Flora en fauna
- Ruige weerschijnzwam
- Lepelaar

Natuurnieuws
- Herenboeren in de Schiebroekse Polder
- Zonnebloemenlinten langs maïspercelen
- Sanering Springendal

Natuur Uit en Thuis
- UIT: zwartbrons en geelzwart

- THUIS: zoemend bezoek


Natuur kort
- Waterkwaliteit slootjes in Nederland

- Opgroeien in een groene omgeving

Website van de maand
- Theetuinen van Nederland

Natuur Plus
- Hoornaar




Excursies
-
Avondwandeling in Park Schakenbosch
- Natuurwandeling op de grens

Bomenweetjes
- Citytrees

Uit-tips
-
Boeren van toen
- De terp



 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Ruige weerschijnzwam

Vanaf juli kun je deze bijzondere zwam soms aantreffen op de stammen van diverse levende loofbomen, o.a. es, plataan, appel, beuk, iep of walnoot.

Het is een prachtige zwam om te zien. De bovenzijde is viltig geeloranje (linksonder). De onderzijde is licht geelbruin met een zilverkleurige weerschijn. Hij kan 30 cm breed en 10 cm dik worden. Jong ziet hij er fluweelzacht uit met zijn mooie dikke oranje randen en ronde vormen, maar dat verandert snel. Binnen een paar weken wordt hij dunner, donkerder en harder.

Het spinrag op de foto (midden) kleurt geel door de kleurstof van de hoed. Die kleurstof werd (en wordt misschien nog) gebruikt voor het goud- en kastanjebruin verven van wol, zijde en leer. Oude, zwart geworden vruchtlichamen blijven nog lang aan de boom hangen (rechtsboven). Een parasitaire zwam krijgt behoorlijk wat vocht binnen via de gastboom. Het teveel aan water dat niet verdwijnt door verdamping raakt hij kwijt in de vorm van guttatiedruppels (rechts). Heel apart om zo’n indrukwekkende paddenstoel van begin tot eind te volgen.

Over het algemeen verschijnen de zwammen op verwondingen door afgezaagde of afgebroken takken en bastbeschadigingen. De ruige weerschijnzwam veroorzaakt kernrot (wit- en/of zachtrot). Door deze aantasting ontstaat een verhoogde kans op stam- of takbreuk. Afhankelijk van de boomsoort kan de zwam lang aanwezig zijn zonder grote schade te veroorzaken. Het bestrijden van de ruige weerschijnzwam is niet mogelijk. De zwam kan lang in de boom aanwezig zijn zonder duidelijke gevolgen voor de boom, maar uiteindelijk zal die het dus niet overleven.


Lepelaar

Als je de snavel van een lepelaar ziet, begrijp je direct waar zijn Nederlandse naam vandaan komt. Veel streeknamen hebben betrekking op zijn snavel: lepelbek, leppelgoes, lepeloar, lepelreiger en lepeldief. Zijn zwarte snavel is ongeveer 25 cm lang en het platte uiteinde 4,5 cm breed. Op de punt bevindt zich bij de volwassen lepelaars een oranje gele vlek die voor elke vogel uniek is.

In de snavel is een soort zeefmembraan aanwezig. Door een bundeling van zenuwen is het een zeer gevoelig instrument. Wadend door water dat niet dieper mag zijn dan 30 centimeter, maait hij er driftig mee heen en weer. Zijn belangrijkste prooi bestaat uit stekelbaarsjes. Daarnaast eet hij ook andere kleine vissen, garnalen en kreeftjes, waterinsecten en -larven.

Een lepelaar zit wat grootte betreft tussen de blauwe reiger en de ooievaar in, meestal meten de mannetjes rond de 110 cm en de vrouwtjes 95 cm.
De lepelaar is het mooist in de broedtijd. Hij heeft dan een grote afhangende kuif op het achterhoofd en het witte verenkleed kleurt beige rond de hals en nek. Er verschijnt ook een oranje vlek op de keel, waar de veren tijdelijk ontbreken.

