Flora en fauna
- Herfsttijloos
- Smelleken

Natuurnieuws
- Natura 2000-maatregelen Oostvaardersplassen
- Zaden oogsten

Natuur Uit en Thuis
- UIT:
paddenstoelen
- THUIS: beestjes

Boekennieuws
- De Hondsrug


Natuur kort
- Pieterpad

- Vissenbossen
- ‘Tegeltje Groen’

Natuurexcursie
- Geen

Websites van de maand
- vogelgeluiden

Bijzondere dagen in november
-
Vier dagen


Natuur Plus
-
Kluut

Bomenweetjes
-
Boom van het Jaar 2020
- Oude bomen moet men niet verplanten

Uit-tips
- 'Vervlogen tijden?'
- 22e Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling
- Droom en werkelijkheid



 
NB. De links in onderstaande tekst zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
       
   
   


Herfsttijloos - Colchicum autumnale

Haar naam betekent de tijloze ofwel tijdloze die in de herfst (in het herfsttij) bloeit.
Het plantje heeft veel volksnamen, o.a.: naakt begijntje, morgensteerntje, naakt wijfje, spinbloem en kale juffer. Colchicum komt van Colchis, een landstreek ten Oosten van de Zwarte Zee. Autumnale betekent herfst.

Het kleine plantje lijkt erg veel op de bekende en onschuldige krokus, maar alle delen van herfsttijloos bevatten een zeer giftig alkaloïde, dat colchincine heet. Het heeft ernstige bijwerkingen! Vroeger werd de plant gebruikt als middel tegen geelzucht. Ook werd het plantje in de middeleeuwen gezien als een toverkruid. Het dragen van de knol zou helpen tegen de pest en kiespijn.
De fletse lichtroze wat slappe bloem bloeit van augustus tot eind november zonder bladeren, zelfs zonder stengel, uit een verlengde bloembuis die uit een diep in de grond liggende knol groeit. De bloemen staan alleen of met 2 tot 5 bij elkaar. Na de eerste nachtvorst is het gedaan met de bloei. 

Van oorsprong komt de herfsttijloos uit West-Azië en het Middellandse Zeegebied maar nu zie je hem in heel Europa met uitzondering van het noorden. Herfsttijloos is te vinden in bossen en vochtige weiden en langs duinpaden. In Zuid-Limburg (rondom Eys) groeit ze massaal langs het spoorlijntje van het Miljoenenlijntje. De Wilde herfsttijloos staat op de Rode Lijst als bedreigd/ beschermd. In allerlei plantsoenen, tuinen en bij buitenplaatsen wordt regelmatig de droogbloeier (Colchicum byzantinum) aangeplant, die ook in de herfst bloeit, maar toch duidelijk verschillend is van de inheemse herfsttijloos. In het gebied van herkomst groeit hij op rotshellingen, aan beekoevers, op kalkrotsen en in eiken- en dennenbossen en wordt in Nederland als droogbloeier en sierplant gekweekt.


Smelleken - Falco columbarius

Het smelleken is met een lengte van 25 tot 30 cm en een vleugelspanwijdte van 50 tot 62 cm, de kleinste roofvogel van Europa. Hij heeft een kleine haaksnavel en poten met krachtige klauwen. Door de korte, puntige vleugels heeft hij een zeer snelle vleugelslag. Het mannetje is niet veel groter dan een grote lijster, is blauwgrijs van boven met een zwarte band op de staart. De borst is oranje-bruin gevlekt. Het iets grotere vrouwtje is bruin van boven en bruin gevlekt van onderen.

Het smelleken is een trekvogel en wintergast. Vogels uit Noord-Europa verspreiden zich in zuidelijke richting over Midden en Zuid-Europa om te overwinteren. Een deel trekt over ons land heen. Als het niet te koud is, blijven enkele vogels in West- en Noord-Nederland om te overwinteren. De najaarstrek is tussen half september en eind oktober. Dan zijn ze door het hele land te zien. Iedere winter worden er steeds minder smellekens geteld. Gemiddeld zo’n 200-300. De voorjaarstrek loopt van half maart tot eind mei.

