Flora en fauna
- Hop (plant)
- Hop (vogel)

Natuurnieuws
- Wulpenjacht

- Edelherten in Groene Woud

Natuur Uit en Thuis
- UIT: visarend

- THUIS: goudplevier


Natuur kort
- Nieuwe voedselbossen

- Opruimwandelingen
- Landgoed Overcingel Assen

Website van de maand
- ongerepte-natuur.nl

Natuur Plus
- haagwinde




Excursies
-
Herfstwandeling in Park Schakenbosch

Bomenweetjes
-
Douglasspar en hitte
- Klimaatbomen
- Oude bossen

Uit-tips
- 'Biodiversiteit in Beeld'
- ‘Tuinen van Verf’
- BEET! Vissen naar verborgen betekenissen

 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Hop (plant)

Hop is een wurgplant die in één seizoen gemakkelijk een lengte van vijf meter kan bereiken. Oorspronkelijk komt hop uit Azië en de Verenigde Staten.

Vroeger trokken vooral arme mensen in september-oktober het veld in om in het wild hop te verzamelen en te verkopen aan een bierbrouwer. Later werden hopplanten aan lange staken geteeld. De touwen werden aan de staken vastgemaakt door een man op hoge stelten. Hele families kwamen naar de hopplantages om te helpen met de oogst. De hoppluk duurde drie weken. Na de oogst en het verwijderen van de hopbellen, werd het loof aan de schapen gevoerd.    

De fotogenieke hopbellen, de vruchten van de vrouwelijke bloemen, werden aan het bier toegevoegd om het de bittere smaak te geven. Vrouwelijke hopplanten maken bellen zonder dat er een mannelijke hopplant in de buurt is. Die mannen zijn zelfs niet gewenst, want bevruchte hopbellen geven een té bittere smaak en er verschijnt geen mooie schuimkraag.

Hop is een ideale plant om takkenwallen te laten overgroeien. De afgestorven stengels kunnen blijven zitten of na de winter worden opgeruimd. Zij zorgen 's winters voor bescherming voor allerlei beestjes. Het is ook de waardplant van de gehakkelde aurelia - deze overwinterende vlinder zet hier haar eitjes op af. De rupsen eten bladeren van hop, wilg, iep en braam.

In Scandinavië gebruikt men hop als zonwering, door het langs lange draden voor de gevel omhoog te laten groeien. In het Belgische Poperinge bevindt zich een Hopmuseum (www.hopmuseum.be).
Al in de 13de eeuw werd in Poperinge hop geteeld die gebruikt werd door de monniken in het klooster bij het brouwen van bier. In de topjaren tijdens de oogst werkten er in Poperinge meer dan tienduizend hopplukkers.


Hop (vogel)

Een vliegende hop is met geen andere vogelsoort te verwarren. De vlucht is schokkerig en golvend en verandert vaak van richting. Hij doet aan een grote fladderende vlinder denken. Met zijn opvallend oranjebruin verenkleed met zwartwit gebandeerde vleugels, licht gebogen snavel en fraaie kuif, ziet de 28 cm grote hop er uit als een exotische vogel.

En dat is hij ook geworden, want vanaf begin jaren zeventig komt de hop als jaarlijkse broedvogel in Nederland niet meer voor. Hij is als zeldzame doortrekker vooral te zien (ook langs de kust) in de periodes maart-mei en augustus-oktober.
In opeenvolgende zomers woonden er jaren geleden heel wat hoppen in onze boomgaarden en langs de bosranden. De vogel houdt van een (half)open landschap met hier en daar wat bomen én van warme, droge zomers, die ze vooral ver ten zuiden van Nederland vinden, al is er dit jaar een opvallende toename in het aantal waarnemingen in België.

Het is een holenbroeder en in het verleden heeft het verdwijnen van boomgaarden, heggen en bloemrijke graslanden zeker een negatieve invloed gehad op het aantal beschikbare nest- en foerageerplaatsen. De laatste succesvolle broedpogingen in Nederland waren in 1995 in Noord-Brabant en in 2012 in een natuurgebied in Noord-Limburg waar tenminste één jong uitvloog. De laatste jaren worden er weer af en toe roepende vogels gemeld, bijvoorbeeld in de Achterhoek. De hop heeft een karakteristieke zang, maar het eentonige ‘oepoepoe’ gaat op enige afstand al gauw in het landschap verloren of wordt aangezien voor een koekoek of Turkse tortel. De Hop staat in de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels en is daar ingedeeld bij de 'Uit Nederland verdwenen soorten'.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Wulpenjacht

Jagers in Frankrijk mogen komend seizoen niet jagen op de wulp. Waar de Franse overheid vond dat er komend jachtseizoen 6.000 wulpen mochten worden afgeknald, vindt de Franse Raad van State de neerwaartse spiraal waarin de soort zich bevindt aanleiding voor een jachtverbod.