Lepelaars broeden in moerassige gebieden, in dichte rietkragen of in moeilijk bereikbare bomen en struiken. Van takken, riet en gras wordt een fors en stevig nest gebouwd. Na uitvoerige baltsrituelen en diverse paringen legt het lepelaarvrouwtje gemiddeld 4 eieren. Na 24 tot 28 dagen, meestal zo halverwege april, worden de eerste jongen geboren.

De lepelaar is een echte koloniebroeder. De nesten liggen vaak slechts een tot twee meter van elkaar. De locatie van een kolonie wordt ook bepaald door de aanwezigheid van geschikte voedselgebieden binnen een straal van 20 tot 30 km.

De Nederlandse lepelaars beginnen jaarlijks tussen augustus en oktober aan de lange en barre trektocht van zo'n 4200 kilometer naar het zuiden. De meeste vogels vertrekken in de eerste drie weken van september. Tussen eind januari en april komen ze hier weer terug. Lepelaars kunnen 28 jaar oud worden.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Herenboeren in de Schiebroekse Polder

In een deel van de Schiebroekse Polder, tussen Berkel & Rodenrijs en Rotterdam, onderdeel van natuur- en recreatieproject Vlinderstrik in samenwerking met gemeente Rotterdam, gaat Natuurmonumenten in 2020 samenwerken met Herenboeren Rotterdam, een collectief van 200 gezinnen die gezamenlijk één boer in dienst nemen die groenten, fruit en vlees voor hen produceert.

De Herenboeren gaan ook helpen bij inrichting van de Schiebroekse Polder voor natuur en recreatie, bijvoorbeeld bij de aanplant van bomenlanen, knotwilgrijen en struiken in het gebied.

Waar productie en biodiversiteit samengaan, bewerken de Herenboeren de grond in de polder op een natuurlijke manier, onder regie en met hulp van de boswachters van Natuurmonumenten. Van een deel van de akkers halen de Herenboeren geen oogst af; hier krijgt zeldzame akkerflora de ruimte om te bloeien of mogen vogels eten van de zaden. Ook gaan de Herenboeren een hoogstamboomgaard en voedselbos planten en onderhouden. In enkele bosvakken zullen varkens scharrelen. Herenboeren Rotterdam is op zoek naar mensen die zich aan willen sluiten bij het initiatief. Als er 150 deelnemers zijn, kan het initiatief van start. Er zijn nu ruim 100 gezinnen die zich hebben gemeld. De verwachting is dat het aantal van 200 in september wordt bereikt. Volgend jaar verwachten Herenboeren Rotterdam daadwerkelijk te kunnen beginnen met het bewerken van de gronden. Zie voor meer informatie de site van Natuurmonumenten

 


Zonnebloemenlinten langs maïspercelen

De gemeente Lochem heeft een recordaantal aanmeldingen ontvangen voor deelname aan het programma 'Zonnebloemen voor Boer, Bij en Burger'.

Vorig jaar namen 10 boeren deel aan de eerste proef. Het project is bij boeren en loonwerkers in de gemeente Lochem ontstaan. Dit jaar doen er 45 boeren en 11 loonwerkers mee. Dank zij hun inzet verschijnt er 25 km. aan zonnebloemenlinten langs maïspercelen.

Dit jaar coördineert de Agrarische Natuurvereniging ’t Onderholt het project. Het idee is om door middel van zonnebloemranden langs maïspercelen bij te dragen aan een aantrekkelijk landschap voor zowel bijen, andere insecten, vogels, burgers én boeren.
De zonnebloemranden kunnen samen met de maïs geoogst, bewaard en aan de koeien gevoerd worden. Dit jaar wordt daarom geëxperimenteerd met ondergewas onder de zonnebloemen. Het idee is dat dit werkt als onkruidbeheersing, maar het maakt de zonnebloemenrand ook weer aantrekkelijker voor insecten.

Bron: Gemeente Lochem



Sanering Springendal

Bij sanering van een locatie van de NAM in het natuurgebied Springendal bij Tubbergen zijn de kamsalamander en de levendbarende hagedis aangetroffen. Deze amfibieën staan op de lijst van beschermde diersoorten. De aanwezigheid van deze dieren zorgt dat het werkterrein voorlopig niet kan worden vrijgegeven voor de geplande laatste 2 fases van de saneringswerkzaamheden.

