Flora en fauna
- Gele morgenster
- Tjiftjaf

Natuurnieuws
- Aankoop boerenland
- Visdeurbel Utrecht

Natuur Uit en Thuis
- UIT:
holenbroeders
- THUIS: ‘Pak-me-dan-als-je-kan’

Boekennieuws
-Compactgids Wildplukken


Natuur kort
- Rijke Dijken van de Delta

- Landschapselementen
- Bossen in Zeeland

Natuurexcursie
- Geen

Websites van de maand
- Ravon

Dieren in weerspreuken (mei)
- 10 spreuken


Natuur Plus
-
Gladde slang

Bomenweetjes
- Paddenstoelen op essen
- Zorgplicht bomen
- Trees for Life

Uit-tips
-
BOREALIS - Life in the woods
- Over Velden en Wegen 
- Diepgeworteld



 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Gele morgenster - Tragopogon pratensis

Gele morgenster bloeit vanaf mei. Het is een twee- of meerjarige plant die tot in juli te vinden is langs wegen, op grazige groeiplaatsen van ouderwetse bloemrijke weides, dijken en bermen maar ook op ruderale (verwilderde) en stenige terreinen.

De gele morgenster doet zijn naam eer aan, want de bloem staat alleen ‘s morgens volledig open (en dan ook alleen als de zon schijnt) en sluit rond het middaguur.

Na de bloei doet zich ongeveer hetzelfde fenomeen voor maar dan in de vorm van pluizenbollen die bij nat weer sluiten.

In gesloten vorm lijkt gele morgenster op een paardenbloem en wordt dan vaak niet opgemerkt. De plant valt pas op als de gele lintbloemen zich openen en door de even lange omwindselbladeren en de acht uitstekende kelkbladeren. Het is een algemene voorkomende plant, die dankzij zijn lange penwortel, in drogere gebieden ook gedijt. 

De oude naam voor deze plant is 'Boksbaard'. De soortnaam tragopógon komt uit het Grieks tragos = bok en pôgôn = baard. Deze naamgeving duidt op het lange vruchtpluis van de plant. Ook buitenlandse namen refereren aan de baard van de bok. Barba di becco en barba de cabra in Italië respectievelijk Spanje. Wiesen Bockbart in Duitsland. De familienaam pratensis betekent ‘van het weiland’.

Op de bloembodem staan lange ovale nootjes die aan een gesteeld vruchtpluisje door de wind worden verspreid. Na de bloei en vruchtzetting sterft de plant.


Tjiftjaf - Phylloscopus collybita

De tjiftjaf zingt zijn eigen naam, een steeds herhalende liedje: 'tjif-tjaf-tjif-tjaf-tjif'. Je merkt hem dan ook eerder op door zijn zang, dan doordat je hem ziet. Hoge bomen worden als zangpost gebruikt.

Het eerste stuk van de Latijnse naam 'Phylloscopus collybita' betekent dat het een bladbekijkertje is, omdat hij daar immers zijn voedsel zoekt. Het tweede deel betekent zoveel als ‘geldwisselaar’. Vroeger vond men dat het liedje nogal metaalachtig en ritmisch klonk zodat het leek alsof er geld werd geteld. De tjiftjaf is een fijngebouwd, erg beweeglijk vogeltje met een doffe, groengrijze bovenzijde. De onderzijde is iets lichter van kleur. Hij heeft donkere pootjes en een heel klein gelig oogstreepje. De tjiftjaf is in maart teruggekomen van zijn overwinteringplaats rond de Middellandse Zee. Twee weken eerder dan de fitis. Ze lijken qua uiterlijk erg op elkaar, alleen de zang is anders.

De tjiftjaf broedt van april tot juli, meestal één legsel. Het bijzondere nestje, met overkapping en naar boven gerichte zij-ingang, ligt goed verscholen in de bodemvegetatie of vlak boven de grond in het struikgewas.


Rechtsonder, kunstig bouwsel tussen twee binten in een schuilhut van Natuurmonumenten.