Voor Nederland is de jacht op wulpen extra bitter, omdat een aanzienlijk deel van de vogels die hier broeden overwinteren in Frankrijk en dus het risico lopen te worden gedood. Hier wordt juist van alles ondernomen om de wulp als broedvogel te behouden (2019 - jaar van de wulp). Een jodelende wulp die met trillende vleugels een glijvlucht maakt op een vroege voorjaarsmorgen zal menigeen kippenvel bezorgen, maar de balts van de wulp laat zich steeds minder horen en zien.

De soort nam sinds de jaren ’90 met meer dan 40 procent af en verdween nagenoeg.
Grootste probleem is het bescheiden broedsucces van de soort: slechts een derde van de nesten komt uit en leidt lang niet altijd tot vliegvlugge jongen. In de natuur heeft de wulp last van predatie en verstoring en op het platteland gaat de soort gebukt onder de schaalvergroting die vrijwel alle boerenlandvogels treft. Met zenderonderzoek en het afrasteren van nesten wordt getracht meer informatie te verzamelen en de kansen voor jonge vogels te vergroten.

Bron: Vogelbescherming


terug naar boven >>

 


Edelherten in het Groene Woud

Het leefgebied voor de edelherten in het Groene Woud wordt uitgebreid. De 13 uitgezette edelherten die nu leven in het natuurgebied van De Scheeken, kunnen straks via een ecoduct de A2 en het vierbaans spoor tussen Boxtel en Eindhoven oversteken.

Brabants Landschap en ARK Natuurontwikkeling willen in het aanpalende gebied van De Mortelen nog eens 100 hectare natuur afrasteren voor de grote grazers.  De edelherten die in 2017 zijn uitgezet in Het Groene Woud tussen Tilburg, Eindhoven en 's-Hertogenbosch, doen het goed in het gebied. Er zijn kalfjes geboren en de dieren vervullen hun rol als grote grazer in het natuurbeheer.
Brabants Landschap is in september 2019 gestart met het plaatsen van de afrastering voor het aanvullende edelhertengebied in De Mortelen. Ook komen er poorten en wildroosters, zodat wandelaars nog steeds toegang hebben tot het gebied.

De verwachting is dat de natuurbrug over het spoor eind 2019 klaar is. Daarna kunnen de edelherten hun uitgebreide leefgebied gaan verkennen.

Bron: Brabants Landschap

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit: visarend

Een weekje vakantie in Zuid-Limburg. Prachtig weer, schitterende wandelingen, maar, op een paar mooie pyamawantsen na, geen onverwachte ontmoetingen. Deze keer hoef ik voor Natuur UIT echter niet ver weg om iets bijzonders te zien.

Er zijn visarenden gesignaleerd bij de Maaslandse vlietlanden. Volgens boswachter Guus van Oostwaard jagen ze vaak later op de avond als het stil wordt op het water, dus stap ik na het avondeten op de fiets en speur de Boonervliet af. Het zou toch wel héél toevallig zijn als ik net op dit tijdstip het geluk zou hebben dat er zich één laat zien. Maar dan... heel ver weg... daar is hij! Een fototoestel met 24x optische zoom is leuk, maar nu even niet. Natuurlijk best blij: gezien en van heel ver op de foto. Dat is natuurlijk al een cadeautje, maar ik wil beter! Regelmatig fiets ik dus zowel overdag als ‘s avonds ‘even’ heen en weer naar de Vlietlanden (± 10 km). Geen visarend te bekennen. Ik begin al aan het idee te wennen dat de kans om hem te zien op het tijdstip dat ik er ook net ben, wel heel klein is!