Het liefst jaagt het smelleken op relatief open terreinen zoals weilanden, akkers en heidevelden. Hij zit vaak op een paaltje te wachten tot hij een prooi ziet. Door snel en laag te vliegen, kan het smelleken zijn prooi overrompelen.

Foto onder: Tirzah-Brusse

Een achtervolging kan soms duren tot de prooi te vermoeid is om nog te ontkomen. Hij kan veldleeuweriken en graspiepers tot hoog in de lucht achtervolgen. Hij probeert er dan boven te komen om ze vervolgens in een duikvlucht te slaan. Op het menu staan vooral kleine vogels, zoals leeuweriken, tapuiten, vinken, piepers en gorzen, maar hij eet ook wel muizen, hagedissen en insecten.

Broeden doen ze in het noorden van Europa. Meestal op de grond, maar ook op rotswanden, in de lage struiken van de toendra’s of in bomen. Het smelleken wordt nog wel eens geslagen door een andere roofvogel. Het vrouwtje loopt vooral in de broedtijd het gevaar om gepakt te worden door een vos of een marterachtige. Dat geldt zeker ook voor de jongen. Wellicht is dat de belangrijkste reden van het geringe aantal smellekens.

terug naar boven >>

   
       
   
   


Natura 2000 - maatregelen Oostvaardersplassen

In de Oostvaardersplassen wordt een aantal maatregelen uitgevoerd voor de Natura 2000-doelstellingen.

Dit is van belang om een aantal vogelsoorten te behouden en te beschermen. Er worden maatregelen genomen in het grazige deel door het creëren van meer ondiep water en nat grasland. Daarnaast vindt er een reset van het moerasgebied plaats in het westelijk deel voor de ontwikkeling van 500 hectare nieuw rietmoeras.
Inmiddels is gestart met de uitvoering met als doel meer rietland en een beter leefgebied voor moerasvogels. Er is een nieuwe stuw geplaatst om het waterpeil te beheren voor de ontwikkeling van meer rietland. Op drooggevallen plaatsen verschijnt nu al gele moerasandijvie.

Het gehele proces van de moerasreset duurt ten minste 4 jaar. In deze tijd komt het jonge riet tot ontwikkeling. Na de moerasreset volgt een natuurlijker beheer van het waterpeil. In het grazige deel van Oostvaardersplassen komen vanaf 2021 onder meer vispassages en poelen. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor de aanleg van recreatieve voorzieningen.

Bron: Provincie Flevoland 

terug naar boven >>

 


Zaden oogsten


Staatsbosbeheer verzamelt deze herfst zaden en bessen van de oudste, wilde bomen en struiken in onder andere de Maasheggen, één van de oudste cultuurlandschappen van Nederland.

Deze soorten, zoals veldesdoorn, meidoorn, gewone es, sleedoorn en hondsroos komen hier van nature voor en zijn soms wel 100 tot 200 jaar oud.
De wilde bomen en struiken zijn eeuwenlang onderhouden in de vorm van heggen. De heggen herbergen een schat aan genetische variatie, opgeslagen in de talrijke bessen en zaden. Al ruim 20 jaar worden deze zaden tussen eind augustus en november met de hand geplukt.

De zaden en bessen zijn nodig voor het kweken van jonge bomen voor het planten van nieuw bos. De zaden en bessen worden vervoerd naar de werkschuur van Staatsbosbeheer in Dronten.
Hier bevindt zich de Nationale Genenbank Autochtone Bomen en Struiken voor autochtoon zaadmateriaal uit heel Nederland.

De bessen en zaden worden ontdaan van het vruchtvlees en opgeslagen. Daarna worden ze door boomkwekerijen opgekweekt tot jonge bomen. De jonge bomen worden uiteindelijk geplant in nieuwe bossen van Staatsbosbeheer of worden gebruikt in bestaande bossen om deze meer gevarieerd te maken.