De eerste 2 fases zijn inmiddels uitgevoerd. De beschermde kamsalamander en levendbarende hagedis overwinterden op het terrein onder de boomstobben. Daarom mochten deze stobben niet gerooid worden en kon het terrein niet afgegraven worden. De beschermde diersoorten moesten eerst uit hun winterslaap ontwaken en naar andere plekken trekken. Daarna moest om het gehele werkterrein een amfibieënscherm geplaatst worden zodat de dieren niet meer terug konden komen. Er is besloten om de werkzaamheden uit te stellen tot begin september dit jaar. Ook voor de natuur is dit de meest geschikte periode voor het uitvoeren van de sanering die dan nog ongeveer 2 maanden duurt.

Bron: NAM

terug naar boven >>

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit: Zwartbrons en geelzwart

Landgoed De Moeren, een heerlijk stukje Brabant! Wat een genot om hier weer te mogen wandelen! Ik ontmoet één van de eigenaren in het bos. Zij is vaak op die plek en doet er haar oefeningen voor stilte en innerlijke rust en om lichaam en geest in balans te brengen. Als ik haar vertel hoe graag ik hier ben, kan zij dat wel verklaren. ‘Je voelt’, zegt ze, ‘de liefde waarmee de huidige eigenaren het landgoed onderhouden’. En zo ervaar ik het ook.

Niet alleen thuis, maar ook tijdens deze route, maak ik vooral kennis met veel kleine vliegende, kruipende, gravende en fladderende dieren. Hoewel er veel imposante eikenbomen staan en ik uit voorzorg een shirt draag dat in elk geval een groot deel van m’n armen bedekt, valt de overlast van de eikenprocessierups hier gelukkig mee.
 
In een zandpad zie ik veel van gaatjes voorziene hoopjes zand. Een bijtje met een zwart achterlijf met een bronskleurige glans is driftig een nestje aan het uitgraven. Deze Zwartbronzen zandbij vliegt in de periode april-juni. Hij is ook gastheer voor de Geelzwarte wespbij, een koekoeksbij, die ik even later ook zie. De wijfjes van die parasitaire bij leggen een of twee, soms tot vier eitjes in het nest van een bijensoort die nesten maakt in de bodem zoals deze Zwartbronzen zandbij. Fascinerend!



Vergezeld door veel hooibeestjes, een paar argusvlinders en dikkopjes, die volop genieten van de uitbundig bloeiende bermen, luidruchtige roodborsttapuiten, een boompieper en een bonte vliegenvanger verlaat ik via een graanveldje met de zeldzame bolderik dit prachtige landgoed.


NATUUR thuis: zoemend bezoek

Mmmm... tuinstoel, koffie, beetje lui, genieten van een zonnige warme middag en bijkletsen met een vriendin. Een zingende merel, tortelende duifjes, pikkende kwetterende mussen met hongerige jongen om ons heen..., wie doet me wat.
Maar opeens is de lucht vol luidruchtig gezoem. Duizenden bijen vliegen heel onrustig aan één kant van m’n grote conifeer. Wat een indrukwekkend gezicht!  

Rond juni/juli vermeerderen bijenvolken zich. Om plaats te maken voor een nieuwe koningin verlaat de oude koningin samen met ongeveer tienduizend bijen de bijenkast op zoek naar een nieuw onderkomen. Voordat ze

dit hebben gevonden, maakt de zwerm een tussenstop. Deze keer dus in mijn tuin. Ik hoef niet bang te zijn dat ze steken. Het vertrekkende volk heeft zich eerst helemaal volgezogen met honing zodat ze drie dagen niet hoeven te eten. Daardoor kunnen ze hun dikke achterlijf niet krommen en hun angel niet gebruiken. 

Na een kwartier wordt het rustiger. De zwerm verdwijnt in de boom en kan daar een paar uur tot een paar dagen blijven hangen. Werk aan de winkel voor de ‘verkenners’. Zodra die een nestholte vinden die aan de eisen voldoet, worden de andere bijen opgepord om zich klaar te maken voor vertrek, binnen een kwartier zijn ze allemaal weg.

