U kunt de volledige nieuwsbrief lezen of een keuze maken uit de onderwerpen die u aanspreken door deze onder de inhoud (apart) aan te klikken.  



 
   


Flora en fauna
- Egelantier
- Beflijster

Natuurnieuws
- Natuurontwikkeling in Bonnenpolder
- Actieplan Brabantse Bomen


Natuur Uit en Thuis
- UIT: Lente in de herfst

- THUIS: Vogel(aar)s


Natuur kort
- NK en VK Tegelwippen
- Publieksprijs Natuurboek van het jaar 2025

Natuurexcursie
- Winterwandeling op landgoed Duivenvoorde

ELFje
- Zwammen

Citaat van de maand
- Oliver Herford


Boekennieuws
- De raadsels van water

Natuur Plus
- Boomkruiper

Bomenweetjes
- Boom van het jaar 2025

Uit tips
- Waardevol Water
- Gesneden silhouetten van dieren


 
NB. De links in onderstaande teksten zijn vet gedrukt en hebben een groene kleur.
 

 
   
   
 



Egelantier -  Rosa rubiginosa

Egelantier is een inheemse wilde rozensoort. De ± 2 meter hoge struik staat graag in de volle zon en bloeit van juni t/m augustus. Op de naar de grond buigende takken vormen zich de (diep)roze bloemen met vaak een wit hart dat bijen, vlinders en andere bestuivers aantrekt. De bloemen hebben geen (rozen)geur maar de plakkerige klieren onderaan het blad zouden bij kneuzing een appeltjeslucht afgeven.

Na de bloei verschijnen de vuurrode rozenbottels die geliefd zijn bij vogels, zoals de groenling, merel, lijster, koperwiek en kramsvogel. Rozenbottels zijn rijk aan vitamine C, caroteen en vitamine B1 en B2. In de late middeleeuwen werden ze gedroogd en meegenomen op lange (ontdekkings)reizen om scheurbuik te voorkomen.

Vroeger moesten kinderen -vooral in oorlogstijd- wilde rozenbottels plukken waarvan siroop werd gemaakt om het tekort aan verse groenten en fruit te compenseren. In het wild groeit egelantier in bosranden, bosjes en heggen. De struik heeft forse sikkelvormgie doornen. In Engeland werd hij daarom ook als leiroos gebruikt om een ondoordringbare afscheiding te vormen voor vee en mensen. Tegenwoordig is de egelantier populair in voedselbossen, natuurlijke hagen en landschappelijke beplantingen. In de duinen is de struik waarschijnlijk aangeplant ter bescherming van het zandduin.

In Nederland en Vlaanderen is egelantier vrij algemeen, in Wallonië zeldzaam. Er zijn opvallend veel (oude) vindplaatsen in Zuid-Limburg en langs de grote rivieren die vermoedelijk voor de verspreiding hebben gezorgd.
Egelantier ontleent zijn naam aan het Oudfrans aiglantier, eglentier, een afleiding van het Latijnse aquilentum = rijk aan doornen. Rosa is Latijns voor roos. Rubiginosa betekent roestig of roestkleurig en wijst op de roestbruine kleur van de klieren aan de onderkant van de bladeren.
De egelantier werd in de middeleeuwen ook wel gebruikt om de reine liefde te symboliseren. Dit is te zien in de naam en het wapen van de oorspronkelijk vroeg zestiende-eeuwse Amsterdamse rederijkerskamer ‘De Eglantier’, die ‘In Liefde Bloeyend’ als motto had. 


Beflijster - Turdus torquatus

Foto onder links: Saxifraga-Bart Vastenhouw

In Nederland is de beflijster alleen bekend als doortrekker tussen half september en eind oktober en van half maart tot eind mei. Dat hij begin november in een Maaslandse polder (zie Natuur Thuis) is opgedoken is best bijzonder, omdat hij tijdens de najaarstrek opvallend minder wordt gespot dan bij de voorjaarstrek in april als hij van het Middellandse Zeegebied en Noord-Afrika komt en doortrekt richting Noorwegen en Groot-Brittannië.


De beflijster lijkt bij vluchtige waarneming op een merel, maar hij is groter en heeft een halve ringvormige witte borstband waaraan hij o.a. de volksnamen dominee, kraagmerel en ringlijster te danken heeft.