Bron: Staatsbosbeheer


   
       
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


NATUUR uit: paddenstoelen

Begin oktober. Het regent vaak en veel, ontzettend veel! En er komt nog meer aan. Tussen de buien door wordt er onverwacht één droge dag voorspeld. Weg ben ik... Jonge dennen hangen vol met spinnenwebben en regendruppels. Mooi!

Kletsnat gras buigt zich aan weerszijden over het door mij te volgen smalle pad. Resultaat: al na een halve kilometer zijn mijn schoenen en broekspijpen doorweekt. Ik kan me er niet druk om maken. Want die regen zorgt er ook voor dat ik mijn hart kan ophalen aan allerlei paddenstoelen. Geweldig!

Roze- en zwartpurperen russula’s, roestvlekzwammen en niet te missen stinkzwammen die uit hun duivelsei tevoorschijn kruipen. Parelamaniet en vliegenzwam tonen hun wulpse rokjes.(rechts)

Bij beschadiging verkleurt het weefsel van de parelamaniet rozerood tot roodachtig. In de volksmond wordt hij (of zij) dan ook "blozer" genoemd. Er liggen overal veel platte, enigszins aangebrand lijkende ‘pannekoeken’. Het zijn oude dennenvoetzwammen.

In de zomer zien de zachtgele vruchtlichamen er heel aaibaar uit. Er staat nog zo’n jonge fluwelige laatkomer. Even voorzichtig aaien... Het kleverig koraalzwammetje ‘brandt’ met veel vurige tongetjes, misschien wel aangestoken door de rode heidelucifer. Het zal wel doven, morgen regent het weer...




NATUUR thuis: beestjes

Het zijn weer ‘Bodemdierendagen’ (eind september/begin oktober). Reden voor een speurtocht(je) in m’n tuin om waarnemingen door te geven van al die minibeestjes die de bodem gezond houden. Ik zoek in rommelhoekjes, onder afgevallen blad, achter een paar slordig neergezette dakpannen, kortom overal waar ze zich graag schuilhouden. Dat levert een leuke lijst op. Veel regen- en aardwormen, naakt- glans- en tuinslakken, spinnen, mieren, oprol- en gewone pissebedden, aardkruipers en miljoenpoten.

Dat kleine beestjes niet alleen in m’n tuin rondscharrelen, zie ik als ik een dag later op m’n favoriete wandel/fietspad tussen polder en vlietlanden loop. Er hobbelt een kleine rups op het pad. Ze ziet er prachtig uit maar heeft geen flauw benul hoe levensgevaarlijk het is om hier over te steken. Maar ze heeft geluk. Behalve wij samen is er geen fietser of wandelaar te bekennen.

Ik ga voor haar door de knieen. Voordat ze de veilige overkant bereikt, mag ze op de foto. Thuis zoek ik op hoe ze heet. Het is de rups van de zuringuil, een nachtvlinder, die nachtactief is. Helemaal niet zeldzaam, maar zo mooi! Het lijkt wel of ze zich heeft versierd met slingers en op weg is naar een feestje. Jammer, geen feestje... ze is op zoek naar een veilige strooisellaag om te overwinteren als pop. Deze mooie rups is te zien in de maanden juni-oktober in allerlei open gebieden, waaronder graslanden, natte weiden, heiden, parken en tuinen en is gek op diverse kruidachtige en houtige planten, waaronder zuring, weegbree, hop, duinroos, braam en meidoorn; maar ook wilg vind ze lekker.

terug naar boven >>

   
     
   
   


De Hondsrug Landschap van eeuwen

Lees het verhaal over de geologie van het Hondsruggebied, zo uniek dat het tot nu toe het enige UNESCO Global Geopark van Nederland is. Het boek brengt de fascinerende prehistorie van de Hondsrug in beeld. Het is een van de oudst bewoonde plekken van Nederland.