De imker die is gewaarschuwd, komt rond 19.00 uur, gewapend met kap en schepkorf (kieps) de zwerm vangen. Hij spuit het bijenvolk een beetje nat met een plantenspuit. Die denken dan dat het regent zodat ze nog wat dichter tegen elkaar aan kruipen. Hij schudt een paar keer stevig aan de tak waar ze aan hangen en vangt de zwerm op. Hij zet de kieps daarna op een doek op de grond.

Belangrijk is dat de koningin met het scheppen is meegegaan. Met een blokje hout zet de imker de korf op een kier, zodat de bijen, die niet direct zijn meegekomen nog naar binnen kunnen. De werkbijen lokken de achterblijvers met een geurstof. Na ruim een half uur zijn de meeste bijen binnen en kan de imker de korf afsluiten met de doek. Hij is een bijenvolk rijker en ik een bijzondere ervaring!

terug naar boven >>

   
     
   
   


Waterkwaliteit slootjes in Nederland

Het waterleven in de Nederlandse slootjes scoort een 6,9. Dat blijkt uit het eerste Nationale Slootjesonderzoek van IVN Natuureducatie en het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW).

In 2018 hebben vrijwilligers voor het eerst tijdens de IVN Slootjesdagen data verzameld voor wetenschappelijk onderzoek. Kinderen en hun ouders vingen en telden in 2018 samen met natuurgidsen op 120 plekken door het hele land waterdiertjes. Een score van 6,9 lijkt misschien voldoende, maar klinkt beter dan het is volgens NIOO-onderzoeker Sven Teurlincx: "Veel slootjes scoren een onvoldoende. Bovendien worden tijdens de Slootjesdagen vaak de mooie en kwalitatief betere slootjes uitgekozen. Het leven in deze sloten mag hoger scoren."

Dit jaar gaat het onderzoek verder om een nog beter beeld te krijgen en de ontwikkelingen te blijven volgen. De IVN Slootjesdagen 2019 waren van 14 tot en met 16 juni. Op ruim 100 plekken door heel Nederland gingen kinderen met hun ouders of grootouders en een IVN natuurgids op pad om bijvoorbeeld geelgerande watertorren en watervlooien te tellen en om proefjes te doen. De Slootjesdagen werden dit jaar voor de zesde keer georganiseerd. Door de tellingen kan een goede indruk gegeven worden over de kwaliteit van het water.

Bron: IVN Natuureducatie

terug naar boven >>

 


Opgroeien in een groene omgeving

Kinderen die opgroeien op een boerderij zijn over het algemeen gezonder dan kinderen die opgroeien in een stadse omgeving.

Sjerp de Vries, omgevingspsycholoog bij Wageningen Environmental Research: "We hebben onderzoek gedaan en gebleken is dat kinderen die in een groene omgeving wonen meer buiten spelen en dat dit, met name voor jongens, gepaard gaat met minder overgewicht."

Lidwien Smit, epidemioloog aan de Universiteit Utrecht stelt dat kinderen die opgroeien op een boerderij, veel minder vaak astma en allergieën hebben, zoals hooikoorts. Dit soort allergieën komen twee keer minder voor bij kinderen die opgroeien op een boerderij, met name bij kinderen die veel contact hebben met dieren, zoals koeien of veel in stallen komen, met stro en hooi.

Het vermoeden is dat deze kinderen worden blootgesteld aan veel meer micro-organismen zoals bacteriën en schimmels. En dat kan een positief effect hebben op het immuunsysteem’.

Bron: Een Vandaag


   
 
   
   
   


Theetuinen van Nederland

Deze keer niet één, maar zes websites voor theeleuten en levensgenieters. Theetuinen zijn ‘s zomers een ideale plek om even weg te dromen. Over het hele land zitten ze verstopt: oases van rust, met een huiselijk gevoel, prachtige tuinen en onthaaste service.


Omdat ze soms lastig te vinden zijn en je er vaak vooral bij toeval op stuit hieronder een lijst van de zes mooiste, verborgen theetuinen:

https://millingertheetuin.nl

https://theetuinoverleek.nl

http://www.jorinestheetuin.nl

https://theetuinnijeholtpade.nl

http://www.ikenmijnmoeder.nl

https://www.theetuineemnes.nl/index.php



terug naar boven >>

   
       
   
   


Hoornaar
- Vespa crabro - familie plooivleugelwespen.
door Tiny van der Meer

De hoornaar behoort tot de echte wespen of papierwespen en is een van de bekendere soorten wespen in Europa.