Het mannetje heeft een zwart glanzend verenkleed en naast de grote witte ‘bef’ veel grijs in zijn vleugels die voorzien zijn van witte randen aan de slagpennen. Bekijk je hem van dichtbij dan vallen direct de ‘geschubde’ veren op. Het vrouwtje is bruiner en heeft een minder opvallende bef.
Hun voedsel zoeken ze bij voorkeur op de grond in open gebieden met struiken en bomen. Mannetje en vrouwtje foerageren vaak samen tijdens de trekperiode waarbij ze kleine insecten maar vooral bessen eten, zoals die van de lijsterbes en meidoorn. In de broedtijd vormen insecten het belangrijkste deel van hun dieet.

terug naar boven >>

   
 
   
   


Natuurontwikkeling in Bonnenpolder

Begin november zijn Stichting Het Zuid-Hollands Landschap en Natuurbegraven Nederland gestart met het herstellen en versterken van het landschap in de Bonnenpolder. Een bijzonder natuurgebied van 154 hectare in wording, waarin ook Natuurbegraafplaats Staelduinen een plek krijgt. De uitvoeringsperiode loopt tot eind 2026. De Bonnenpolder zal naadloos overgaan in de natuur van het Staelduinse Bos, wat de leefruimte voor planten en dieren aanzienlijk vergroot.

Het bestaande landschap met de oude dijk, de Rel, het Kerkepad en het verkavelingspatroon vormen het hart van het ontwerp. De Rel (een historische kreek) wordt verbreed met natuurvriendelijke oevers, een duinbos en een bloemenrijke dijk. Er komen moerassen, kruidenrijke graslanden en vochtige hooilanden. Tevens zijn er bloemrijke akkers gepland.
Een bomenrij langs de Dwarshaak, zorgt voor een visuele afscheiding van de nabijgelegen kassen en industrie. Op sommige delen van de gronden wordt de bovenste bodemlaag verwijderd om deze voedselarmer te maken en een optimale hoogte ten opzichte van de grondwaterstand te creëren zodat kruiden, insecten en vogels meer kansen krijgen. 

Natuurmonumenten heeft als mede-initiatiefnemer een belangrijke rol gespeeld in de totstandkoming van het plan. De gemeente Rotterdam levert een bijdrage middels het herstellen van cultuurhistorische elementen en het vergroten van de recreatieve maatregelen. De natuurvriendelijke oevers worden aangelegd in opdracht van het Hoogheemraadschap van Delfland.

Bron: Stichting Het Zuid-Hollands Landschap


Actieplan Brabantse Bomen

Het Actieplan Brabantse Bomen is een provinciaal programma dat inzet op méér en gezonder bos in Noord-Brabant. De focus ligt op percelen buiten of grenzend aan het Natuurnetwerk Brabant (NNB). Wie met een goed bosplan komt, kan aanspraak maken op natuur- of boscompensatiesubsidie.

De belangstelling van particuliere grondeigenaren, agrarische ondernemers en terreinbeheerders tijdens de eerste ronde van de boscompensatiesubsidie was groot: samen goed voor 200 hectare bos dat de komende jaren gerealiseerd en hersteld gaat worden. ARK, met 50 hectare de grootste indiener, richt het terrein de komende tijd in, waarna Staatsbosbeheer het beheer overneemt.


Illustratie: Jeroen Helmer

Begin november werden op het Vresselse perceel (sinds twee jaar eigendom van ARK) door betrokken partijen symbolisch drie inheemse bomen geplant: een fladderiep, een haagbeuk en een zomerlinde. De eerste exemplaren van vele, die samen (en via natuurlijke verjonging) uiteindelijk zullen uitgroeien tot een robuust bos dat aansluit op het omliggende landschap en over enige tijd tot aan de oever van de Dommel zal reiken. ARK-directeur Esther Blom benadrukte in Vressel het belang van duurzame natuurontwikkeling: “We moeten blijven investeren in ruimte, rust en herstel. Dat vraagt om visie, samenwerking en vertrouwen in de kracht van de natuur. Gelukkig zien we dat steeds meer mensen, ook jongeren, zich hierin herkennen.” In februari 2026 worden er opnieuw middelen beschikbaar gesteld, goed voor nog eens 500 hectare natuurbos in de provincie.