Het voedsel van de tjiftjaf bestaat uit allerlei insecten en spinnetjes die ze met hun scherpe snaveltjes van twijgen en bladeren afpikken. Soms eten ze ook bessen. De jongen komen na 14-15 dagen uit het ei. Pa en ma voeren samen hun kroost. Het mannetje zoekt het voedsel hoog in de boomkruinen, het vrouwtje struint meer de kruiden- en struikenlaag af. Na ± twee weken zijn de jongen groot genoeg en verlaten het nest. In september-oktober trekt de tjiftjaf weer weg.



terug naar boven >>

   
       
   
   


Aankoop boerenland

Land van Ons heeft sinds de oprichting in 2019 ongeveer 12.000 leden aangetrokken. Zij betalen contributie en storten ook geld in Land van Ons. De coöperatie koopt daar, na goedkeuring van de leden, grond voor. Na een periode van minimaal twee jaar kunnen leden hun grondaandeel weer verkopen, als ze dat willen.

De burgercoöperatie Land van Ons heeft besloten een perceel landbouwgrond van 26 hectare in Onnen aan te kopen. Het doel van de aankoop is het boerenland zo te gebruiken dat het goed is voor allerlei soorten insecten, vogels, zoogdieren, planten én alles wat leeft in de bodem. In mei wil Land van Ons beginnen met het inzaaien van 3 ha. boekweit (een gewas dat veel insecten aantrekt) en vervolgens een mozaïek-landschap aanleggen met kleine akkers, hagen en houtwallen.

Het perceel ligt in een essenlandschap. Door diverse ontginningen van het veen, de aanleg van afwateringssloten en de aanplant van bomen die later voor het grootste deel weer gekapt werden, is het landschap door de jaren heen veranderd.

In het gebied ligt een pingoruïne. Een pingo is een heuvel die is ontstaan aan het einde van een ijstijd doordat een ondergrondse ijslens (permafrost)de bodem heeft opgedrukt. Pingoruïnes zijn de overblijfselen van een pingo als het ijs in de ondergrond is gesmolten. Er ontstaat dan een ringvormige krater die wordt opgevuld met smeltwater. Het meertje werd vervolgens in een warmere tijd weer opgevuld met organisch materiaal als gevolg van plantengroei. In de loop van de tijd vormde zich uit dit organisch materiaal veen. Later is dat veen er door de mens uitgehaald om te gebruiken als brandstof. Hierdoor is de vorm van de pingo’s weer zichtbaar geworden als ronde meertjes in het landschap.

Bron: Land van Ons

terug naar boven >>

 


Visdeurbel Utrecht

Het publiek kan door middel van een deurbel een sluis laten openen zodat vissen er doorheen kunnen zwemmen. Het grappige concept blijkt een enorm succes. De bel is inmiddels al meer dan 32.000 keer gebruikt. Stadecoloog Anne Nijs kan haar geluk niet op.

Sinds 30 maart is de visdeurbel online te gebruiken. Op de website worden livebeelden uitgezonden van een camera die zich in de Weerdsluis in Utrecht bevindt.

De visbel werkt als volgt: Vissen zwemmen ieder voorjaar vanaf de Vecht, via de Oudegracht en de singels, naar de Kromme Rijn, dwars door Utrecht heen, op zoek naar een plek om eitjes te leggen en zich voort te planten. Soms moeten ze lang wachten bij de Weerdsluis, omdat de sluisdeuren in het voorjaar niet vaak open gaan.

Om de vissen te kunnen helpen is er een camera onder water geplaatst die online livebeelden uitzendt. Zie je een vis? Dan kun je op de bel drukken.

Hierdoor kan de sluiswachter de sluis openen en kunnen de vissen hun reis voortzetten.De visbel in Utrecht is de eerste ter wereld. De visbel is inmiddels online en beschikbaar. "Er is een lampje zodat je ook 's nachts kunt kijken."

Bron: RTLnieuws

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


NATUUR uit: holenbroeders

Er zweeft iets in de lucht... Boven de Ginkelse heide worden parachutisten gedropt. Altijd een bijzonder gezicht! Het is er ook een perfecte dag voor: zonnig, droog, weinig wind.