Er leefden neanderthaler-jagers toen de laatste ijstijd nog moest beginnen. Bijna alle hunebedden vind je in het Hondsruggebied. Het boek vertelt de geschiedenis van dorpen die teruggaat tot diep in de middeleeuwen. Het laatste dorp op de Hondsrug had de tijd meteen al zo mee dat Groningen kon uitgroeien tot dé stad van het Noorden.
Op elke pagina staan prachtige foto’s en ander uniek beeldmateriaal. Het boek telt 352 pagina’s, heeft een formaat van 26 x 26 cm en kost € 27,50 (Let op: de verzendkosten voor dit boek bedragen € 7,25) Het is een prachtig boek om open neer te leggen of om cadeau te geven. 

Meer info: klik hier

terug naar boven >>

   
     
   
   


Pieterpad

Het Pieterpad heeft haar website ingrijpend vernieuwd. De meest bekende wandelroute van Nederland is daardoor ook digitaal weer volledig bij de tijd. Het Pieterpad was in 2004 waarschijnlijk het eerste lange afstand wandelpad met een eigen website.



Elke etappe heeft zijn eigen pagina gekregen, met een routekaart waarop in- en uitgezoomd kan worden en waarop alle belangrijke voorzieningen zijn ingetekend. Horeca- en overnachtingsadressen hebben een eigen ingang gekregen op de nieuwe website en kunnen nu veel meer informatie aanbieden waarin wandelaars op allerlei manieren kunnen zoeken.



Bron: Stichting Pieterpad

 


Vissenbossen

In de Vliet bij Leidschendam-Voorburg heeft het Hoogheemraadschap van Delfland in juni dit jaar 'vissenbossen' aangelegd. Vissenbossen, gemaakt van gebundelde wilgentakken in een stalen kooi zijn ontwikkeld om de omstandigheden geschikter te maken voor vissoorten zoals ruisvoorn, paling, driedoornige stekelbaars en spiering.

Er is weinig beschutting onder water. Vissen zijn hierdoor een makkelijke prooi voor aalscholvers en dergelijke rovers. Onder de vissenbossen hebben ze een veilige plek om te paaien en te schuilen. Tussen de takken ontstaan holtes waarin vissen zich kunnen verschuilen. Ze vinden in en rondom vissenbossen ook veel voedsel. Het idee is dat er op deze manier een goede visstand mogelijk blijft in kanalen en drukker bevaren wateren.  

Foto: Rosa Smit

In totaal zijn er 18 prefab vissenbossen geplaatst, verdeeld over drie lokaties. Ze zijn met palen vastgezet op de bodem en steken iets boven het water uit, zodat schippers ze kunnen zien. Het onderzoek is bedoeld om te kijken of vissenbossen inderdaad een positieve bijdrage leveren aan het leefgebied voor trekvissen in vaarten en kanalen. Het onderzoek duurt twee jaar. De verwachting is dat vanaf het tweede jaar algen, planten en waterdiertjes zich gaan vestigen in de vissenbossen. Tijdens het onderzoek worden monsters genomen en wordt gekeken hoeveel vissen er aanwezig zijn.

Bron: Boomzorg.nl



‘Tegeltje Groen’


Stichting Steenbreek gaat nauw samenwerken met het initiatief 'Vergroen je Leven' (VJL), een sociale onderneming die wil bijdragen aan een fijnere en gezondere leefomgeving door groen dichter bij de mensen te brengen. Middels het kant-en-klare groenproduct ‘Tegeltje Groen’ dat bestaat uit een aantrekkelijk verpakte set van vier vaste planten die een terrastegel vervangen door groen, kunnen gemeenten hun burgers op een laagdrempelige manier stimuleren om hun tuintegels te vervangen door planten.