Bron: ARK Rewilding

terug naar boven
>>


   
   
   
   


Elke maand schrijf ik een stukje over iets wat ik in de afgelopen maand heb gezien tijdens een van mijn wandelingen.
UIT: ergens in het land.
THUIS: Maasland (ZH) en omstreken.

Tiny van der Meer


NATUUR UIT: lente in de herfst

Hoge temperaturen, zon, weinig wind. Het lijkt wel lente, maar als ik omhoog kijk zie ik prachtig verkleurende bomen. Ze staan in het enige bos in de buurt van mijn woonplaats: het Staelduinse bos. Het is een oud, heuvelachtig loofbos dat baron Van Rijckevorsel in de 19de eeuw op een serie rivierduinen liet aanleggen. Resten van zijn landgoed zijn nog altijd terug te vinden.

Later in de 2e Wereldoorlog werden in het zuidelijk deel van het bos door de Duitsers o.a. 16 bunkers gebouwd die inmiddels op de monumentenlijst van de gemeente Westland staan en nu een veilige plaats bieden aan meerdere soorten vleermuizen terwijl de dikke bunkermuren ruim dertig zeldzame mossen herbergen. Dat ik soms niet ver van huis hoef om te genieten ervaar ik hier. De luchtvochtigheid, de zilte wind en de aanwezigheid van zand door de nabijheid van de kust en de duinen zorgen voor een uniek door de bomen gefilterd lichtspel in het bos. 
Jaren geleden wemelde het hier van de (bijzondere) paddenstoelen, zoals de roze zalmzwam, het doorschijnend langdraadwatje en de paarse wasporia.


Nu (misschien door de kurkdroge lente, zomer en herfst in dit deel van Nederland) is het speuren naar mooie paddenstoelen. Toch vind ik er een paar, zoals de porseleinzwam en de gele berkenrussula en een paddenstoel die wel iets weg heeft van een fluwelen rok van een flamencodanseres. Blij mee! Volgend najaar laat ik me graag weer en nog meer verrassen.



NATUUR thuis: vogel(aaR)s

Begin november loop ik een rondje Commandeurspolder. Achterin de polder is het een drukte van belang. Een aantal vogelaars wil een beflijster -een schaarse doortrekker die op een merel lijkt-  op de fotokorrel nemen. Dat de fotografen niet voor niets zijn gekomen zie ik later terug bij de vele meldingen van deze Maaslandse gast op waarneming.nl. Leuk! Een dag later loop ik er weer, er staan opnieuw fotografen en niet voor niets. Want de vogel laat zich vanaf 31 oktober t/m 6 november zien.

Als ik even later onder een grote esdoorn door loop, hoor ik een koor van hoge piepende trillertjes. Goudhaantjes! Gelijk een test voor m’n gehoor, want door de hoge frequentie is dit liedje vaak moeilijk te horen als je iets ouder bent. Ze zitten hoog en vliegen supersnel van tak naar tak! Toch blij dat ik er een paar, hoewel verre van perfect, kan fotograferen.
Dat het een stuk gemakkelijker kan merk ik thuis. Sinds kort is er weer van alles te eten voor de vogels. De tam-tam gaat snel, want naast de al wat langer rondscharrelende winterkoning, boomkruiper, kool- en pimpelmezen, zie ik nu ook een roodborstje, heggenmusje, vinken, tortelduifjes, houtduiven en kauwen. Maar de gast (grote bonte specht) met het bekende rode petje die eerst m’n lambertsnoot (Corylus maxima) inspecteert op (hazel)noten, pikt even later, zijn staart behendig tegen de bodem van m’n voedersilo gedrukt, gretig een flink aantal graantjes mee. Ik vermoed dat ook hij hier de komende maanden een vaste ‘klant’ wordt.

terug naar boven >>

   
 
 
   
   


NK en VK Tegelwippen

Afgelopen half jaar hebben Nederlanders bijna 6 miljoen tegels verwijderd voor groene tuinen, bloemperken, speeltuinen en plantsoenen.

In 328 gemeenten in Nederland en Vlaanderen gingen bewoners, scholieren en wethouders enthousiast aan de slag in het kader van het NK en VK Tegelwippen. De drie Gouden Scheppen gingen naar Venlo, Roosendaal en Valkenburg aan de Geul voor de meeste gewipte tegels per inwoner.