Ik loop de prachtige route ‘Lage Veluwe’ met mooie heidevelden en imposante bomenlanen. Vanaf m’n etensbankje hoor ik een grote bonte specht! Na wat speurwerk ontdek ik hem. Hij bekijkt zijn nestholte met afdak, hij woont overduidelijk ‘op stand’.

Terwijl hij de omgeving strak in de gaten houdt, wordt ook het ‘afdak’, dat bestaat uit zwammen, langdurig aan een inspectie onderworpen. Wie weet is er iets lekkers te halen. Hij is niet alleen want als buurman heeft hij een boomklever. Die is druk met de ingang van zijn hol. Hij broedt graag in een oud spechtennest en hakt of metselt de nestopening precies op maat met modder zodat grotere soorten er niet in kunnen. Als ik even later door weer zo’n indrukwekkende bomenlaan loop, zie ik opnieuw een prachtige holte. Een kleine vogel bekijkt de toekomstige woning secuur van binnen en van buiten. Hij lijkt op een koolmees, maar is een stuk kleiner en veel bleker van kleur.

Hij heeft een zwarte kop met witte wangen en een witte achterhoofdsvlek, een grijze rug en twee fijne, witte vleugelstreepjes. Misschien een matkop- of een glanskopmees? Het blijkt een zwarte mees te zijn. M’n eerste. Wat een verrassende waarneming!

Als m’n wandeling er bijna opzit, springt er opeens een groep reeën door het hoge pijpenstro.

Prachtig om te zien, maar waarschijnlijk opgeschrikt door de vele fietsers op het naastgelegen fietspad dat dwars door de heide loopt waardoor de laatste tijd onbedoeld maar veel te vaak hun toch al beperkte leefgebied wordt verstoord.



NATUUR thuis: ‘Pak-me-dan-als-je-kan’

De eerste die me jubelend welkom heet in de Duifpolder is de veldleeuwerik, inmiddels een zeldzaamheid hier, maar elk jaar op deze plek hoor en zie ik hem weer! De broedeilandjes in het plasdrasgebied zijn ingenomen door kokmeeuwen. Vertederend om te zien hoe die luidruchtige vogels met hun schelle, schorre roep elkaar nu stilletjes het hof maken. Ze zwemmen rondjes om elkaar heen, leggen hun kopjes tegen elkaar en besluiten dan dat ze grond onder de voeten willen om hun liefde te bezegelen.

Als ik langs de vaart loop, hoor en zie ik m’n eerste visdief! Elk voorjaar weer een heerlijk moment. Een witte kwikstaart rent voor me uit. Maar ik zie nog een snelle loper! Zo snel, dat het even duurt voor ik besef wat het is... Een tapuit!

Door grondwerkzaamheden is het graspad veranderd in een brede zanderige strook. Een perfecte plek voor tapuiten die graag foerageren op dit soort plekken met korte vegetatie waar ze goed kunnen rennen. Steeds vliegt hij een stukje verder, net of hij ‘pak-me-dan-als-je-kan’ met me wil spelen. Het prachtige vogeltje met zijn zwarte masker, zwarte vleugels, grijze rug en zacht-oranje buik zigzagt op zijn lange poten van links naar rechts, vliegt soms even op, duikt regelmatig omlaag om met zijn spitse snavel een insect op te pikken.

Nadat hij een poosje op de afrastering tussen weiland en pad heeft gezeten, verdwijnt hij. Op de terugweg hobbelt er een koppeltje koeien over de weg. Ze hebben er af en toe flink de gang in en laten zich over een afstand van bijna twee kilometer door de boer naar een andere weiland leiden. Een gemoedelijk tafereeltje van het boerenland. Ik hoop het nog regelmatig te zien.

terug naar boven >>

   
 
   
   
   


Compactgids Wildplukken

Met ‘Wildplukken’ wordt er weer een nieuwe natuurgids toegevoegd aan de succesvolle natuurserie ‘Compactgidsen’. In 'Wildplukken' vind je alles over wilde bloemen en planten en waar je deze kunt vinden.