Op de Open Monumentendagen is er op de vlieten rond de vlietlanden een Delfland Race met historische Westlanders. De eerste dag is het windstil en behalve het vermakelijke gezicht dat de boten moeten worden getrokken via het jaagpad door vijf sterke mannen in een jaaglijn valt er weinig te zeilen. De tweede dag is er zon en wind: prima zeilweer! Om te zien of de zeilende Westlanders in aantocht zijn, fiets ik naar ‘het balkon’ een uitkijkpunt langs de Boonervliet.
Voordat ik er ben, hoor ik een bijzonder aanhoudend schril geluid. Net of er een dier verward zit in de struiken. Ik speur de lucht af... Nee hè! Het zal toch niet waar zijn!? Er zweeft een forse vogel: de visarend! Heel hoog, maar zó mooi! En dan is het nog een hele kunst om hem te ‘vangen’ in m’n lens! Maar het lukt! En voorlopig ben ik heel blij met het resultaat!


NATUUR thuis: goudplevier

Dat ik niet ver weg hoef als ik iets bijzonders wil zien heb ik al ervaren, en dat blijkt ook weer eens als ik in de polder loop. Ik had ze al gezien, de goudplevieren. Onopvallend tussen een grote groep kieviten en op vrij grote afstand.

Maar wat een verrassing als ik vlak voor me opeens een goudplevier langs de slootkant zie! Rustig stapt hij het boerenpad op, steekt over en vliegt dan weg. Zo’n prachtige vogel die me zomaar ‘op een presenteerblaadje’ wordt aangeboden! Even later zie ik weer iets bruins. Twee hazen springen gelijktijdig over de sloot. Poseren voor een foto is er voor dit tweetal niet bij, zij aan zij steken ook zij in een snelle spurt het pad over naar het veilige weiland. Toch vastgelegd! Zij snel, ik ook :-).

terug naar boven >>

   
     
   
   


Nieuwe voedselbossen

Verspreid over de provincie Noord-Brabant worden 5 nieuwe voedselbossen aangelegd. De eerste bomen en struiken worden komende winter aangeplant. Een voedselbos bestaat uit permanente gewassen die voedsel produceren.

Het gaat dan om bomen, struiken en bosplantsoen. Projectleider John Vermeer van de Brabantse Milieufederatie: "Deze vaste planten zorgen voor meer stabiliteit en letterlijk diepgang in het systeem. Hierdoor kunnen ecologische principes tot hun recht komen, zoals natuurlijk functionerende mineralenhuishouding met inzet van bodemleven.

Per type voedselbos verschilt het ontwerp en het aantal en soort planten. Zo krijgt het ene bos een zorgfunctie en draait het in een ander voedselbos meer om verwerking van producten. In een voedselbos wil je duurzame soorten die een mooie opbrengst geven.

Bron: Brabantse Milieufederatie

 


Opruimwandelingen

Elke eerste zaterdag van de maand zal er ergens in Nederland een opruimwandeling plaatsvinden onder leiding van een boswachter of ervaren vrijwilliger.



Het achterlaten van zwerfafval en het dumpen van afval in natuurgebieden is een groeiend probleem en is zeer schadelijk voor de natuur. Het kost Staatsbosbeheer jaarlijks 500.000 euro om dit afval op te ruimen. De opruimwandeling op 5 oktober in het Haagse bos is de eerste van vele die zullen volgen. 

Aanmelden voor de wandelingen kan via e-mail: wandelvlogger@gmail.com.
Per wandeling kunnen er 20 mensen mee doen.

Bron: Staatsbosbeheer



Landgoed Overcingel Assen

Het landgoed Overcingel Assen is aan de Stichting Het Drentse Landschap geschonken. Henk van Lier Lels was tot zijn overlijden afgelopen februari de bewoner van het landgoed, dat al bijna 250 jaar in de familie is.

Van Lier Lels was een markante man die zich altijd enorm heeft ingezet voor het behoud van het unieke landgoed dat in het centrum van Assen ligt. Met Het Drentse Landschap sprak hij tijdens zijn leven al over de toekomst van zijn landgoed. Het landgoed is een van Assen’s meest aansprekende particuliere landgoederen. Rondom het statige woonhuis ligt een wandelpark van vijf hectare en een tuin. In de jaren 20 van de 19e eeuw is de tuin opnieuw ingericht volgens de Engelse landschapsstijl. De tuinen vormden samen met weides en bospercelen het Landgoed Overcingel.

Zijn dochter en kleinzoons zijn er van overtuigd dat met de overdracht aan Het Drentse Landschap, Landgoed Overcingel voor de toekomst en Assen behouden blijft. De stichting is bijzonder vereerd en trots dat de familie ervoor heeft gekozen het beheer aan haar over te dragen.
Zie voor meer informatie de site van Het Drentse Landschap.