Utrecht verwijderde 437.467 tegels en haalde de Gouden
Tegel binnen. Nederland won de Gouden Gieter voor het verslaan van Vlaanderen. In totaal staat de teller in Nederland sinds de eerste editie in 2020 inmiddels op 20 miljoen gewipte tegels. Dat staat gelijk aan een uitbreiding van circa 200 hectare aan groen. Het NK Tegelwippen is een initiatief van creatief bureau Frank Lee, dat daarbij wordt gesteund door het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. 

Bron: Creatief bureau Frank Lee

 


Publieksprijs Natuurboek van het jaar 2025

'Wildernis in eigen land', het boek van Jeroen Helmer (ARK) werd winnaar van de Publieksprijs met maar liefst 39% van de stemmen! In zijn boek laat ecoloog en illustrator Helmer zien hoe de natuur eruit kan zien wanneer je haar de ruimte geeft.



Met bevermoerassen, wandelende bossen, dynamische rivieren en soorten als de lynx, steur, eland en grijze walvis. Merlijn Schneiders (jurylid Vroege Vogels) over Wildernis in Eigen Land: "Het is een boek voor jong en oud en de verhaaltekeningen zijn heel bijzonder, een heel natuurlijk proces wordt in één tekening gevat.

En heel fijn: het is een positief boek. Als we samen de schouders eronder zetten komt het goed met de natuur".

Voor productspecificatie van het boek: klik
hier

terug naar boven >>

   
   
   
   



Onder dit hoofdstukje treft u in elke uitgave van onze maandelijkse nieuwsbrief een 'ELFje' aan.

Een 'ELFje' is een eenvoudige, compacte dichtvorm van vijf regels waar je een bepaalde sfeer mee op kan roepen.
De regels bestaan uit: één woord, twee woorden, drie woorden, vier woorden en dan weer één woord. Samen zijn dat de elf woorden van de ELF.

ELFje en foto: Jannie Harmsen

terug naar boven >>

   
   
   
   


Woensdag 3 december - winterwandeling op landgoed Duivenvoorde

Op 3 december gaat IVN Natuurgids Ria Hoogstraat op stap in de natuur. Het is bijna winter op het landgoed.

We gaan kijken naar kerstbomen en ander wintergroen zoals hulst, maretak, taxus en klimop. Hoe komen zij de winter door zonder dat hun knoppen en bladeren bevriezen?  Blijven alle naaldbomen in de winter groen?
Waar komt het Kerstlied “O dennenboom” vandaan en klopt dat wel?
De wandeling eindigt in de kerstbomentuin waar u uw eigen boom kunt uitgraven.

Kinderen zijn van harte welkom, ze krijgen extra aandacht van de gids.
We verzamelen om 14.00 uur op de parkeerplaats, tegenover de beheerderswoning Laan van Duivenvoorde 1, Voorschoten. Toegang € 1.50, parkeren € 4,00, te betalen met PIN-pas bij de kaartjesautomaat voor de stenen brug. De wandeling duurt ongeveer anderhalf uur. Het park is verboden voor honden.
Te bereiken met bus 45 of 46 halte Kniplaan, 10 min. lopen.


  Info tel. 06 1822 5941 of www.ivndenhaag.nl  

terug naar boven >>

   
   

 
 
 
   

 

terug naar boven >>

   
       
   
   


De raadsels van water

Herken de aanwijzingen en patronen in water, van rivier tot woeste zee

In 'De raadsels van water' deelt de bekende natuurnavigator en bestsellerauteur Tristan Gooley zijn kennis, vaardigheden en nuttige observaties om met een andere blik te kijken en nog meer te genieten van het water in het landschap om je heen. 

Observeer de stroming van rivieren. Ontdek wat de glinstering van de zon op het water je vertelt over de kracht van de golven. Leer hoe je gevaarlijk water in het donker kunt herkennen met behulp van een klok.

En weet je hoe je de diepte van water kunt afleiden uit de kleur? Een onmisbaar boek voor wandelaars, zwemmers, zeilers, vissers, vogelaars en iedereen met interesse in de natuur.

Tristan Gooley put uit zijn eigen baanbrekende tochten om de geheimen van plassen, rivieren, oceanen en meer te onthullen.