Op iedere pagina van deze gids vind je een soort in woord en beeld – met een heldere beschrijving van de opvallendste kenmerken en leefomstandigheden, plus een natuurgetrouwe tekening voor snelle herkenning. Met een handige plastic hoes voor gebruik buiten en een overzichtelijke mini-poster met alle besproken dieren en/of planten.

Meer info: klik hier

Compactgids Wildplukken
Inclusief miniposter
Kosmos Uitgevers
Nederlands192 blz.
Paperback
€ 9.99

terug naar boven >>

   
 
   
   
   

Rijke Dijken van de Delta

De Hollandse dijken staan van oudsher bekend om hun waarde voor onder andere vaatplanten en paddenstoelen. Het project ‘Rijke Dijken van de Delta’ wijst uit dat sommige dijken ook veel te bieden hebben op het gebied van insecten, in het bijzonder voor wilde bijen.

In 2020 is de eerste helft van het veldwerk uitgevoerd, waarbij 22 dijken (acht kilometer) onderzocht zijn. Tot op heden zijn er al 112 soorten bijen vastgesteld, grofweg één derde van de Nederlandse bijenfauna. Sommige soorten worden opvallend veel aangetroffen op dijken, zoals de weidebij en de grashommel. Dit lijken karakteristieke dijksoorten. Ook de aantallen zijn indrukwekkend: lokaal zijn vele honderden tot soms wel duizenden exemplaren waarneembaar.

grashommel

foto: Albert de Wilde


Vanwege de hoge aantallen en soortenrijkdom kunnen dijken mogelijk een sleutelrol spelen bij het herstel van insectenpopulaties in het agrarisch gebied. Na afronding van het veldwerk in 2021 zullen de complete resultaten worden gepubliceerd. Tot die tijd verschijnt meer informatie periodiek op: bestuivers.nl/dijkenproject.

Bron: Nature Today

 


Landschapselementen

Het ‘Aanvalsplan voor Versterking Landschappelijke identiteit via Landschapselementen’ biedt concrete handvatten die bijdragen aan grote maatschappelijke opgaven voor klimaat, biodiversiteit, omgevingsbeleid en bossenstrategie.

De ambitie is 10% groenblauwe dooradering van het landelijk gebied. Het Deltaplan Biodiversiteitsherstel wil deze ambitie samen met boeren en overheden en door stapeling van publieke en private middelen bereiken.

Het Aanvalsplan gaat over kleine landschapselementen, zoals sloten en oevers, bosjes, bermen en hagen. In de afgelopen eeuw is 60% van deze landschapselementen verloren gegaan. Achteruitgang van landschapselementen leidt direct tot achteruitgang van soorten. Daarom is het urgent om te werken aan herstel en uitbreiding.

Bron: Stichting Deltaplan Biodiversiteitsherstel.




Bossen in Zeeland

Half april is in natuurgebied de Clingepolder een start gemaakt met de aanleg van extra bossen in Zeeland. Dit natuurgebied wordt komend plantseizoen verder ingeplant met inheemse bomen die van nature thuis horen in dit landschap, zoals de boswilg, grove den, taxus en zomereik, zwarte populier, sporkehout, haagbeuk en hulst. Deze mix van bomen en struiken zorgt voor een gevarieerd bos met hoge en lage beplanting.

De ambitie is om de komende 10 jaar 425 hectare extra bos te realiseren. In de Zeeuwse Bosvisie staat beschreven hoe de provincie Zeeland hier uitvoering aan wil geven. Het extra bos zal worden gerealiseerd binnen het bestaande Natuurnetwerk. Dat gebeurt vooral met Zeeuwse elementen die typerend zijn voor Zeeland. Denk aan beplantingen op (binnen)dijken of heggen en hoogstamboomgaarden op boerenerven en het agrarische platteland. Zeeland kenmerkt zich van oudsher door een open landschap. Die openheid wil men op diverse plaatsen zeker behouden.

Bron: provincie Zeeland

terug naar boven >>

   
 
   
   
   


In verband met de coronamaatregelen zijn begeleide excursies tot nader datum uitgesteld.

terug naar boven >>


   
 
   
   
   


https://www.ravon.nl

RAVON is een kennisorganisatie die zich richt op de studie en bescherming van in Nederland voorkomende amfibieën, reptielen en vissen. RAVON voert onderzoek uit en zet de hieruit voortvloeiende kennis en data in voor advies, voorlichting en bescherming.