Stichting Steenbreek ondersteunt dit initiatief omdat het aansluit bij het gedachtegoed waar Steenbreek mee bezig is, namelijk zo veel mogelijk groen in de tuinen. De Stichting wil middels acties de leefomgeving samen met inwoners en bedrijven vergroenen, zoals ‘Tegel eruit, plant erin’, korting bij de aanschaf van regentonnen en het vergroenen van een straat samen met de buurtbewoners.

Bron: Stichting Steenbreek


terug naar boven >>

   
 
   
   
   


In verband met corona zijn alle excursies voorlopig afgelast

 

terug naar boven >>


   
 
   
   
   



https://www.vogelgeluid.nl/alfabetisch/

Vogelgeluiden! Waar zouden we zijn zonder vogelgeluiden? Wie in het veld of door een bos loopt hoort soms wel 10 vogels tegelijk, maar welke zang is nu van welke vogel?

Behalve de bovenstaande website met vogels op alfabetische volgorde is er ook een vogelgeluiden databank. Deze bestaat al tijden, maar was nooit openbaar voor publiek. Dit is door hulp van verschillende natuurorganisaties nu wel het geval, waardoor iedereen die dit wil nu kan luisteren naar het getjilp. De databank herbergt geluiden van bijna alle vogels die er op de wereld rondvliegen.

terug naar boven >>

   
       
   
         
   


1 november  - Wereld Veganisme Dag

Een veganist eet geen vlees en vis, maar ook geen eieren en draagt ook geen leren schoenen.

De dag wordt gevierd sinds 1994 en is opgericht door de voorzitter van The Vegan Society die al bestaat sinds 1944. Tijdens deze dag komen veganisten over de hele wereld samen om de rechten van dieren te vieren.



4 november - Dankdag voor Gewas en Arbeid

De 'Dankdag voor Gewas en Arbeid' wordt iedere eerste woensdag van november gehouden. In 2020 is dat op woensdag 4 november. Toen de industrialisatie toenam, is de viering ‘dankdag voor gewas’ veranderd in ‘dankdag voor gewas én arbeid’.



6, 7 en 8 november - Landelijke Natuurwerkdag

Elke eerste zaterdag van november vindt de Natuurwerkdag plaats. Jong en oud kan die dag werken aan het behoud en herstel van natuur en landschap. Het is eigenlijk een opknapbeurt van het landschap. 

Dit jaar is een speciale editie, de Natuurwerkdag bestaat namelijk 20 jaar. Iedereen is welkom om een handje mee te helpen in de natuur, op 6, 7 of 8 november.
Aan de slag voor de wilde bij, vlinder, zandhagedis of de ijsvogel.

Meer info: klik hier



11 november - Sint Maarten

Op 11 november wordt in Nederland de naamdag van Sint Maarten gevierd. Kinderen lopen met lampionnen over straat en gaan in kleine groepjes de huizen langs om snoep of fruit te bemachtigen.

De viering van Sint-Maarten op 11 november heeft een duidelijke christelijke achtergrond. Het is de naamdag van de heilige Sint-Martinus.

terug naar boven >>


   
       
   
   



Kluut - Recurvirostra avosetta

De kluut is een ranke, sierlijke steltloper. Hij is prachtig wit, heeft een zwarte kopkap en zwarte strepen op zijn vleugels, waardoor hij in de vlucht een opvallend zwart-wit kleurpatroon vertoont.

De blauwgrijze poten, die bij het vliegen achter de staart uitsteken, zijn extreem lang en het is de enige Europese vogel met een duidelijk omhoog gebogen lange zwarte snavel. Hij loopt snel, met elegante passen en is 43 tot 46 cm groot. Mannetje en vrouwtje lijken sterk op elkaar. De jongen lijken op hun ouders maar hebben meer grijze en sepia tinten.

Naamgeving
Zijn wetenschappelijke naam Avosetta betekent: met omhoog gebogen snavel. De betekenis van de soortnaam is onbekend. Zijn fluitachtige roep klinkt als een helder ’kluit’ en daaraan dankt de vogel zijn naam. In oude boeken heet hij kluit.