Auteur:
Vertaling:
Uitvoering :
ISBN:
Tristan Gooley
Gerrit Jan Zwier
paperback met flappen
9789050119900
Druk:
Pagina's:
Formaat:
Prijs:
2025, druk 1
368
14 x 21,5 cm
€ 28,95

terug naar boven >>

   
   
   
   


Boomkruiper - Certhia brachydactyla

Langs de ruwe boomschors van m’n Californische Cypres hupt met kleine schokjes een klein onopvallend bruinachtig vogeltje spiraalsgewijs omhoog. Het is de boomkruiper.

Herkenning
Zijn rugje met grijswitte vleugelstreepjes en vlekjes heeft bijna dezelfde kleur als de boomstam, een perfecte camouflage! De onderkant van zijn lijfje is roomwit. Hij heeft een bruine puntige staart en boven zijn oog bevindt zich een lichte wenkbrauwstreep. Het mannetje en het vrouwtje zien er hetzelfde uit en zijn ongeveer 13 cm groot.

Voedsel
Hij begint bij de grond waarbij hij de schors systematisch afzoekt naar insekten, spinnetjes en houtluizen die hij onvermoeibaar uit kieren en spleten van de boombast peutert.
Daarvoor gebruikt hij zijn dunne, kromme, naar beneden gebogen puntige snaveltje. Zijn korte pootjes zijn voorzien van lange tenen waarvan er drie naar voren en één naar achteren staat. Hij klampt zich daarmee moeiteloos vast aan de stam.
Ook (oude) rietmatten worden minutieus onderzocht op de aanwezigheid van insecten en spinnetjes.

Levenswijze
In tegenstelling tot de boomklever, die gemakkelijk zowel omhoog als omlaag langs de stam beweegt, steunt de boomkruiper op z’n staart als hij omhoog kruipt in een boom. Hij drukt daarbij zijn 12 stijve, gepunte staartveren tegen de schors. Daarom kruipt hij ook niet naar beneden zoals de boomklever, maar vliegt van boom tot boom en landt weer ergens.

Foto: Henk Dikkers

Boomkruipers en spechten (die de steun van vooral de middelste staartveren nodig hebben bij het klimmen) ruien deze centrale staartveren als laatste, nadat alle andere staartveren zijn vervangen.

Biotoop
De boomkruiper leeft overal waar oude bomen zijn. Hij heeft een voorkeur voor eiken, iepen, schietwilgen of populieren. Allemaal boomsoorten met een sterk gegroefde stam.
Hij slaapt in boomspleten, onder dakranden, tussen klimop of in holten in dode bomen of in bomen met een zachte schors. In koude nachten kunnen wel 15 vogels bij elkaar kruipen en zo een donzige (warme) bal vormen. Samen met staartmezen zijn boomkruipers de enige vogels die dit gedrag op grote schaal vertonen.
Tegen de schemering zoekt de boomkruiper zijn slaapplaats op. Als je die weet te vinden, kun je hem er gemakkelijk in zien zitten. Bij regelmatig gebruik is de boomschors onder het hol bedekt met veel vogelpoep omdat hij zijn staart buiten boord laat steken.

Geluid
Een boomkruiper heeft diverse zachte meesachtige roepjes. Zijn zang is een hoog, sierlijk melodietje van maar vijf tot zeven noten. TIE TIE toewie tiTIE en zijn roep een zacht, hoog “tsri”. De boomkruiper kan zowel zingen vanaf een zangpost hoog in de boomkruinen of vanaf een zijtak, maar ook in de vlucht of al foeragerend. De zeer hoge, ijle trillers en vaak onopvallend, beetje ijl klinkend siet-siet zijn net zo moeilijk te horen als het ontdekken van dit onopvallende vogeltje.

Naamgeving
Certhia is de Latijnse naam voor een kleine boomvogel, en brachydactyla is afgeleid van het Grieks voor 'kort' (brakhus) en 'vinger' of 'teen' (dactulos).

In Vlaanderen heeft de boomkruiper als bijnaam 'de marconist', omdat zowel de zang als de roepreeks doen denken aan morseseinen. De naam Sietkruperke (Twe) is het element ‘siet’ een klanknabootsing van de scherpe meesachtige geluidjes die hij soms maakt. Aan de manier waarop hij als een specht tijdens het klimmen op zijn wigvormige staart steunt dankt hij z’n naam houtspechtje. Veel volksnamen van de Boomkruiper vinden hun oorsprong in die energieke klimwijze zoals boommuis, kruiperke (L), klampvogeltje (NB) of beamkladderke (Fr).