Meldpunt voor zieke en dode reptielen en amfibieën
Wanneer nieuwe, invasieve ziekteverwekkers inheemse populaties van reptielen en amfibieën binnendringen, kunnen de gevolgen desastreus zijn. Stichting RAVON doet daarom onderzoek naar verschillende ziektes die de inheemse fauna bedreigen en heeft daar een nieuw meldpunt voor geopend.

Al enige jaren vraagt RAVON om meldingen door te geven wanneer zieke of dode reptielen of amfibieën  worden waargenomen. Op deze manier kan de organisatie inzicht houden in de verspreiding van ziekteverwekkers. Om het makkelijker te maken om meldingen door te geven is er nu een meldpunt ingericht op de website van RAVON.

terug naar boven >>

   
       
   
         
   


terug naar boven >>


   
       
   
   


Gladde slang - coronella austriaca

Hebt u in het wild weleens een slang in Nederland gezien? Nee? Niet zo gek hoor, je komt ze ook niet zoveel tegen. Slangen zijn schuwe dieren en bang voor mensen.

Zeldzaam
De gladde slang is de zeldzaamste slang van Nederland en is, op de muurhagedis na, de sterkst bedreigde reptielensoort van Nederland.

Gladde slangen komen met name voor op stuwwallen, in heidevelden en veengebieden. In Gelderland op de Veluwe, in de Peel en de Kempen (NB) en in sommige delen van Limburg. Ook laten ze zich geregeld zien in Drenthe en in het natuurgebied Fochteloërveen (Dr/Fr).

Over de levenswijze van gladde slangen is heel weinig bekend ondanks dat ze overdag actief zijn. Vanwege hun zeer verborgen levenswijze en schutkleur worden gladde slangen zelden opgemerkt. Ze verschuilen zich vooral onder stenen en boomstronken, een pak bladeren of takjes.

Gladde slangen verbergen zich ook weleens in ondergrondse gangen en holen van zoogdieren. Ze zijn niet actief bij grote hitte maar juist vaak op bewolkte dagen met een iets lagere temperatuur, soms zelfs bij lichte regen.

Kenmerken
De gladde slang is een slanke, niet-giftige slang. Hij is grijsachtig, gelig tot licht- of roodbruin met op de rug twee rijen met vlekjes. De buikzijde van volwassen dieren is veelal bezet met kleine donkere vlekken, maar deze kan ook helemaal donker zijn of roodbruin. Gladde slangen worden zelden langer dan 65 - 70 cm (in vergelijking met de ringslang is dat de helft kleiner) en zijn daarmee de kleinste slangen van ons land. Niet-drachtige vrouwtjes zijn gemiddeld iets zwaarder dan mannetjes.Kenmerkend zijn de ongekielde schubben die voor een glad en glimmend uiterlijk zorgen. Van dichtbij zijn deze schubben duidelijk zichtbaar. Het lichaam gaat vrij onopvallend over in een relatief kleine spitse kop. Op de kop is een donkere vlek aanwezig, die naar de hals toe vaak in twee punten uitloopt. Aan dit ‘kroontje’ heeft de soort zijn wetenschappelijke geslachtsnaam Coronella te danken. Een ander altijd aanwezig patroon op de kop is de donkere streep die vanaf het neusgat via het oog tot in de hals loopt en de ronde pupillen met gele ogen. 

Niet giftig
Bang hoef je niet te zijn voor deze slang. Hij is niet giftig en ook niet agressief. Een gladde slang zal vertrouwen op zijn schutkleur, en zal niet proberen te vluchten als er gevaar dreigt. Als hij zich bedreigd voelt, doordat bijvoorbeeld plotseling een steen verplaatst wordt, zal hij bliksemsnel bijten. Zo'n beet is niet gevaarlijk: de tanden zijn te klein om schade aan te richten. Een beet zal hooguit resulteren in kleine bloedende wondjes.