Bron: Het Drentse Landschap

terug naar boven >>

   
 
   
   
   


https://www.ongerepte-natuur.nl

Veel natuurgebieden in Nederland worden beheerd maar in steeds meer natuurgebieden mag de natuur weer haar eigen gang gaan. Ongerepte-Natuur.nl laat zien wat wilde natuur is en waar je de wildernis in Nederland kunt beleven.

De website laat bovendien zien dat die wilde natuur vaak ongekend snel terugkeert als ze maar de ruimte krijgt. Verder bevat de site een overzicht van wilde natuurgebieden, nuttige struin-tips, handige links maar verder ook prachtige foto’s en spectaculaire filmpjes.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Haagwinde (Convolvulus sepium (Calystegia sepium)
is een vaste plant die behoort tot de windefamilie (Convolvulaceae)

U kent de haagwinde vast wel als dat lastige ‘onkruid’ dat zich met zijn draaiende meterslange bladslingers met witte ‘pispotjes’ door planten heen slingert. Veel tuinliefhebbers gruwen van haagwinde maar wat is hij mooi!

Haagwinde bloeit van juni tot september en bij gunstig weer zelfs tot aan de eerste nachtvorsten met grote zuiverwitte trechtervormige bloemen die 3 - 6 cm lang zijn. Elke bloem bloeit maar één dag en is alleen overdag open! Op regelmatige afstand verschijnen de bloemen in de bladoksels. Twee hartvormige, meestal roodbruin aangelopen, blaadjes omsluiten de groene kelk, waaruit de witte bloemen als een ineengedraaide puntzak tevoorschijn komen. Na de korte bloei draaien ze weer in elkaar.

Aan haagwinde kun je zien of er onweer of regen op komst is, want dan sluit de plant zijn ‘pispotjes’. Soms gaan ze 's morgens niet eens open en dan komt er gegarandeerd regen, zegt het volksgeloof. Dat ging zelfs zo ver, dat men de bloemstelen soms een "knik" gaf voordat de bloemen waren opengegaan, zodat het zou gaan regenen! Vandaar de volksnaam ‘weerwinde’. De 8 - 15 cm grote bladeren zijn langwerpig en eirond tot driehoekig. Ze hebben vaak een toegespitste afgeronde top.

De dunne stengels zoeken net zo lang totdat ze ergens een weg omhoog vinden langs alles wat op hun weg komt zoals takken, hekken, boomstammen, regenpijpen, bloemen... ze kunnen zelfs heesters verstikken. Ze worden wel drie meter lang om zo hun bloemen naar het licht te brengen.

Als je zo'n meterslange sliert uit de grond trekt, blijft de gemakkelijk breekbare witte vlezige wortelstok gewoon zitten en zorgt snel weer voor nieuwe uitlopers. In de winter verdwijnt haagwinde, maar de diepe wortelstokken overleven de kou en in het voorjaar groeien ze weer snel uit en winden de stengels zich weer om de vegetatie.

Familie
De Haagwinde (Calystegia sepium) is de bekendste winde van de kleine Windefamilie.
Deze bestaat verder uit de Akkerwinde - die een stuk kleiner is, roze bloemen heeft met vijf witte banen en vooral langs wegen en op akkers groeit - en de zeldzame Zeewinde.

Tot de windefamilie behoort ook de sierplant Ipomoea purpurea. Die is minder sterk klimmend en heeft fraaie, blauwe bloemen.



Ruigteplant
Haagwinde is een ruigteplant die je kunt aantreffen op matig vochtige, voedselrijke en omgewoelde grond. Je vindt hem algemeen in rietland, aan de rand van moerasbossen, in akkers, plantsoenen en tuinen.

In rietstroken groeit hij soms in zulke hoeveelheden dat die bijna ontoegankelijk worden. Hij houdt van zon en lichte schaduw en van een natte, voedselrijke bodem. De kruipende stengels verspreiden zich, dringen in de bodem en vormen daar een knolletje dat tot een nieuwe plant kan uitgroeien. De opvallend witte wortels kunnen heel lang worden en groeien ondergronds overal dwars doorheen. Het wordt wel spaghetti genoemd omdat de wortels zo lang zijn. 