Talrijke broedvogel
De boomkruiper is een echte standvogel. Veel vogelsoorten die afhankelijk zijn van vliegende insecten trekken in het najaar en de winter weg omdat die ’s winters nauwelijks beschikbaar zijn. De boomkruiper kan echter jaarrond in Nederland aan zijn kostje komen omdat hij gespecialiseerd is in het zoeken naar kruipende insecten die in spleten en holtes leven. Doordat de bossen in Nederland steeds ouder worden, neemt het aantal boomkruipers toe. Ook parken en tuinen met veel bomen en planten zijn geliefd. In ons land broeden tussen de 135.000 en 180.000 paartjes.

Nest
De boomkruiper legt eitjes vanaf april. Het kleine komvormig nestje van takjes, mos en veren wordt door beide ouders gebouwd achter loszittende boomschors, in spleten en nauwe boomholten en tussen klimopbegroeiing op bomen en schuttingen. Ondanks dat de boomkruiper graag zelf zijn nestje bouwt, maakt hij ook wel gebruik van een nestkast. De ingang van zo’n kast bevindt zich bovenin aan de achterkant. Om mezen te ontmoedigen liggen er op de bodem slechts twee gekruiste tralies. Het nestmateriaal van de mezen valt hier doorheen. De boomkruiper begint de bouw echter met een aantal takken die blijven steken op de tralies. Van april tot in juni zijn er meestal 2 legsels van 5-7 eieren. Het vrouwtje broedt ze in haar eentje in ruim twee weken uit. Het mannetje helpt wel mee met voeren en na zeventien dagen vliegen de jongen uit. Uitgevlogen jongen worden zo'n 1 tot 3 weken gevoerd door de ouders.

Foto rechts: Saxifraga-Willem van Kruijsbergen

Bijvoeren
Bij strenge winters kun je de boomkruiper helpen met zaden die je het beste onder struiken en bomen kunt strooien en tegen een boomstam een voederplekje te maken door wat vogelpindakaas (met meelwormen er in) tegen de stam te smeren omdat hij voor een voedertafel te schuw is. Je kunt er wel voor zorgen dat er voor hem veel insecten in de tuin te vinden zijn door de tuin een beetje rommelig te laten.

terug naar boven >>

   
 
   
 

Boom van het jaar 2025

De mammoetboom Sequoiadendron giganteum in het Ledeboerpark in Enschede is met 2.716 stemmen verkozen tot de Boom van het Jaar 2025. De aanmelding van deze boom vond plaats in het kader van 700 jaar Enschede. Op 12 november jl. reikte SBNL Natuurfonds de prijs uit aan de winnaars van de Boom van het Jaar verkiezing 2025.

De mammoetboom heeft een omtrek van bijna 8,5 meter. De familie Ledeboer nam zaadjes van een mammoetboom mee na een reis naar de Amerikaanse staat Californië. Maar het is de vraag wanneer ze die precies in de grond stopten. Op het bordje bij de boom staat dat die rond 1890 is geplant. Olaf Visscher, de beheerder van het Van Heek-archief, toonde echter aan dat het bordje niet klopte. Het aanplantjaar van de boom in Enschede moest 1866 zijn. Er is ooit een zwart-witfoto gemaakt in 1887. De foto is kort na de oplevering van het huis 't Wageler gemaakt. Dat huis staat op de plek waar nu het Ledeboerpark ligt en op die foto zou de boom al te zien zijn en al meer dan twintig jaar oud lijken. Door het winnen van de verkiezing doet de mammoetboom automatisch mee aan de Europese verkiezing Tree of the Year 2026, die in februari 2026 zal plaatsvinden.

terug naar boven >>

   
   
   
 

 

 


Waardevol Water - t/m 31 maart 2026



Water… We kunnen niet zonder.

Alles wat op aarde leeft is afhankelijk van water en daarmee is het van levensbelang. Helaas is schoon water niet meer vanzelfsprekend. En naast de kwaliteit, speelt ook de hoeveelheid een belangrijke rol. Door extreme weersomstandigheden is er steeds vaker een tekort of overschot aan water. Denk aan onvoorspelbare wolkbreuken en overstromingen tot aanhoudende droogte en natuurbranden.