Streeknamen zijn o.a.: Kluute, Klut en Klu(u)ter, Bonte Kluut (verenkleed), Sabelbek (lange snavel). De zwarte tekening op de verder witte kop heeft veel weg van een capuchon. Zijn Engelse naam 'avocet' is dan ook afgeleid van het woord 'advocaat', naar de Europese pleitbezorgers die vroeger capuchons droegen.

Geluid
Bij het vliegen roept hij vrij duidelijk zijn eigen naam. In alarmtoestand laat hij een fluitend kliep-kliep-kliep horen.
Het geluid van de kluut vindt u hier.

Voedsel
De kluut zoekt zijn voedsel het liefst in ondiep water met losse, slikkige bodems. Met snelle zijwaarts maaiende bewegingen van zijn snavel zeeft hij op het gevoel allerlei kleine beestjes uit het water. De prooi bestaat voornamelijk uit garnaaltjes, kreeftjes, insecten en wormen, maar hij eet ook waterplanten en kleine vissen.

Trekvogel
Kluten zijn trekvogels. Van juli tot in november wanneer de vogels gaan ruien, verzamelen grote aantallen kluten uit de Noord- en Oostzee zich in het Wadden- en Deltagebied. Van de in totaal ongeveer 80.000 Europese kluten verblijven er dan rond 15.000 in Nederland, waarvan 12.000 in het waddengebied. In de winter isvooral het deltagebied belangrijk. Ze overwinteren langs de kust van de Middellandse Zee en de Atlantisch kust van Frankrijk, Portugal, Zuid-Spanje, Zuid-Engeland en Zuid-Azië. Slechts een klein deel blijft bij milde weersomstandigheden overwinteren in de Westerschelde.
Vanaf februari/maart keren kluten terug uit hun overwinteringsgebied.

Balts
Kluten vormen aan het eind van de winter paartjes voor één seizoen. Na aankomst in de broedgebieden begint meestal direct de balts die kort is en in groepsverband wordt opgevoerd. Een aantal vogels verzamelt zich en vormt een cirkel waarbij ze met de koppen naar binnen staan gericht. Ze gooien droge grasjes in de lucht en schudden heftig met kop en snavel heen en weer. Vogels die al een paartje gevormd hebben, gaan stijf tegen elkaar aan staan om te laten zien dat ze bij elkaar horen.

Broeden
Kluten broeden in kolonies van 10 tot wel 70 paartjes, zowel langs de kust als verder landinwaarts op zanderige vlaktes, moerassige weilanden of bij ondiepe meren met brak water. Vooral de delta en het waddengebied zijn belangrijke broedgebieden. Broedende kluten houden van een weids uitzicht, want dan zien ze roofdieren al van ver aankomen. Binnen de kolonie bouwen ze de nesten dicht bij elkaar. Het is een met schelpjes, takjes, steentjes en gras bekleed ondiep kuiltje in de grond, meestal in de buurt van water.
Vanaf half april worden twee tot vijf zandkleurige of grijsgroene eieren met donkere vlekken gelegd. Op kaal zand en zeker op braakliggende kleigrond hebben de eieren een perfecte schutkleur. Ze lijken wel wat op kievitseieren, maar zijn langwerpiger en puntiger van vorm. Zowel het mannetje als het vrouwtje zorgen voor het uitbroeden van de eieren. Wanneer de jongen na ongeveer 23 dagen geboren worden, hebben ze eerst nog een rechte snavel. Kluten zijn nestvlieders: na het uitkomen van de eieren verlaten ze meteen het nest en gaan al zelfstandig op zoek naar voedsel. 