Uiterlijk
Met zijn roodbruin gekleurde kop en borststuk en het gele achterlijf met enkele zwarte dwarstekeningen, felle geluid en grootte van wel 3 cm is de hoornaar een indrukwekkende verschijning! Koninginnen kunnen soms wel 4 cm lang worden.

Mannetjes zijn over het algemeen iets kleiner dan vrouwtjes. De overgang van borststuk naar achterlijf is sterk ingesnoerd, de zogenaamde 'wespentaille'. Op de zijkant van de kop bevinden zich grote langwerpige facetogen.

Bij de hoornaar is de kop achter de ogen sterk verbreed. Hij heeft 2 stevige zijwaarts bewegende kaken (mandibels) met daaronder monddelen waarmee hij kan likken en zuigen. Met de twee indrukwekkende antennes bovenop zijn kop kan hij voelen en proeven. Hij heeft 6 poten en 4 vleugels. De twee achterste vleugels zijn veel kleiner dan de twee voorste waardoor het lijkt of hij maar twee vleugels heeft. De larven zijn wit en pootloos. Er zijn verschillende soorten hoornaar te onderscheiden. Zowel de Duitse hoornaar (Vespa germanica) als de middelste hoornaar (Vespa media) worden gezien als ondersoorten van de grote hoornaar (Vespa crabro).

Naam
De huidige wetenschappelijke naam Vespa crabro betekent vrij vertaald 'hoornaarwesp' (vespa = wesp en crabro = hoornaar). De hoornaar wordt ook wel paardenwesp, hoorntor, horenaar of hoorenaar genoemd. Soms ook wel ‘moordenaarswesp’. Die lugubere naam heeft hij waarschijnlijk te danken aan de manier waarop hij andere insecten verorbert.

Voedsel
De hoornaar is niet zo geïnteresseerd in zoetigheid, hij zoekt eerder naar eiwit- en suikerhoudend voedsel voor de larven, die dierlijk voedsel nodig hebben. Hij jaagt op insecten (vliegen, muggen, rupsen, vlinders, wespen, bijen en zelfs spinnen). Het insect wordt eerst gestoken waarna het sterft. Daarna ontdoet de hoornaar zijn prooi van poten en vleugels, knipt hem in delen om deze hierna met z’n kaken te vermalen tot een papje om aan de larven te voeren. De larven braken op hun beurt een zoetige vloeistof uit die fungeert als voedsel voor de werksters die dat opzuigen. De werksters worden dus gezoogd door de larven.

Schadelijk
De hoornaar kan in een wespennest enorme schade aanrichten. Hij kan het nest van de wesp plunderen en de wespen doden, die hij vervolgens meeneemt naar het eigen nest om hier later de jonge larven mee te voeden. Hoornaars kunnen ook schadelijk zijn voor bijenhouders. Ze steken de bijen dood en zuigen vervolgens de honing uit hun maag. Een hoornaar likt vaak het uittredende sap van beschadigde bomen waarbij hij ook de bastranden openknaagt met z’n grote kaken. De werksters voeden zich met suikerrijke plantensappen. De hoornaar is de enige papierwesp die ook 's nachts jaagt. Je kunt hem soms zien bij een brandende lantaarn omdat hij wordt aangetrokken door prooidieren die op het licht afkomen.

Angel
Dat de steek van een hoornaar een paard kan doden is een fabeltje. Hoornaars schijnen een stuk vriendelijker te zijn dan de meeste wespensoorten, maar als hij in het nauw gedreven wordt zal hij zeker (pijnlijk) steken. De angel van een hoornaar is net als bij de wesp niet voorzien van weerhaken. Hij kan er dus meerdere keren mee steken zonder dood te gaan. Het aanwezige gif wordt bij iedere steek in kleine hoeveelheden afgegeven. Het gif is vergelijkbaar met dat van bijen en andere wespen. Het hoofdbestanddeel van het gif bestaat uit histamine en apitoxine waardoor het jeukende en sterker branderige gevoel langer aanhoudt. Normaal gesproken ongevaarlijk, tenzij er direct in een bloedvat wordt gestoken of wanneer men allergisch is.
Gestoken? Koel de plek met natte doeken of een washandje met ijsblokjes erin. Niet krabben of wrijven.

