Flora en fauna
- Kraagmosklokje
- Rups van de veelvraat

Natuurnieuws
- Veluwe mogelijk deels op slot
-
Waddenfonds steunt 2 natuurprojecten

Natuur Uit en Thuis
- UIT: windsteen

- THUIS: bodemdieren


Natuur kort
- Project ‘De Groene Eeuw’

- Korendijkse slikken
- Spinnen

Website van de maand
- Alles over Paddenstoelen
- Natuurfotografie-aad.nl

Natuur Plus
- Grote groene sabelsprinkhaan


Excursies
-
Herfstwandeling in Park Rusthout

Bomenweetjes
-
Rassenlijst Bomen
- Platanen van Baobab

Uit-tips
- Weer en Wind . Avercamp tot Willink
- Natuurlijk Natuur
- Van dahlia tot chocola


 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Kraagmosklokje (Galerina autumnalis)

Na de kopfoto in NatuurNetNieuws van vorige maand met daarop het kraagmosklokje kunt u nu nader kennismaken met dit mooie maar dodelijke, zeer giftige zwammetje.

Mosklokjes zijn te herkennen aan de 'gordijnachtige' steel (ze behoren tot de familie van de Gordijnzwammen) en de doorschijnende hoed (als hij nat is). Het kraagmosklokje is, zoals de naam al doet vermoeden, te herkennen aan een vliezige ring (kraag). De hoed is tussen de 2 tot 6 cm groot, bol tot uitgespreid, okerbruin met een heel fijn gestreepte rand. De steel is 3 tot 9 cm lang en 3 tot 8 mm dik. De sporen zijn bruinoranje of roestbruin.
Het kraagmosklokje groeit op mos, aarde of hout.

Het bundelmosklokje wordt tegenwoordig als één soort gezien met het kraagmosklokje. Dit klokje komt echter voor op dode stammen, stronken en takken van naaldbomen, zelden op loofhout, terwijl het kraagmosklokje juist wel voorkomt op verrot hout van loofbomen.

De (eetbare) stobbezwammetjes vertonen veel gelijkenis met de zeer giftige kraagmosklokjes. Ze kunnen dus gemakkelijk worden verwisseld met het kraagmosklokje met alle nare gevolgen van dien.


Rups van de veelvraat

De rups van de veelvraat (voorheen heidespinner) is vrij algemeen in Nederland. Hij is groot, wel 7 centimeter en goed te herkennen door z’n roodbruine beharing met zwarte banden. Aan de zijkanten staan langere, grijze haren. Die haren beschermen hem tegen predatie door vogels. Ze kunnen jeuk veroorzaken (aan den lijve ondervonden! (red.))

De rups is te vinden op de heide, in vochtige graslanden, open bossen en duinen. Veelvraatrupsen doen hun naam eer aan en beginnen zich in augustus vol te eten met struikheide, de bladeren van wilgensoorten, bramen en bosbessen. De rups is actief tot in september. Vlak voor de winter stopt hij met eten. Hij heeft zich dan behoorlijk vol gegeten en zoekt een plek op de grond, tussen bladeren of mos om te overwinteren. In het voorjaar komt hij korte tijd tevoorschijn om te zonnen. Als hij voldoende is opgewarmd zal hij zich (zonder nog te eten) in april verpoppen in een sigaarvormige stevige, ietwat taaie cocon, die dicht bij de grond wordt vastgemaakt aan de vegetatie; in de cocon wordt vaak rupsenhaar verwerkt.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Veluwe mogelijk deels op slot


Delen van de Veluwe worden mogelijk, al dan niet tijdelijk, afgesloten voor publiek om de vogelstand te verbeteren. Door de drukte van recreanten zijn er op sommige delen veel minder vogels dan in gebieden waar geen mensen komen.

Op de Veluwe ligt een netwerk van bijna 7500 kilometer aan wandelpaden. Er zijn meer dan 250 vakantieaccommodaties en meer dan 200 parkeerterreinen. De Veluwe is jaarlijks goed voor circa 8,5 miljoen bezoekers. In het zuiden van Veluwe komen er tot wel 200.000 bezoekers per hectare per jaar.