Linkswindend
De niet of weinig vertakte stengels van de haagwinde winden zich tegen de klok in, ze zijn dus linkswindend, een groeivorm die in onze flora tamelijk zeldzaam is. Ook akkerwinde en hop zijn linkswindend (tegen de wijzers van de klok in). Dit komt veel minder voor in de natuur dan rechtswindend. 

Bestuiving
Haagwinde wordt graag bezocht door insecten zoals honingbijen, tuinhommels, akkerhommels en zweefvliegen. Ze komen niet alleen voor de nectar, maar ook voor het eiwitrijke stuifmeel. Onder in de trechter zijn vijf ronde openingen van ongeveer een millimeter in doorsnee. Die bevinden zich op de plaatsen waar de vijf meeldraden met de kroonwand zijn vergroeid. Onder in de bloem ligt een oranjeachtig schijfje, het vruchtbeginsel. Daar wordt de nectar afgescheiden.

Het vruchtbeginsel is door de vijf meeldraden zodanig omgeven dat de insekten langs het stuifmeel moeten strijken om de nectar te bereiken. Daardoor wordt de bestuiving van de andere bloemen mogelijk. Alleen insekten met een lange tong kunnen erbij. Het vruchtbeginsel verandert in een ronde kale doosvrucht met één tot vier zaden. De zaden zijn kortlevend (één tot vijf jaar) en kunnen zich door het water laten verplaatsen.

Waardplant
De windepijlstaart, een bijzondere vlinder met een zeer lange roltong heeft haagwinde en akkerwinde als waardplant. Het is een nachtvlinder, die tijdens de schemering afkomt op geurende buisvormige bloemen. Hij zuigt zwevend voor de bloem met zijn lange tong de nectar op. De vlinder, die vliegt van augustus tot oktober, zet eitjes af op de haagwinde en zijn rupsen voeden zich met de bladeren.

Naamgeving
Convolvulus stamt af van convolvere (omwinden, omvlechten). Sepium komt van sepes, dat staat voor heg of haag. De naam pispotje (of piespotje) komt in heel Nederland voor. Die naam duidt trouwens niet op de vorm, zoals wel beweerd wordt. Aannemelijker is dat de witte kleur van een po (pispot) de reden van de naamgeving geweest zou kunnen zijn. Dat wit ligt ook ten grondslag aan de Vlaamse benaming Onzelievevrouwehemdje.

Haagwinde heeft nog meer volksnamen: klokjesbloem, klokjeswinde, hemdsbloem, hemmetjes, heggetouw, maaiwinde en lievevrouweglazeke*). De Friezen noemen de bloem reidroas, rietroos, hageklokje en Spoekeblom (spookbloem: afgeleid van het werkwoord spoken in de betekenis ‘te keer gaan’. rondspokend onkruid). De befaamde botanicus Heukels vermeldt in zijn 'Woordenboek der Nederlandsche volksnamen van planten' niet alleen de mooie naam Vrouwenspiegel voor de haagwinde, maar noteert bovendien over de pispotjes: ‘Men vertelde elkaar ‘Pluk ze niet af, want dan zal er vanavond een spook voor uw bed zitten’.

Volksgeneeskunde/bijgeloof
Kinderen mochten de bloem onder geen enkele voorwaarde plukken, want anders zouden ze de eerstvolgende nacht vast en zeker in bed plassen. Het sap van de haagwinde is licht giftig. Vroeger werd het als laxeermiddel gebruikt en tevens aangewend bij scheurbuik. Voor de (volks)geneeskunde betekent de plant al vele eeuwen weinig tot niets meer.
De haagwinde werd vroeger in de volksgeneeskunde toegepast. Aftreksel van blad en bloemen was een geliefd laxeermiddel. De thee stimuleerde de galproduktie, zonder een te sterk prikkelende werking op de darmen.

*) Kinderen mochten de bloem onder geen enkele voorwaarde plukken, want anders zouden ze de eerstvolgende nacht vast en zeker in bed plassen. Het sap van de haagwinde is licht giftig. Vroeger werd haagwinde aangewend bij scheurbuik en het aftreksel van blad en bloemen was een geliefd laxeermiddel. De thee stimuleerde de galproduktie, zonder een te sterk prikkelende werking op de darmen.

terug naar boven >>

   
     
   
   


Herfstwandeling in Park Schakenbosch - zaterdag 5 oktober 2019

IVN Natuurgids Ria Hoogstraat maakt weer graag samen met u een herfstwandeling door het mooie park Schakenbosch in Leidschendam waar u kunt genieten van de geuren en kleuren, paddestoelen en vruchten.

