hij een meer fluitend, stijgende 'djuuie'. In het broedseizoen zingt de groenling doorgaans na zonsopgang, op zonnige dagen, vanuit een boomtop of soms tijdens een opmerkelijke, vleermuisachtige vlucht (met trage, diepe vleugelslagen). De bedelroep van jongen is een herhaald 'djiel djiel djiel'.

Ziekte
Groenlingpopulaties zijn gevoelig voor de parasitaire ziekte 'Het Geel' (trichomonose). In Nederland werd 'Het Geel' voor het eerst bij een groenling vastgesteld in 2009.

Vijanden
In stedelijke omgevingen zijn kraaien de belangrijkste vijand van deze vogels. Ze vergrijpen zich nogal eens aan groenlingkuikens, maar ze vallen ook oude of verzwakte volwassen vogels aan.

Vinkachtigen behoorden tot de basisingrediënten van de 17de eeuwse keuken. De groenling vormt hier geen uitzondering op. Tenminste tot in de Tweede Wereldoorlog werden vinken regelmatig gegeten.

terug naar boven >>

   
     
   
   


Natuurwandeling in natuurtuin Rozenrust - woensdag 18 maart

Samen met IVN Natuurgids Ria Hoogstraat kunt u op zoek naar vroege bloeiers en stinseplanten in de natuurtuin en horen hoe ze aan hun naam komen.

De vogels zingen hun mooiste lied om een vrouwtje te versieren. Elke vogel is te herkennen aan zijn eigen lied, we leren er een paar. Als de zon schijnt zijn er ook al insecten actief zoals bijen, hommels en vlinders.
Waar vullen zij hun maag mee? 

Laat u verrassen door de lente in deze mooie kleine natuurtuin in Leidschendam.
Kinderen zijn van harte welkom, ze krijgen extra aandacht van de gids. Verzamelen om 14.00 uur bij de speeltuin tegenover de ingang van de Stadstuin Rusthout. De Natuurtuin ligt aan de Noordsingel tegenover de parkeergarage van winkelcentrum Leidsenhage. Bereikbaar met bus 46. De wandeling duurt ongeveer anderhalf uur. Het park is verboden voor honden.

Info tel. 070-3279349 of www.ivndenhaag.nl.

terug naar boven >>

   
     
   
   


‘Heksenboom van Zwarte Kaat’

De mooie beuk te Bladel (NB) (in de volksmond bekend als de ‘Heksenboom van Zwarte Kaat’, was de Nederlandse inzending voor de Europese 'TreeoftheYear 2020' verkiezing.

Helaas kunt u nu niet meer op de boom stemmen maar natuurlijk zijn we heel benieuwd of de Heksenboom winnaar wordt!
De resultaten zullen op 17 maart bekendgemaakt worden tijdens de prijsuitreiking in Brussel.

 

Bekijk het filmpje van de Heksenboom: klik hier


40 miljoen bomen

Er moeten de komende 10 jaar 40 miljoen bomen worden geplant in de provincie Noord-Brabant. De provincie komt binnenkort met een plan hoe en waar dat gaat gebeuren.

Natuurorganisaties denken mee over de plaatsen die geschikt zijn voor nieuw bos. De provincie Noord-Brabant heeft nu circa 70.000 hectare bos en daar moet tot aan 2030 nog 13.000 hectare bij komen.

In de periode tot aan 2023 wordt ingezet op 2.000 tot 2500 hectare aanplant van nieuwe bosgebieden. Er zal met name gekozen worden voor inheemse bomen zoals de linde, esdoorn en hazelaar. Die bomen zorgen voor meer diversiteit en meer dierenleven in de bossen.


Bron: Omroep Brabant


Redt steenmeel het oude eikenbos op de Veluwe?

Het gaat slecht met het oude eikenbos op de Veluwe. De vitaliteit van de eiken neemt af, vele eiken zijn stervende en er komen geen nieuwe eiken op.