Onderzoeker Rogier Pouwels van Wageningen University & Research heeft in kaart gebracht wat het effect van al die natuurliefhebbers op de Veluwe is op de vogelstand. Hoe drukker het is, hoe minder vogels er in een gebied zijn. Daarbij geldt ook dat mensen met honden vogels extra afschrikken. De provincie Gelderland laat weten serieus te kijken naar maatregelen die zijn gericht op het creëren van voldoende rust voor kwetsbare vogelpopulaties. "Daarbij wordt primair gekeken naar het minder gebruiken van sommige paden en het, gedeeltelijk, afsluiten van stuifzandgebieden in het broedseizoen", stelt een woordvoerster van de provincie.

Bron: De Gelderlander 

terug naar boven >>

 


Waddenfonds steunt 2 natuurprojecten

Het Waddenfonds investeert 10,5 miljoen euro in 2 projecten die de leefomstandigheden voor vogels en vissen in het Waddengebied moeten verbeteren.

Het project Wij & Wadvogels van Vogelbescherming Nederland krijgt van het Waddenfonds bijna 7 miljoen euro voor de verbetering van de leefomgeving van vogels in het Waddengebied. Daarnaast wordt bijna 3,6 miljoen euro bijgedragen aan Waddentools Swimway.
Uit onderzoek blijkt dat de Waddenzee een zwakke schakel is in de vliegroute van vogels. De totale kosten van het project Wij & Wadvogels bedragen 15 miljoen euro. Voor dat bedrag worden onder andere 62 hectare broedgebied voor steltlopers, twee broedeilanden van in totaal 3000 m2 en een vogeleiland met kwelder ten zuiden van Schiermonnikoog aangelegd. Ook komen er een wandelroute en een vogelkijkhut. De kennis die Vogelbescherming Nederland tijdens dit project opdoet, wordt uitgewisseld om te helpen bij vergelijkbare projecten in de toekomst.

Bekend is dat het slecht gesteld is met de visstand in de Waddenzee: de hoeveelheid vissen is de laatste 50 jaar sterk afgenomen en echt grote vissen komen er bijna niet meer voor. De afgelopen jaren zijn er diverse projecten gestart om het tij te keren.

Met het project Waddentools Swimway wordt uitgebreid onderzocht wat de effectiviteit van deze projecten is en wat de beste maatregelen zijn om de leefomgeving van vissen in de Waddenzee te verbeteren. Zo wordt onder andere gekeken naar het effect van riffen bij de Afsluitdijk op de kraamkamerfunctie van de Waddenzee.

Bron: Waddenfonds

   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


Natuur uit: windsteen

Het is droog, de zon schijnt...! Op een van de (zeldzame) droge dagen in oktober, loop ik een route bij Amerongen. Het is paddenstoelentijd, en hoe! Wat wil je ook met al die regen! Ik zie de schubbige bundelzwam, een berkenboleet, het geel hoorntje en het kleverig koraalzwammetje, dennenvlamhoeden en geweizwammetjes, maar dit is vooral de herfst van de vliegenzwammen! Veel zijn er omgetrapt (door wie of wat?) en aan veel wordt geknabbeld.

De rups van de veelvraat hobbelt over het pad. Hij mag even opgerold op m’n hand meeliften (niet nadoen, het jeukt na een week nog steeds!) Een gloednieuwe bank bovenop de heuvel met prachtig uitzicht over de heide nodigt uit voor een late lunch en een natuurpraatje met ‘buren’ op de andere bank. De 'buurman' haalt iets uit z’n tas. Een steen. Maar geen gewone steen! Het is een windsteen of windkei. Nooit van gehoord, laat staan gezien, waarschijnlijk ben ik er altijd domweg aan voorbij gelopen...
Hij legt uit dat het stenen zijn met één of meer, onder invloed van wind en zand, geslepen facetten. De zanddeeltjes die door de harde wind tegen de steen blazen slijpen het oppervlak van de steen langzaam af. In de loop der tijd vormt zich doorgaans een bolvormig glad oppervlak aan de windzijde, met een scherpe rug bovenop de steen. De tijd die nodig is voor de vorming van het platgeslepen oppervlak hangt onder andere af van het soort gesteente, de windsnelheid en de grootte van de door de wind getransporteerde zanddeeltjes.

Op diverse plaatsen in Nederland zijn windstenen (of windkanters) te vinden. Dat hij ze hier vindt is niet zo verwonderlijk, want met name op plaatsen waar Pleistocene (meer dan 10.000 jaar geleden) afzettingen aan het oppervlak liggen zoals de stuwwallen van Midden- en Oost-Nederland en het noordelijke deel van het Gooi, zijn ze te vinden. Bijzonder! Mooi verhaal en dus ga ik m’n ogen nog beter de kost geven, maar oprapen...? Nee, toch maar niet. Dat laat ik graag aan de echte kenner /verzamelaar over!