Leefwijze
Hoornaars zijn vooral actief in de periode mei tot eind september. De koningin ontwaakt rond eind april uit haar winterslaap. Daarna begint zij direct met het bouwen van een nest. Hoornaars gebruiken nooit een oud nest maar maken altijd een nieuw. Het zijn sociaal levende insecten. Zij leven samen, met verschillende generaties in een nest en kennen broedzorg. Om de temperatuur van het broednest op peil te houden (ca. 29 graden Celsius) hebben ze suikers nodig. Via spiertrillingen wekken ze warmte op, waardoor ze energie verbruiken.
Uit de eerste eitjes die eind mei uitkomen worden werksters geboren. Hun taak bestaat uit het uitbouwen van het nest, het verzorgen van de eitjes en de larven en het verjagen van indringers, zodat de koningin zich kan richten op het produceren van meer eitjes. De eitjes zijn enkele millimeters lang, wit van kleur en langwerpig van vorm. Hoornaarkolonies (hoornaarkolonies zijn zelden groter dan 1000 exemplaren) en hoornaars leven net als andere wespensoorten slechts één seizoen.

Nest
Het nest van een hoornaar bestaat uit cellulosevezels die afkomstig zijn van nabijgelegen bomen. Het nest bevat ongeveer 8 raten. Deze zijn horizontaal aangelegd en worden met pilaren verbonden. De raten bevatten ongeveer 12.000 cellen. De dikte van het dak is ca. 6 cm. De nestwanden zijn ca. 2-3 cm dik.
Er kunnen meerdere ingangen in het nest zijn gemaakt. Een afgebouwd nest heeft een doorsnede van 20-35 cm. Het nest is gelig tot roodbruin van kleur met lichte en donkere streeppatronen, net als bij nesten van gewone wespen. Kenmerkend voor een hoornaarsnest is dat het meestal bedekt is met schelpvormige lagen. Zoals hun naam al doet vermoeden, bouwen papierwespen hun nest van papier. Dit is een speciaal soort papier dat ze zelf fabriceren. Hiervoor verzamelen ze vezels van planten en dood hout, die ze bijvoorbeeld van boomstammen, hekpalen en bouwmaterialen afknagen.

Vervolgens kauwen ze het celluloserijke materiaal fijn en vermengen dat met hun kleverige, eiwitrijke speeksel. Nadat deze pulp is aangebracht, droogt die op tot licht maar stevig papier. Het speeksel van papierwespen heeft bijzondere eigenschappen waardoor het papier warmte kan opnemen en afgeven, zodat de broedcellen op koele dagen op temperatuur blijven. Het nest wordt vrijwel nooit in de grond gemaakt maar meestal op een donkere droge plek in boomholten, onder dakpannen, in nestkasten, onder aan dakgoten of tussen spouwmuren of zelfs vrijhangend in een boom. Wanneer een nest in een holle ruimte is gemaakt, kun je het tot op een meter naderen. Wanneer een nest echter vrij hangt kun je beter de veilige afstand van vijf meter aanhouden.

Het nest kan enkele honderden tot maximaal duizend hoornaars bevatten. Eind april worden de eitjes afgezet in eicellen. Het eistadium is 7 tot 10 dagen. Het larve stadium duurt 1 tot 2 weken en het popstadium ook 1 tot 2 weken. Het duurt 3 tot 5 weken van ei tot volwassen dier. In augustus/september komen mannelijke exemplaren (darren) en vruchtbare wijfjes (jonge koninginnen) uit de poppen. Deze verlaten het nest om te paren. De darren sterven spoedig na de paring. Bij de eerste nachtvorst sterven de nestbewoners, behalve de jonge koninginnen. Ze leven van eiwit en suikerhoudend voedsel, vooral voor het voeden van de larven. Deze bevruchte wijfjes zoeken een geschikte plek om te overwinteren en zijn de koninginnen van het jaar daarop. De cyclus is rond.