De oorzaak ligt in de degradatie van de bodem door de hoge stikstofdepositie. Het uitstrooien van steenmeel lijkt één van de weinige effectieve maatregelen om dit probleem aan te pakken. Op de Veluwe is een omvangrijke praktijkproef gestart.

Meer info: klik hier


terug naar boven >>

   
   
       
   
   


‘Eeuwigdurende Lente’

De sneeuwklokken en winterakonieten laten zich al volop zien in Friesland.
Het is dus weer tijd voor de Stinzenflora-monitor. Deze laat wekelijks tot half mei zien wat, wanneer, waar bloeit:

Klik hier en hier

Er zijn ook weer inspirerende activiteiten van de deelnemers aan de Stinzenflora-monitor. We hopen weer velen te mogen begroeten. En er komen maar liefst 2 boeken uit over stinzenplanten, de prachtige voorjaarsbloeiers.

Adres: Smelbrêge 6 (Doktershûs/Vlaskamptún) en Smelbrêge 9 (Pakhûs SOLO), 9051 BH Stiens

Tel: 0653718024
E-mail: stinze.stiens@icloud.com

Twitter: @MonumentStiens
Facebook: Stinze Stiens
Meer info: www.stinze-stiens.nl


WaterWereld t/m 3 januari 2021

Jopie kende dat gevoel als geen ander. Hij kon uren zwerven door de Holle Mar, voor hem de hemel op aarde. ‘Ik voel me gelukkig, elke dag weer. Het enige wat ik nodig heb is mijn shaggie, m’n bootje en m’n hengel.’ Hij tekende het riet, de lisdodden, kale boompjes, het water bij nacht. In fijne pen- en potloodtekeningen, stemmige olieverf en dromerig aquarel legde hij zijn waterwereld vast.

Rechts: tekening Jopie Huisman 1959

Speciaal voor de tentoonstelling is een selectie gemaakt van zijn mooiste waterlandschappen. In WaterWereld worden Jopie’s waterlandschappen gespiegeld aan die van zijn collega-kunstenaars.

Audiotour
Jopie was een rasverteller, hij kon net zo bevlogen praten als schilderen. Met zijn uitspraken en verhalen - die te horen zijn in de audiotour - weet hij de museumbezoekers écht te raken.

Links: Rietkragen en grassen in het Hollandse landschap -
Marjan Nagtegaal

Cultureel programma
Het Jopie Huisman Museum organiseert het hele jaar door activiteiten rond de tentoonstelling: van aquarelworkshops tot excursies, van vaartochten tot thema-avonden en van natuurwandelingen tot masterclasses. Hierin spelen de drie thema’s van Jopie’s kijk op het leven een toonaangevende rol: duurzaamheid, natuurbeleving en mededogen.

Adres Jopie Huisman Museum: Noard 6, 8711 AH Workum
Meer info: klik hier


Kunstexpositie Landschap in Beweging
- tot 12 april 2020

Op de kunstzolder toont het museum werk van Christine Boer. Haar werk gaat over landschap in beweging. De inwerking van water op land, de invloed van weer, wind en seizoenen, de cyclus van geboorte, groei, voortplanting en dood, de verschillen van dag en nacht, het menselijk ingrijpen in het landschap, de klimaatverandering – het landschap is niet statisch; het beweegt en verandert.

Rechts: Bomen-Dag-en-Nacht - Chrisitine Boer

Zij geeft daaraan vorm door haar getekende, geprinte en geëtste papieren landschappen te versnijden en in reliëfs door elkaar heen te werken. Zo ontstaat, op grond van een geheel eigen techniek, een nieuw, meer abstract beeld, waarin veranderingen zichtbaar worden en de landschappelijkheid toch herkenbaar blijft.

Adres Museum Warsenhoeck: Geinoord 11, 3432 PE Nieuwegein
Geopend: woensdag, zaterdag en zondag van 14:00-17:00 uur

terug naar boven >>

   
   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.




 

 

 
 
 
     
' .