NATUUR thuis: bodemdieren

Voor de vijfde keer op rij ga ik weer op zoek naar bodemdieren die mijn tuin hebben uitgekozen als fijne stek om te bivakkeren. Alle rommelhoekjes speur ik na, m’n fototoestel in de aanslag. Ik til een paar oude stoeptegels op, kijk onder half verrotte stukken boomschors, zoek onder losse stenen, oude bloempotten, een zak met tuinaarde, oud afdekplastic.

Alle dingen waarvan ik maar denk dat het perfecte plekjes zijn waar beestjes graag onder wegkruipen, komen aan de beurt. En dat levert een lange, leuke lijst tuinbewoners op!

Wat ik zoal tegenkom? Regenwormen, naaktslakken, huisjesslakken, segrijnslakken en de grote glansslak, de gewone huisspin, de kruisspin, maar ook de rood-witte celspin, piepkleine miertjes, kelderpissebedden, een oprolpissebed, duizendpoten (de aardkruiper en de bladkruiper), miljoenpoten en springstaartjes.

Wat ik met die lijst doe? Die geef ik door aan ‘Bomendierendagen 2019’, dit jaar de 5e editie.

Mijn ‘halfgroene’ tuin scoort met al zijn bewoners een mooie 8,1 en als ik m’n bril had opgezet, had ik misschien nog veel meer kriebelbeestjes gezien! Want oh, wat zijn ze soms klein! De springstaartjes zie ik pas later op m’n computerscherm! Dit jaar was het ‘beestenweer’, dus werd de termijn van zoeken verlengd tot half oktober. Maar weer of geen weer... Volgend jaar doe ik weer mee!

terug naar boven >>

   
     
   
   



Project ‘De Groene Eeuw’

De Correspondent (https://decorrespondent.nl/over) is gestart met een beeldend project met voorstellingen van een groene toekomst. Het project heet: De Groene Eeuw. Er zijn posters ontworpen om te laten zien dat er een alternatieve toekomst mogelijk is waarin we samenwerken en klimaatverandering tegengaan.

Aan ‘GROEN! natuurlijk’ is gevraagd om onderstaande poster onder de aandacht te brengen. De door Dasja Tiemens ontworpen poster is vrij te gebruiken, zonder copyright of andere beperkingen. Door deze poster te gebruiken laat je zien dat je de omwenteling naar duurzaamheid steunt. U kunt een mailtje sturen naar het e-mailadres: info@movingwishes.com
De printversie van de poster (max A2) wordt u dan toegestuurd.



Meer info:
klik hier

 



Korendijkse Slikken


Het natuurgebied de Korendijkse Slikken is sinds oktober weer open voor bezoekers.
Er zijn diverse werkzaamheden uitgevoerd om de Korendijkse Slikken te behouden en te versterken.


Er zijn slikkige oevers ontstaan, er is een stuw geplaatst in een kreek waar het water van het Haringvliet binnenkomt en de oude krekenstructuur is weer opengemaakt, zodat het water beter door en over de riet- en graslanden kan stromen. Dit alles met als doel het gebied langer nat te houden. Dit is van belang voor de typische flora en fauna van de deltanatuur: slijkgroen, zeegroene rus, grutto, noordse woelmuis en bruine kiekendief.

Daarnaast kunnen bezoekers het gebied nu nog beter beleven. Met een mooie kijkhut met breed zicht op de slikkige oevers en een kijkterp vanwaar je schitterend uitzicht hebt op het Spui en het Haringvliet. De verbinding met het water beleef je ook vanaf het verhoogde wandelpad. De afgelopen tijd heeft Natuurmonumenten de bewegwijzering en informatiepanelen in het gebied geplaatst.
De vernieuwde wandelroute is open van 15 juli tot en met 15 maart. De afsluiting is noodzakelijk om verstoring van broedende bruine kiekendieven te voorkomen.

Meer info: klik hier



Spinnen

Volgens het EIS Kenniscentrum Insecten zitten er in elk huis wel een paar honderd spinnen. En dat is goed nieuws want spinnen zijn heel nuttig in huis. U ziet ze (meestal) niet, maar ze zitten er wel degelijk.