Voedsel
Volwassen gladde slangen voeden zich, afhankelijk van hun leefgebied, met kleine knaagdieren, jongen van op de grond broedende vogels, hazelwormen, zand-, muur- en levendbarende hagedissen en zelfs jonge adders. De gladde slang pakt zijn prooi met de bek vast en omwikkelt deze dan met zijn lichaam waardoor de prooi stikt. Juveniele gladde slangen eten vooral hagedissen. 

Het is een koudbloedig dier. Voordat ze opgewarmd zijn, zijn ze traag en weinig beweeglijk. Dit maakt ze erg kwetsbaar en een gemakkelijke prooi voor vijanden zoals roofvogels. Op open plekken uit de wind warmen ze sneller op. De gladde slang heeft een lichaamstemperatuur van 29 tot 33 graden celsius. Als hij het te warm krijgt, trekt de slang zich terug omdat hij moet oppassen voor oververhitting. Zwangere vrouwtjes zonnen nog het vaakst, dit doen ze om in de zonnewarmte hun eieren te laten rijpen. Ze zoeken daar gezamenlijk de meest geschikte plekken in het terrein voor op.



Er worden soms speciaal voor de slang bulten aangelegd. Dat zijn langwerpige takkenhopen, afgedekt met plaggen. Binnen in de hoop kunnen de slangen schuilen, bovenop kunnen ze zonnen om zich op te warmen. Bij de minste onraad kunnen ze verdwijnen in de grote takkenhopen waar ze veilig zijn voor hun vijanden. Maar ook als ze het te warm krijgen kunnen ze er schuilen.

Winterslaap
Vanaf half september tot half oktober, als de gemiddelde dagelijkse temperatuur onder de 12 graden daalt, vindt de herfsttrek naar de overwinteringsplaatsen plaats. Afstanden naar overwinteringsplaatsen (tot 400 m) worden in korte tijd afgelegd, de slangen lijken de locaties dan ook goed te kennen. De juvenielen (jonge dieren) verdwijnen als laatste in winterslaap. Gladde slangen kunnen gezamenlijk gebruik maken van een geschikte overwinteringsplaats. Ze overwinteren circa 5 cm onder de grond, maar kruipen soms tot 35 centimeter diep de grond in. Hier komt de temperatuur nooit onder het vriespunt.
De winterslaap duurt van oktober tot maart.

Over overwinteringsplekken van gladde slangen is niet veel bekend. Ze moeten in elk geval goed geïsoleerd, vorstvrij en enigszins vochtig zijn, maar niet te nat. Ze komen later uit hun winterslaap dan andere Nederlandse reptielen. In maart kunnen er al exemplaren actief zijn, maar de meeste worden pas vanaf mei waargenomen en dan gaan ze vrijwel direct op zoek naar een partner om zich voort te planten. Kort na de voorjaarstrek, tussen eind mei en eind juni, vervellen de volwassen dieren. Tussen half juli en half augustus vindt een tweede vervelling plaats. Bij drachtige vrouwtjes is dit dus vlak voordat ze jongen krijgen.

Voortplanting
Voor de paring kunnen er agressieve gevechten tussen mannetjes plaatsvinden, waarbij ze elkaar met opgeheven kop proberen te omstrengelen en waarbij ze elkaar heftig bijten.

Gladde slangen zijn levendbarend: ze ‘broeden’ de eieren uit in hun lichaam waarna de jongen geboren worden met een dun vliesje dat direct breekt. Na ongeveer 4 à 5 maanden worden er ongeveer 3 tot 9 jongen geboren die bij hun geboorte 14 tot 20 cm lang zijn. De meeste jongen worden tussen half augustus en half september geboren. In warme jaren soms al eind juli of begin augustus. In koude jaren werpen de vrouwtjes soms pas in oktober. Kort na de geboorte vervellen de jongen voor de eerste keer. De gladde slang komt in Europa voor van Zuid-Engeland in het westen tot West-Azië in het oosten. De noordelijke verspreidingsgrens loopt door het zuidelijke deel van Scandinavië en volgt de vegetatie- en klimaatgrens. In Zuid-Europa wordt hij tot in het zuiden van Spanje, Italië en Griekenland aangetroffen tot op een hoogte van 2200 m.