Vijanden van de hoornaar
Er is één dier bekend dat graag op de hoornaar jaagt: de wespendief. Deze roofvogel heeft een uitgesproken voorkeur voor wespensoorten waaronder de hoornaar.

Lookalikes
De Aziatische hoornaar heeft een zwart achterlijf met achteraan één brede oranje band en vooraan een smalle gele band.

Deze exotische hoornaar is niet te verwarren met onze inheemse hoornaar (Vespa crabo) die veel meer geel en rood heeft. Een insect dat heel veel op de hoornaar lijkt is de hoornaarvlinder, een dagactieve nachtvlinder, die op de rode lijst staat vermeld als kwetsbaar.

terug naar boven >>

   
     
   
   


Woensdag 10 juli 2019 - Avondwandeling in Park Schakenbosch

Op 10 juli gaat IVN Natuurgids Ria Hoogstraat op stap in de natuur.
We maken een avondwandeling door het mooie park Schakenbosch in Leidschendam en gaan genieten van de geuren en kleuren, bloemen en vruchten. U vindt hier bijzondere bomen zoals de watercypres, vaantjesboom en tulpenboom, maar ook bomen die thuis horen op deze venige grond zoals els, es en wilg. 

De wandeling duurt ca anderhalf uur en deelname is gratis.

Verzamelen om 19.00 uur bij de hoofdingang van GGZ Haagstreek/ Rivierduinen aan de Veursestraatweg 185, Leidschendam. Auto’s en fietsen kunt u parkeren bij de voormalige kapel. 
Info tel. 070 - 3279349 of www.ivndenhaag.nl.


Woensdag 7 augustus 2019 - Natuurwandeling op de grens

Op 7 augustus kunt u met IVN Natuurgids Ria Hoogstraat mee voor een zomeravondwandeling in het buitengebied op de grens van Leidschendam en Voorschoten: de Duivenvoorde-corridor. We lopen over de Noortheylaan, gaan onder de spoorlijn door en volgen het Oude Veenpad. Bij de splitsing houden we rechts aan en volgen de Horstlaan tot aan de Veurseweg. Weer rechtsaf en langs landgoed Duivenvoorde terug naar het startpunt.

Onderweg genieten we van de mooie uitzichten over de Duivenvoordse en Veenzijdse Polder. Met wat geluk horen en zien we verschillende vogels, dus neem uw verrekijker mee. 

Verzamelen om 19.00 uur op de hoek van de Veursestraatweg en de Noortheylaan. De wandeling duurt ca anderhalf uur en deelname is gratis.
Info tel.
070 - 3279349 of www.ivndenhaag.nl.


terug naar boven >>

   
     
   
   


Luchtzuiverend effect Citytrees

De in september 2018 gestarte pilot met 8 Citytrees in Amsterdam stopt. Uit onderzoek van de Wageningen Universiteit en de GGD Amsterdam is gebleken dat de huidige capaciteit van de Citytrees te beperkt is om de door de gemeente gewenste verschoning van de lucht met 10% tot 20% te bewerkstelligen.

Zelfs bij een verdubbeling van de huidige capaciteit, zouden dergelijke verbeteringen niet worden bereikt. De gemeente plaatste in het voorjaar van 2017 in totaal 8 Citytrees, grote met mosplanten gevulde panelen, om de lucht langs de drukke Valkenburgerstraat schoner te maken. Ventilatoren zuigen lucht van de straatkant, die wordt gefilterd door de mosplanten. Op die manier zouden deze mechanische 'bomen' volgens de Duitse producent bijna 20% van het fijnstof wegvangen en circa 5% stikstofoxide.