Veel spinnen zijn schuw en komen alleen tevoorschijn in de paartijd. De meeste spinnenwebben zijn kwetsbaar, dus spinnen zullen deze bij voorkeur maken op plekken waar u niet zo snel bij zult komen. Spinnen eten de insecten zoals schadelijke zilvervisjes en kevertjes op die ook in ons huis zitten. En natuurlijk ook insecten en (steek)vliegen die bacteriën en ziektes (kunnen) overbrengen. Daar komt nog bij dat ze door hun menu de kans op insectenplagen -zowel binnens- als buitenshuis-verkleinen.

In Nederland is het gebruik (nog) niet zo ingeburgerd, maar in bepaalde culturen vormen spinnen een ware delicatesse. Gefrituurd zult u ze in Azië bijvoorbeeld regelmatig tegenkomen. In Thailand of bepaalde Zuid-Amerikaanse landen, is het eten van spinnen een voorbode van geluk.

terug naar boven >>

   
 
   
   
   


Website 1

Alles Over Paddenstoelen! Hier vind je alles wat met zwammen te maken heeft. Genoeg voor je spreekbeurten, schoolwerkstukken en genoeg om alle vragen te beantwoorden die natuurliefhebbers kunnen krijgen als zij weer het veld ingaan en hun ogen open houden!

en

Website 2

Op deze website ziet u een hoofdstuk met paddenstoelen van a tot z, maar u kunt ook doorlinken naar andere mooie natuurfoto’s.


Paddenstoelen

Dit filmpje, een fragment uit een documentaire over mycoloog Paul Stamets, is prachtig vanwege de mooie opnamen van opkomende paddestoelen.


Bron: Paradijsvogels

terug naar boven >>

   
       
   
   


Grote groene sabelsprinkhaan  - Tettigonia viridissima

Uiterlijk
De Grote groene sabelsprinkhaan is één van de grootste Nederlandse insecten. Hij wordt wel 6 tot 8 cm lang, waarvan de (4) vleugels of de legbuis van het vrouwtje de helft bepalen. Ook al hebben ze lange vleugels, ze kunnen er alleen korte afstanden mee vliegen. De achterpoten zijn ongeveer twee keer zo lang als de andere twee paar poten waardoor hij ver kan springen. De gehooringang zit in de voorpoten. De twee voelsprieten zijn even lang als het lichaam. Midden op de rug loopt een bruine streep.

Leefgebied
De Grote groene sabelsprinkhaan is een algemene soort in West-en Midden-Europa. In Nederland komt hij vrijwel overal voor, maar is moeilijk te vinden door de perfecte schutkleur. En dan draait hij ook nog eens weg achter een stengel en stopt met zingen als je in de buurt komt. Probeer maar niet om hem te vangen want de achterpoten zijn zeer breekbaar en een sabelsprinkhaan kan niet steken, maar wel bijten!
Plekken waar je hem van juli tot oktober kunt aantreffen, zijn ruige wegbermen en oevers, verruigde graslanden, zonnige bosranden met struiken, opgaande vegetatie zoals struwelen, ruigten met distels, spoorwegdijken, tuinen etc. Hij wordt soms zelfs in maisakkers waargenomen.

Voedsel
De sprinkhanen zitten op bladeren of takken waar ze op insecten jagen. Prooien worden met de stekelige voorpoten gegrepen en door de sterke kaken aan stukjes geknipt. Ze eten voornamelijk andere insecten die op planten leven, zoals rupsen, bladluizen en cicaden, maar er staan zelfs andere sprinkhanensoorten op het menu. Slechts heel zelden eten ze plantaardig voedsel. Natuurlijke roofdieren van grote groene sabelsprinkhanen zijn insectenetende vogels, zoals de klapekster, amfibieën en kleine zoogdieren.

Sjirpen
Hét kenmerk van sabelsprinkhanen is dat het vrouwtje aan de achterkant van haar lijf een grote zijdelings afgeplatte legboor heeft, die net zo lang is als haar achterlijf en eindigt in een punt. De legboor doet denken aan een sabel, vandaar de naam sabelsprinkhaan. De mannetjes moeten het doen met twee kleine uitsteeksels aan het achterlijf. Maar het zijn wel enorme lawaaimakers, het schijnt dat hun gesjirp wel tot 100 meter ver kan dragen. Ze ‘zingen’ van drie uur in de middag tot drie uur 's nachts. Ze blijven vaak dagenlang op ongeveer dezelfde plaats. In de loop van de nacht kiezen ze graag een steeds hogere plek. Op warme dagen is het gezang nog tot in november te horen.