U vindt hier bijzondere bomen zoals de moerascypres, vaantjesboom en tulpenboom, maar ook bomen die thuis horen op deze venige grond zoals els, es en wilg.
De wandeling duurt ca anderhalf uur en deelname is gratis. Kinderen zijn van harte welkom, zij krijgen extra aandacht van de gids. Verzamelen om 10.00 uur bij de hoofdingang van GGZ Haagstreek/Rivierduinen aan de Veursestraatweg 185, Leidschendam. Auto’s en fietsen kunt u parkeren bij de voormalige kapel. 
Info tel. 070 - 3279349 of www.ivndenhaag.nl.

terug naar boven >>

   
     
   
   


Douglasspar en hitte

Bossen nemen in de zomer veel CO2 op uit de lucht, maar eind juli stootten bossen in Nederland juist CO2 uit. Dit blijkt uit metingen van de Universiteit Twente. Onderzoekers meten sinds 2006 in een bos bij Garderen hoe Douglassparren reageren op weer en klimaat. Tussen 24 en 26 juli was het uitzonderlijk warm.

Daardoor werd de groei zo beperkt, dat er overdag minder CO2 werd opgenomen door het bos dan er 's nachts werd uitgestoten. De netto uitstoot aan CO2 van de bossen tijdens de warme dagen bedroeg 30 kilogram per hectare. Na de hittegolf werd de groei hervat en op 29 juli had het bos zijn uitstoot weer gecompenseerd. De onderzoekers zijn benieuwd of andere naald- en loofbomen ook CO2 uitstoten tijdens warme dagen. De metingen kunnen bosbeheerders helpen om beter in te spelen op een veranderend klimaat, bijvoorbeeld bij de keuze van boomsoorten bij de aanplant.

Bron: Universiteit Twente

terug naar boven >>

   
   
   
   


Klimaatbomen


Lucien Verschoren, voorzitter vakgroep boomkwekerij van de Algemeen Verbond Belgische Sierteelt en groenvoorziening (AVBS) stelde een lijst op met 80 klimaatbomen; boomsoorten die goed bestand zijn tegen het veranderende klimaat. Hij vindt dat de sector én de markt van het openbare groen en particulieren hun pijlen op deze 80 soorten moeten richten.
Klik hier voor meer info.

tamme kastanje in bloei

"Bomen leveren een grote bijdrage aan onze leefomgeving. Hierop inspelen met de juiste boomsoorten is een mooie uitdaging. Onze steden snakken naar bomen. Vooral in de zomer blijft de temperatuur er ’s avonds te hoog. Onze inheemse bomen voldoen dan niet altijd. Verbreding in assortiment en aangepaste boomsoorten geven betere resultaten. Het is belangrijk om bomen te leveren voor verschillende standplaatsen; in de stad, op daken, in kleine tuinen en smalle straten', zegt Verschoren.

Klimaatbomen zijn boomsoorten die goed bestand zijn tegen het veranderende klimaat. "Ze zijn opgewassen tegen stijging van temperatuur, droogte en nattigheid, tegen storm en tegen koude in de winter en vorst in het voorjaar. Ook kunnen de bomen ziekten en plagen weerstaan. Een keuze voor klimaatbomen is dus een keuze voor gezonde bomen. Het is belangrijk deze soorten onder de aandacht te brengen, door ze expliciet te benoemen en in een lijst te presenteren. De lijst van 80 bomen is opgemaakt in samenwerking met Vlaamse boomkwekers en vergeleken met wat beschikbaar is in de buurlanden."

Zie voor meer informatie de site van GrootGroenPlus
Bron: GrootGroenPlus

   
   
   
   


Oude bossen

Bosbouwers pleiten in een advies aan minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voor nieuwe bossen waarin bomen de kans krijgen volledig uit te groeien, zodat ze kunnen aftakelen, omvallen en vergaan.

Die lange levenscyclus is nodig om de rijkdom aan soorten planten en dieren in bossen te herstellen. Ook vinden ze dat de miljarden aan subsidie op de productie van energie uit biomassa vervangen moet worden door financiële steun voor het gebruik van meer hout uit Nederlandse bossen in de bouw. In het document staat dat het nodig is gemengde bossen aan te leggen om de kwetsbaarheid voor ziekten en klimaatverandering te beperken.