Bescherming
Kort na het uitkomen van de eieren verlaat het broedpaartje de kolonie. Ze gaan naar een tot op enkele kilometers verderop gelegen plek, waar ze de jongen grootbrengen.
Deze plek verdedigen ze fel. Zodra iemand in de buurt van het nest komt vertonen kluten heel opvallend gedrag. Ze slepen met de vleugels alsof ze gewond of verlamd zijn. Zo proberen ze de argeloze bezoeker mee te lokken uit de buurt van het legsel. Als een predator in hun territorium komt, kunnen ze erg veel lawaai maken om hun vijand weg te jagen.

Lukt dat niet dan proberen ze de indringer met uitgestrekte vleugels of snelle duikvluchten af te schrikken. Na 7 tot 8 weken vliegen de jongen uit. Die trekken al in september naar de overwinteringsgebieden in Zuid-Europa en Senegal. Veel oudere vogels volgen in november.

Achteruitgang
Kluten leven in grote groepen van soms wel enkele duizenden vogels. Ze zijn erg territoriaal ingesteld en agressief tegen indringers. Het aantal in Nederland broedende kluten is in de loop van de eeuw aan sterke schommelingen onderhevig geweest. Het aantal broedparen steeg van 4600 rond 1975 tot 9000 in 2000. Sindsdien dalen de aantallen, in het Waddengebied harder dan in het Deltagebied. Er zijn allerlei oorzaken voor deze achteruitgang. Overstromingen van nesten door hoge waterstanden tijdens het broedseizoen, predatie door vossen, meeuwen, roofvogels of bruine ratten of geringe beschikbaarheid van voedsel voor jonge vogels. Ook beweiding door vee, dat nesten vertrapt, kan van invloed zijn.

Extra info: klik hier

terug naar boven >>

   
 
     
   
   

 

Boom van het Jaar 2020

In 2019 is de Brabantse ‘Heksenboom van Zwarte Kaat’  op een mooie 4e plaats geëindigd bij de verkiezing van ‘The European Tree of the Year’. Op 15 oktober jl. is bekend gemaakt welke van de 12 bomen genomineerde bomen ‘Boom van het Jaar 2020’ is geworden.

De winnaar is: de Moeierboom in Etten-Leur met een overweldigende meerderheid van 3593 stemmen.

De Moeierboom, op de kop van de markt in het centrum van Etten-Leur, is een grootbladige linde. Dit groene monument werd omstreeks 1675 geplant. De naam moeier (moeder) dankt de boom wellicht aan het feit dat het de oudste boom op de Markt is. Een andere verklaring is dat uit de stam scheuten schieten, waarvan jonge bomen worden gekweekt. In de middeleeuwen werd op deze plaats vermoedelijk recht gesproken. Foto: Frans van der Bom
 
De winnaar van ‘De Boom van het Jaar 2020’ dingt in 2021 ook mee naar de titel van European Tree of the Year.             


Oude bomen moet men niet verplanten

Dit spreekwoord zit bij iedereen in het hoofd. Veel mensen relateren dit letterlijk aan de boom zelf, maar dat is een misvatting. Het heeft betrekking op oude mensen die moeite hebben om aan een nieuwe woonomgeving te wennen.

Het is jammer dat men denkt dat de leeftijd van een bejaarde persoon gelijk staat aan de leeftijd van een oude boom. Hier is het spreekwoord van toepassing: je kunt geen appels met peren vergelijken. Zo beweren sommigen dat de dikste linde van Nederland, de linde van Sambeek, wel 1000 jaar oud is. Deskundigen houden het op 400-500 jaar. In dat geval heeft een linde van 100 jaar, in mensenlevens gerekend, de jeugdige leeftijd van slechts 20 jaar! De boom moet dan wel vitaal en in goede conditie zijn. Helaas is Nederland een land waar het voor een oude boom slecht toeven is. Onze bomen worden continu van alle kanten bedreigd en veel bomen in onze steden takelen om die reden vervroegd af.