De onderzoekers berekenden aan de hand van een realistisch computermodel dat de concentratie fijnstof met minder dan 1% daalde, in plaats van de beoogde 20%. De hoeveelheid stikstofoxide nam 0,5% toe, doordat de lucht vanaf de straatkant wordt aangezogen en onvoldoende gezuiverd aan de gevelkant weer wordt uitgeblazen.
De bomenbankjes hebben de gemeente ongeveer 200.000 euro gekost. Ze hebben er anderhalf jaar gestaan. Nu uit de proefperiode blijkt dat de Citytrees onvoldoende effect hebben, zal de leverancier de Citytrees weghalen. Vanuit Knowledge Mile Park, een initiatief voor een groene stadsstraat van de IJtunnel tot en met het Amstelplein, wordt onderzocht of de Citytrees kunnen worden vervangen door bomen.

Bron: Gemeente Amsterdam

terug naar boven >>

   
       
   
   



Boeren van toen, De Haagse School in het Groene Hart rond 1900
t/m zondag 10 november 2019

Een romantische expositie die het boerenleven van 150 jaar geleden laat zien, door de ogen van de Haagse School.

Het Groene Hart had een enorme aantrekkingskracht op deze groep schilders. Ze schilderden niet alleen het prachtige, oer-Hollandse landschap met dramatische wolkenluchten en groene weiden maar ook haar bewoners. Kunstenaars zoals Jozef Israëls, Anton Mauve, Jan Hendrik Weissenbruch en Cornelis Vreedenburgh legden het landschap en de sfeer van het moment op unieke wijze vast en nemen bezoekers mee naar lang vervlogen tijden. Het melken van de koeien, het laden van de hooikar, werk op het land; voor de boeren van toen dagelijkse taken. Maar voor de schilders van de Haagse School een bron van inspiratie. Kunstenaars zoals Willem Roelofs, Jan Willem van Borselen, Paul Gabriël, Bernard Blommers en Theophile de Bock trokken erop uit om deze momenten ter plekke vast te leggen. Soms trok hen het harde boerenbestaan en legde ze de nadruk op de armoede en het afzien. Maar vaak was het een geïdealiseerde indruk van een onbevlekt landschap -nog vrij van industrialisatie- en haar ‘eenvoudige’ bevolking.

De expositie toont bezoekers een idyllisch maar ook bikkelhard verleden waarin mensen veel dichter bij de natuur stonden. Het lijkt romantisch: een ongecompliceerd boerenbestaan zonder de moderne ongemakken als stress en files. Maar men leert snel dat dat maar schijn is. Het boerenleven was fysiek zwaar, de dagen waren lang en men was overgeleverd aan de grillen van de natuur. De in Woerden geboren schrijver Herman de Man vertelt hier prachtig over in zijn roman Het wassende water uit 1925. Citaten uit dit boek geven de expositie dan ook extra karakter.

Cornelis Vreedenburgh - Boerin op de wasvlonder

Bij deze tentoonstelling worden verschillende activiteiten georganiseerd, zoals gratis instaprondleidingen op elke 1e zondag en 3e donderdag van de maand om 14.00 uur.

Adres: Stadsmuseum Woerden, Kerkplein 6, 3441 BG Woerden
Voor meer info en komende activiteiten: www.stadsmuseumwoerden.nl


De terp
t/m 31 december 2019

Wie aan Friesland denkt, denkt aan terpen. Deze door mensen gemaakte woonheuvels beschermden de Friezen tegen de onberekenbare Noordzee. Vanaf de eerste terpen in 600 voor Chr. tot het jaar 1000 na chr. werden ze steeds hoger en breder. Laag na laag aan geschiedenis ligt opgestapeld.

Tussen die lagen belandden heel wat voorwerpen in de bodem. Eeuwenlang laat men de terpen ongemoeid. Maar rond 1850 ontdekt men dat de vruchtbare terpgrond veel geld oplevert. In een eeuw tijd graven de Friezen driekwart van hun terpen af. Vanaf de bovenste laag, het heden, graaft men recht het verre verleden in. Daarbij komen begraven voorwerpen weer tevoorschijn en worden de terplagen blootgelegd. Daarom zijn de terpen de schatkamers van Friesland. De tentoonstelling laat zien uit welke lagen een terp bestaat en toont met voorwerpen uit verschillende tijden wat voor geschiedenis daarin verscholen ligt.

Adres: Fries Museum, Wilhelminaplein 92, 8911 BS Leeuwarden
Meer info: https://www.friesmuseum.nl


terug naar boven >>


   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.