Enkele boomsoorten, zoals de larix en de fijnspar, staan onder grote druk door de opmars van bastkevers die verzwakte bomen aantasten. Deze boomsoorten zijn door twee opeenvolgende droge zomers kwetsbaar. Het toekomstige beheer zal gericht moeten zijn op het bereiken van een zo groot mogelijke veerkracht van het bossysteem.
Om de biodiversiteit te bevorderen pleit de bossector voor grote boskernen van eiken- en beukenbomen. En ze dringt aan op betere voorlichting aan het publiek over bosbeheer: het kappen van bomen zal altijd nodig blijven om een bos gezond te houden.

De Verklaring van Groeneveld is te raadplegen via de website van de Stichting Groeneveld.

Bron: Trouw

terug naar boven >>

   
       
   
   


'Biodiversiteit in Beeld' - in de bomentuin
t/m 31 oktober

Hoe betoverend en spannend kan de natuur zijn. Dat is te zien op de natuurfoto-expositie ‘Biodiversiteit in Beeld’. Met unieke foto’s, vastgelegd op camera door vier Nederlandse natuurfotografen: Esther Groot, Bert van den Broek, Jan Jongejan en Wilco Busstra.

Zij exposeren hun werk midden in het arboretum van het Bomenmuseum in Doorn.
Maar liefst zestig natuurfoto's staan op grote panelen opgesteld langs een wandelroute door de bomentuin. Met deze expositie vraagt het Bomenmuseum aandacht voor het belang van biodiversiteit: voor mens, dier en boom!
Deze bijzondere expositie is t/m 31 oktober dagelijks te bezoeken.

Adres: Nationaal Bomenmuseum Gimborn, Velperengh 13, 3941 BZ DOORN
Meer info: klik hier


Expositie Tuinen van Verf
t/m 7 december 2019

Theo Leijdekkers (1955) is opgegroeid in Twente waar hij al vroeg een liefde voor de natuur en het landschap ontwikkelde. Hij schildert absoluut geen ‘Stilleven met bloemen’ zoals wij die uit de kunstgeschiedenis kennen. Een eeuwenoude traditie krijgt bij hem een nieuwe eigenzinnige invulling.

Kijkend naar zijn werk word je overdonderd door het grote formaat en het kleurbombardement. Verwacht bij hem geen subtiel, tot op de nerven nauwkeurig geschilderde bloemblaadjes.
Zijn irissen, zonnebloemen, stokroos of akelei barsten als het ware uit de lijst. Je staat niet langer vóór het schilderij, als letterlijke buitenstaander, maar voelt je opgenomen in de bloembladen die jou omarmen.

Adres: De Groninger Zilverkamer, Oude kerkstraat 1, 9901 JB Appingedam
Meer info: klik hier


BEET! Vissen naar verborgen betekenissen
t/m 10 november 2019

Het Dordrechts Museum toont het neusje van de zalm op het gebied van vis in de kunst. Voor het eerst laat een tentoonstelling zien hoe sterk vis de Nederlandse kunst en cultuur heeft verrijkt. In Beet! komt de veelzijdigheid van de vis en zijn betekenis in de Hollandse en Vlaamse beeldcultuur aan bod.

Roepen vissen associaties op met erotiek? In onze tijd niet zo snel,in de 16de en 17de eeuw des te meer. In die tijd hebben vissen, maar ook schelpdieren als mosselen en oesters, nogal eens een dubbelzinnige betekenis. In de taal, maar ook op prenten en schilderijen. Kunstenaars gebruiken vis en schelpdieren om dát te tonen wat niet letterlijk verbeeld mag worden, bijvoorbeeld bij Jan Steen.
Vis is echter ook een oeroud religieus symbool. In de Klassieke Oudheid worden vissen al in verband gebracht met de godenwereld.
Naast meer dan 175 bijzondere schilderijen en objecten is er een levensgroot digitaal aquarium ingebouwd in de tentoonstelling. Kinderen kunnen in dit aquarium een zelf versierde vis laten zwemmen. Voor volwassenen is er een audiotour, ingesproken door presentator, cabaretier en fervent hobbyvisser, Klaas van der Eerden.

Adres: Dordrechts museum, Museumstraat 40, 3311 XP Dordrecht
Meer info: klik hier

terug naar boven >>

   
       
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.