Voortplanting
Het mannetje lokt een vrouwtje door met z’n voorvleugels over elkaar te wrijven, het zogenaamde striduleren. Dat veroorzaakt in de zomer een schel ratelend geluid dat minutenlang kan aanhouden. Iedere soort heeft zelfs zijn eigen zang. Als het vrouwtje wil paren sjirpt ze ook. De paring duurt ongeveer drie kwartier, waarbij het mannetje een schuimachtige spermatofoor produceert, dat grotendeels door het vrouwtje wordt opgegeten. Een paar dagen na de paring legt het vrouwtje met behulp van de legboor wel meer dan 100 donkerbruine langwerpige eieren in de grond, alleen of in groepjes, liefst tussen hoge grassen. De eitjes kunnen overwinteren en dan in het nieuwe jaar uitkomen. Tussen het leggen en het uitkomen zit minstens één winter, maar er kunnen ook meerdere winters tussen zitten. Hierdoor worden ongunstige omstandigheden overleefd.

Nimfen
De nimfen komen in de lente uit het ei. Ze blijven tot de eerste vervelling in lagere begroeiing, want ze hebben dan nog geen vleugels. Die ontstaan pas na de derde vervelling. Na elke vervelling zal bij een vrouwtje de legboor duidelijker te zien zijn. Na een keer of zes vervellen bereiken de nimfen uiteindelijk rond eind juni, begin juli het volwassenstadium. Ze leven dan in de bomen en hogere planten om beter te kunnen jagen op andere insecten. De sabelsprinkhaan zal maar één seizoen meemaken omdat hij gemiddeld niet ouder wordt dan zes maanden. Wanneer de vorst invalt sterven alle sprinkhanen.

Weetje: De grote groene sabelsprinkhaan is eigenlijk helemaal geen sprinkhaan. Het zijn eigenlijk krekels! Het grote verschil met sprinkhanen zit hem in de voelsprieten...bij echte sprinkhanen zijn die kort maar bij de sabelsprinkhaan zijn ze net zo lang als zijn hele lijf!

terug naar boven >>

   
     
   
   


Woensdag 6 november - Herfstwandeling in Park Rusthout

Op 6 november gaat IVN Natuurgids Ria Hoogstraat weer op stap in de natuur. Het is herfst in het park. We gaan kijken naar de bomen die nu bijna allemaal kaal zijn. Er is veel aan te zien: paddenstoelen, vogelnesten, mossen en korstmossen, vreemde aangroeisels met nog vreemdere namen zoals warrelknoest en heksenbezem.

De knoppen van bladeren en bloemen zijn al klaar voor de nieuwe lente. We horen ook hoe de dieren overwinteren. Kinderen zijn van harte welkom, ze krijgen extra aandacht van de gids. Verzamelen om 14.00 uur bij de ingang van de Stadstuin aan de Noordsingel t.o. Leidsenhage. De wandeling duurt ongeveer anderhalf uur. Het park is verboden voor honden.
Info tel. 070 - 3279349 of www.ivndenhaag.nl.


terug naar boven >>

   
     
   
   


Rassenlijst Bomen

Het Centrum voor Genetische Bronnen en de Raad voor Plantenrassen hebben de Rassenlijst Bomen volledig geactualiseerd. De 10e Rassenlijst geeft van inmiddels 85 soorten bomen en struiken aan wat geschikte herkomsten en rassen zijn voor uiteenlopende doelen. In de nieuwe editie zijn veel nieuwe soorten opgenomen, waaronder de zomerlinde, stekelbrem, kruipwilg en trosvlier.

Ook worden nu foto’s van de opstanden getoond. Het Centrum voor Genetische Bronnen Nederland, onderdeel van Wageningen University & Research toetst in veldproeven de herkomsten op eigenschappen als goede groei, houtkwaliteit en gezondheid. Naast groei wordt er gelet op het slagingspercentage na aanleg, maar ook het tijdstip van uitlopen, dat de kans op bevriezing bij late voorjaarsvorst bepaalt. 

Deze 10e Rassenlijst bomen is te raadplegen op www.rassenlijstbomen.nl.

Bron: Centrum voor Genetische Bronnen Nederland.

   
   
   
   


De platanen van Baobab

Deze platanen, die overal in de stad Canterbury te vinden zijn, onderscheiden zich door hun bolvormige, knobbelige stammen. Deze bomen werden in het verleden ook wel Oosterse platanen genoemd. Het meest recente advies van de National History Museum Identification Service is om dit type boom als Baobab-plataan te benoemen.