Dan zijn er nog mensen die denken dat alleen bepaalde sterke boomsoorten verplant kunnen worden. De basisregel luidt dat elke boom verplantbaar is, maar de ene beter dan de andere. En dat heeft niet alleen met de boomsoort te maken. De grootste en zwaarste boom die ooit succesvol is verplant door Nationale Bomenbank was een Quercus robur (zomereik) van 125 jaar oud. Deze boom had een kluit van 10 bij 10 bij 2 meter en een gewicht van 360 ton, en toch bleek het mogelijk deze 'moeilijk verplantbare boomsoort' succesvol te verplanten. Nu, acht jaar later, staat de boom er nog steeds vitaal bij.

Bron: Boomzorg.nl

terug naar boven >>

   
   
       
   
   


'Vervlogen tijden?' - Weidevogelportretten door Rafael Martig
t/m 29 november 2020.

In de tentoonstelling ‘Vervlogen tijden?’ portretteert kunstenaar en bioloog Rafael Martig Nederlandse weidevogels – levensgroot en niet op een paaltje in de polder maar in een museale setting. Voor zijn olieverfschilderijen stonden grutto, kievit, kemphaan, wulp, tureluur, watersnip en scholekster uit de collectie van Het Natuurhistorisch museum, model.

Grutto, 2020 - olieverf op doek; 80x100 cm. (Rafael Martig)

Deze historische museumexemplaren, afkomstig uit de Zuid-Hollandse veenweiden, staan in de tentoonstelling oog in oog met hun eigen portretten. Ze stellen de bezoeker de indringende vraag ‘Hoe lang duurt het nog voordat we de Nederlandse weidevogels alleen nog in natuurhistorische musea kunnen zien? Zijn het vervlogen tijden of ondernemen we actie?’. 

Adres: Het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Westzeedijk 345 (Museumpark)
3015 AA Rotterdam
Meer info: klik hier


22e Onafhankelijke Realisten Tentoonstelling
t/m 20 december 2020

Het jaarlijks brede overzicht van hedendaagse realistische en figuratieve kunst

Dit jaar hebben 114 Nederlandse kunstenaars hun bijdrage geleverd aan de 22e ORT. En zij laten zien dat er voor de kunst geen afstand, geen barrière bestaat; geen voorschrift, wet of regelgeving, geen mondkap of oogklep.

Bethany de-Forest
Drago Pecenica
Har Siekman

Adres: Museum Møhlmann, Westersingel 102-104, 9901 GK Appingedam
Telefoon: 0596-682856
Meer info: klik hier


Droom en werkelijkheid
t/m 6 december 2020

In de bovenzaal van Museum Valkenburg is een duo-expositie te bezichtigen van Georges Daemen en Claartje van Oosterum. Georges streeft als schilder naar een verhalend realisme waarbij droom en werkelijkheid op poëtische wijze de fantasie prikkelen.

Hij speelt graag met licht en donker en werkt bij voorkeur in olieverf én in transparante lagen. Muziek is zijn grootste inspiratiebron. (links)

Bij het model- of portret boetseren is voor Claartje niet alleen de uiterlijke vorm van belang. In de ruimte die ontstaat tijdens de gezamenlijke concentratie komt er een interactie tot stand, waarin ze tot diepere lagen van het model probeert door te dringen. In eerste instantie voelen deze lagen voor haar heel lijfelijk, waarna ze op een wonderlijke wijze omgezet worden in klei en vorm. (rechts)

Adres: Museum Valkenburg, Grotestraat Centrum 31 , Valkenburg aan de Geul, 6301 CW Nederland
Meer info: klik hier

terug naar boven
>>


   
   
       
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, natuurnieuws en vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: https://groen-natuurlijk.nl/natuurnieuwsbrieven/
U kunt NatuurNetNieuws doorsturen aan belangstellenden. Ook overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt: Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN!natuurlijk:
www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een nieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen.


Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior. U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar: info@groen-natuurlijk.nl

Natuur Net Nieuws Junior komt zes keer per jaar uit!

terug naar boven >>


   
   

Volg ons ook op Facebook

O
nze Nieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud van deze sites.




 

 

 
 
 
     
' .