In grote delen van het verspreidingsgebied is het een algemeen voorkomende soort van droge, stenige en bergachtige terreinen. In Noordwest-Europa is het een zeldzamere soort van voornamelijk droge heidevelden. De gladde slang kan in het wild ongeveer 18 jaar oud worden.

Natuurlijke vijanden van de gladde slang zijn de buizerd, de hermelijn en de bunzing. Vooral tijdens vervellingen zijn de dieren redelijk kwetsbaar.
De gladde slang staat op de rode lijst met de status ‘bedreigd’.

Bronnen: internet, o.a.wildlife spotten.nl
Meer info: klik hier


terug naar boven >>

   
 
     
   
 



Bijzondere paddenstoelen op essen

Sinds enige tijd komt in Nederland essentakziekte voor. De toename van dood of halfdood essenhout heeft geleid tot een sterke toename van een aantal interessante, bijzondere paddenstoelensoorten. De meest zeldzame basidiomyceet die hier onder essen wordt gevonden is wel de met uitsterven bedreigde glimmerige voorjaarssatijnzwam.

foto links: Martijn Oud

Sommige boomstronken zitten ook vol met de zwartbruine 'puisten' van de Kogelhoutskoolzwam

De ziekteveroorzaker is de schimmel Hynenoscyphus fraxineus. De schimmel verstopt de sapstroom van het blad naar een tak van de es. Als er voldoende bladeren zijn aangetast, sterven de takken af. Uiteindelijk sterft de hele boom, maar daar gaan soms jaren overheen.

De ziekte heeft in Nederland niet overal op dezelfde manier toegeslagen.
Als de vele zieke essen uiteindelijk zullen verdwijnen, zal dat gevolgen hebben voor veel bijzondere paddenstoelen

Bron: Nederlandse Mycologische Vereniging.


Zorgplicht bomen

Via de  zorgplicht is een boomeigenaar wettelijk aansprakelijk als een boom schade toebrengt aan derden, omdat hij niet goed bijgehouden is. De eigenaar is via de zorgplicht dus maatschappelijk verplicht om zijn bomen en bos goed te verzorgen en zo de kans op schade te minimaliseren. Men spreekt vaak van drie vormen van zorgplicht:

Algemene zorgplicht
Algemene zorgplicht houdt in dat er in ieder geval regulier en regelmatig onderhoud aan bomen en bossen moet plaatsvinden afhankelijk van leeftijd, omvang en groeiplaats, waarbij boomveiligheid een aandachtspunt is. Dat varieert van vijfjaarlijkse tot jaarlijkse controles.

Verhoogde zorgplicht

Staan de bomen op een locatie met een verhoogd risico, bijvoorbeeld langs een laan, fietspad of bij een parkeerplaats? Dan is een intensievere controle nodig, bijvoorbeeld eens per jaar of eens in de 3 jaar.

Onderzoeksplicht
Onderzoeksplicht geldt voor bomen waar een uitwendige afwijking, een gebrek of een ziekte is vastgesteld. Het gaat om bomen die nu of in de toekomst mogelijk een gevaar opleveren. Van de eigenaar wordt verwacht dat hij aan kan tonen in hoeverre aan deze zorgplicht is voldaan. In een verslag moet staan welke bomen gecontroleerd zijn, hoe vaak, wanneer precies en hoe de controle heeft plaatsgevonden. Een beschrijving van eventuele gebreken en afwijkingen is ook onderdeel van de rapportage.