De ongewone groei van de romp kan het gevolg zijn van een virale infectie, hoewel dit onzeker is. De Canterbury History and Archaeological Society (CHAS) vermeldt vijf van deze bomen op hun website op de volgende locaties:

Canterbury Castle
Westgate Gardens
Beer Cart Lane (niet toegankelijk voor het publiek maar zichtbaar vanaf de weg)
Oude Dover Road
Kathedraal van Canterbury

Op de plaquette bij de boom op het terrein van de kathedraal van Canterbury wordt hij aangeduid met 'Oosterse plataan'. De tekst luidt: 'Deze boom werd in de jaren 1820 geleverd door William Masters, een Victoriaanse kweker uit Canterbury. Dit is een van de vijf bomen in de stad'. Op de website van Canterbury History and Archaeological Society wordt William Masters ook vermeld als waarschijnlijke leverancier. De boom is in 2013 opgemeten en had toen een stamomtrek, gemeten op 1,50 m hoogte, van 7,22 m.

Foto: Hanneke van der Meer

terug naar boven >>

   
       
   
   


WEER EN WIND. AVERCAMP TOT WILLINK
t/m 5 januari 2020

Stormen op zee en land, opkomend onweer, dijkdoorbraken, regenbogen en avondrood, noodweer dat onrust baart, besneeuwde landschappen en poëtische mistbanken.

In Weer en Wind . Avercamp tot Willink zijn ruim honderd verrassende en spannende kunstwerken te zien van Nederlandse kunstenaars in de afgelopen vier eeuwen, stuk voor stuk meesters in het verbeelden van mooi, dreigend of extreem weer. Op de wand zijn fragmenten van gedichten te lezen afkomstig uit de bloemlezing Weer en wind – 100 gedichten en 100 gezichten. Rechts: nevellandschap, Jan Mankes 1915

De tentoonstelling leidt de bezoeker aan de hand van thema’s als ‘Storm en regen’, 'Koud en guur, sneeuw en ijs’ en ‘Het weer vandaag’ door vier eeuwen verbeelding van veelal extreem weer.

Adres: Museum Singer Laren, Oude Drift 1, 1251 BS Laren (NH)
Meer info: klik hier


Expositie Natuurlijk Natuur
t/m 28 december 2019

Een boeiende collectie van beelden, tekeningen en schilderijen, geïnspireerd op de natuur.
Deze keer is het thema van de expositie ‘Het ritme van de natuur’, met het elk jaar weer wisselen van de seizoenen en wat dit voor plant en dier betekent.


Hans Bulder - Winterlandschap met fazant en ganzen

De kunstenaars in deze expositie trekken door de natuur om landschappen, planten en dieren tot in den treure te observeren en in hun kunstwerken zo getrouw mogelijk vast te leggen. Maar hoe ziet deze natuur er over meer dan een halve eeuw uit?
Met Sundays@Staphorsius is de galerie ook een aantal zondagen geopend. Verschillende kunstenaars zijn dan in de galerie aanwezig om hun werk te demonstreren en hierbij een uitleg geven.

Bekijk hier de brochure van Natuurlijk Natuur 2019. Geopend:

Adres: Galerie Staphorsius, J.J. Allanstraat 287b, Westzaan
Meer info: klik hier


Van dahlia tot chocola, Hemels geurende bol- en knolgewassen
t/m  22 december 2019

In het prentenkabinet van Museum de Zwarte Tulp is een tentoonstelling te zien van prenten waarop bol- en knolgewassen staan afgebeeld die bekend staan om hun geur. Met name bloemen die in de parfumindustrie veelvuldig worden gebruikt, worden getoond. In het kader van de Dahlia-event 2019 is er speciale aandacht voor de dahlia 'Mexican Star' die naar chocolade ruikt.

Ook zijn er voor het eerst in de geschiedenis van het museum unieke zwart/wit foto’s te bewonderen van dahlia’s die zijn gemaakt door de bekende Lisser fotograaf Leendert Blok (1895-1986). Dus kom in het museum kunst snuiven om je zinnen te prikkelen!

Adres: Museum de Zwarte Tulp, Grachtweg 2a, 2161 HN Lisse (bezoekadres)
Meer info: klik hier

terug naar boven >>

   
     
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: www.groen-natuurlijk.nl/natuurnetnieuws.html
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.