Elke druppel telt!
In de expositie ‘Waardevol Water’ staan we stil bij de waarde van water. Je wordt uitgedaagd om te onderzoeken hoe klimaatbestendig je bent en je verlaat de expositie met een nieuwe herwaardering voor water.
Dit doen we door op een toegankelijke en heldere manier praktische oplossingen aan te reiken, die je zelf kan toepassen. Aan de hand van spelelementen, informatie, lezingen, educatie en interactieve werken brengen we de waterverhalen in beeld en verdiepen we het thema.

Museum Kruithuis
Adres: Citadellaan 7, 5211 XA ’s-Hertogenbosch Meer info: klik hier


Gesneden silhouetten van dieren - t/m 1 april 2026

Het Museum van Papierknipkunst presenteert nationale en internationale papierknipkunst van bekende en minder bekende kunstenaars. Er is eeuwenoude knipkunst, maar ook recent gemaakt werk te zien. Verbaas u over de ragfijne knipsels uit de 18e en 19e eeuw, of over het symfonie orkest van Jan Cupido.

Dit jaar exposeert het Museum van Papierknipkunst zeer fraai gesneden silhouetten van dieren door de kunstenaar Ties Poeth uit Breda. Elk dier heeft een eigen verhaal (Zie ook zijn prachtige boek 'Een collectie dieren 'op' Steyl').
Ties Poeth werd opgeleid tot graficus aan kunstacademie Sint-Joost in Breda en volgde de opleiding Visuele Communicatie van de Rijksakademie te Amsterdam. Zijn interessegebied is echter zeer breed, ook voor wat betreft het gebruik van materialen om zijn ideeën vorm te geven.
Zijn grafische opleiding is duidelijk terug te vinden in zijn snijkunst. Ties werd geboren in Tegelen en zijn verbondenheid met het daar gevestigde Missiemuseum in Steyl heeft ertoe geleid dat Ties een groot aantal (minstens 170 stuks) werken heeft gesneden uit karton, gebaseerd op wat er in het museum is te zien. Momenteel werkt hij aan een reeks snijwerken over de kunst van het tentoonstellen van skeletten en opgezette dieren in natuurhistorische musea.

Meer informatie over Ties Poeth en zijn werk: klik hier

Museum van Papierknipkunst Adres: Burg. van Weezelplein 10, 9431 AG Westerbork Meer info: klik hier en/of hier

terug naar boven >>

   
   
   
   
   
   


Reageren op NNN

Voor reacties op de inhoud van NatuurNetNieuws, uw waarnemingen, nieuws of vragen over de natuur, mail naar: tiny@groen-natuurlijk.nl
Voor het wijzigen van uw e-mailadres (vermeld ook uw oude e-mailadres!) of afmelden voor de nieuwsbrief mail naar: info@groen-natuurlijk.nl

Samenstelling: Tiny van der Meer. Vormgeving: Hans Steinfort.

Voor het aanmelden als abonnee op NatuurNetNieuws kijk op: https://groen-natuurlijk.nl/natuurnieuwsbrieven/
Het overnemen van informatie is toegestaan, mits u duidelijk vermeldt:
Bron: NatuurNetNieuws, uitgave van platform GROEN! natuurlijk: www.groen-natuurlijk.nl

Behalve voor u is er ook een natuurnieuwsbrief (NatuurNetNieuwsJunior) voor uw (klein)kinderen in de basisschoolleeftijd met een verhaaltje, veel informatie over dieren en/of planten (handig voor een spreekbeurt) en uittips voor kinderen. Net zoals u gratis abonnee bent van NatuurNetNieuws, kunt u of kunnen zij zich ook gratis abonneren op NatuurNetNieuws Junior (komt zes keer per jaar uit!). U hoeft alleen maar een mailtje te sturen naar:
info@groen-natuurlijk.nl


   
   


Volg ons ook op
Facebook

Onze Natuurnieuwsbrief verwijst soms naar websites van derden. We hebben geen controle over de aard, de volledigheid noch de juistheid van de informatie op deze websites en zijn daarom niet aansprakelijk voor de inhoud daarvan.

terug naar boven >>