Bron: Bosgroepen



Trees for Life


Bij veel van de mensen die Toirkens en Brandt Corstius (zie tentoonstelling Borealis onder UIT) op hun reizen ontmoeten ervaren ze een intense liefde voor het bos. Dit geldt zeker voor de mensen achter de stichting Trees for Life. In Schotland zetten zij zich in om het Caledonian Forest weer tot leven te brengen.

foto: Jeroen Toirkens

De laatste granny pines staan hier nu vaak eenzaam op kale rotsen, maar ooit stonden de voor Schotland zo kenmerkende rotsachtige landschappen vol met deze bomen. Samen met hun donateurs hebben Toirkens en Brandt Corstius via Trees for Life 360 bomen laten planten in deze regio, ter compensatie van de vliegreizen die ze voor Borealis hebben gemaakt.

terug naar boven >>

   
   
   
       
   
   


BOREALIS - LIFE IN THE WOODS
  - 16 jan - 03 okt 2021

Het belang van de bossen op onze planeet was nooit eerder zo duidelijk als nu.  Fotograaf Jeroen Toirkens (1971) en journalist en televisiemaker Jelle Brandt Corstius (1978) hebben voor hun project Borealis de afgelopen vier jaar de bossen van de zogenaamde boreale zone *) bezocht, op zoek naar de verhalen van deze bossen en de mensen die ze bewonen. De beelden van Toirkens getuigen van de eeuwenoude mythische aantrekkingskracht van de bossen, maar tonen ook de manieren waarop de bewoners hun leefgebied behandelen en beschermen.

Rechts: Jeroen Toirkens en Jelle-Brandt Corstius

Portret van een boom
Tijdens hun reizen zoekt Toirkens naar ‘de boom van de dag’. Niet om deze te fotograferen, maar te portretteren als een karakter op zich. Het zijn deze portetten die de bezoeker bij binnenkomst van de tentoonstelling omringen alsof men zelf een weg door het bos aflegt, alvorens de ruimte te betreden waar de reisverhalen zich aan de bezoeker ontvouwen.

*) De boreale zone is een cirkel van voornamelijk naaldbossen, die zich uitstrekt over de noordelijke delen van Europa, Azië en Amerika. Er zijn verschillende namen voor dit gebied: Amerikanen en Canadezen noemen het Great Northern Forest of boreal forest (afgeleid van borealis, Latijn voor noordelijk), maar bekender is misschien de Russische aanduiding taiga. Het is de grootste vegetatiezone op aarde, zelfs groter dan het Amazoneregenwoud. Dertig procent van alle bomen op aarde staat in de boreale zone.

https://www.borealisproject.nl

Adres: Fotomuseum Den Haag, Stadhouderslaan 43, 2517 HV Den Haag
Meer info: klik hier


Over Velden en Wegen  - t/m 26 september 2021

Museum Flehite is voorlopig gesloten, in ieder geval t/m 28 april.  De gloednieuwe tentoonstelling 'Over velden en wegen' staat al klaar om gezien te worden.

Laat je meevoeren langs de mooiste plekken in Nederland door de eeuwen heen, in beeld gebracht door oude meesters en hedendsaagse kunstenaars. 

Edith-Meijering-Molenbrand

In het landelijke themajaar ‘Ode aan het landschap’ richt Museum Flehite de aandacht op de diversiteit van het landschap in Nederland in het algemeen en rond Amersfoort in het bijzonder. Met een veelzijdige tentoonstelling van landschapschilder- en -tekenkunst toont het museum de prachtige natuur die Nederland rijk is. 

Museum Flehite

Adres: Westsingel 50, 3811 BC Amersfoort
Tel.: 033-247 11 00
Meer info: klik hier


Diepgeworteld - t/m 15 augustus 2021

Ter gelegenheid van het 50-jarig jubileum van de Bomenstichting toont het Dordrechts Museum in Diepgeworteld de veelzijdigheid van de boom in zes eeuwen Nederlandse schilderkunst.

Van verhalende voorstellingen, realistische landschappen tot abstracte composities. Een dialoog van oude en moderne meesters. Allemaal afkomstig uit Nederlandse collecties. Een ode aan de boom en aan de schilders die dit onderwerp zo meesterlijk wisten te vereeuwigen.

Jan van Gooyen, Oude eik aan rustig water

Dordrechts Museum

Adres: Museumstraat 40, 3311 XP Dordrecht
Meer info: klik hier

terug naar boven
>>


   
   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: https://groen-natuurlijk.nl/natuurnieuwsbrieven/
Het overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt:
Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.

Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior (komt zes keer per jaar uit!). U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl of het formulier in te vullen: klik hier



   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.

terug naar boven >>




 

 

 
 
 
     
' .